Orde van Hingene

Erkende vereniging door de gemeente Bornem, Faro, Histories vzw en koepelorganisatie Heemkunde Gouw Antwerpen. Disclaimer - Recht op afbeelding - Recht op privacy

Neem contact met ons op

Barelveldweg 8 - 2880 BORNEM 0469 43 19 44 ordevanhingene@gmail.com contact@ordevanhingene.be

Pastoors van Hingene

E.H. Alexander Heycken , pastoor van Hingene en Nattenhaasdonk (toen vermeld als Haesdonck) in 1504 en schrijver van een cijnsboek. E.H. Jan Sterckx , pastoor in Hingene in 1552. Zijn naam komt voor in een oud schrift. Hij staat ook genoteerd in het proces Van Manden-De Vryer. E.H. Servaas Petten , pastoor van 1590 tot 1595. Hij kocht in 1591 een Sint-Stefanusbeeldje aan in Antwerpen voor 2 pond 8 stuivers en 4 grooten. Ter gelegenheid van het nieuwe beeldje hield men een processie en een besloten feestje waarop de pastoor, meiers, schepenen, de koster en zangers aanwezig waren. In een gemeenterekening van 1591 zien we ook dat E.H. Gerardus de Tombau, pastoor van Lippelo, ook dienst deed in Hingene. Verder troffen we de naam van Servaas Petten aan in een verklaring aan hem op 6 februari 1595, behelzende dat Pieter Smet hem op zijn sterfbed had veropenbaard dat Gillis De Wachter een stuk land had gekocht voor de soms van 50 daalders. Na 1595 troffen we naam van E.H. Petten nergens meer aan. E.H. Gerardus Van Schellebroeck , pastoor van 1599 tot 1602. Hij was ook deservitor (waarnemend pastoor) te Nattenhaasdonk (toen vermeld als Haasdonk) en hij had vruchtgebruik van de kapelrij te Eikevliet op last van drie misvieringen. Onder zijn wakend oog werd er een nieuwe klok in de kerk van Hingene opgehangen. Deze werd betaalt door Gommaer, een timmerman uit Puurs. E.H. Godfridus Pontani , waarnemend pastoor van 1604 tot 1612. Hij was deservitor te Hingene en te Nattenhaasdonk (toen vermeld als Haexdonck). E.H. Anthonis De Moldere , pastoor van 1612 tot 1614. E.H. Arnold Van Hermighem , pastoor van 1614 tot 1616. Onder zijn ambt kwamen in Hingene “speellieden en schalmeiers” van Antwerpen op kermisdag in de processie muziek spelen. In het jaar 1616 vergaderde de dorpsraad driemaal met de notabelen en gelanden op verzoek van de heer van Hingene, ten einde te beraadslagen over het ontwerp der vergroting van het koor in de kerk van Hingene. De pastoor van Nattenhaasdonk zag dit niet zitten en wou niet tussenkomen in de kosten. E.H. Judocus De Blieck , pastoor van 1616 tot 1619. Hij was ook waarnemend pastoor in Nattenhaasdonk waar hij de misvieringen op zich nam. In 1618 werd eindelijk het koor in de Sint-Stefanuskerk vergroot en werd er een kerkhofmuur gebouwd, zoals verlangd werd door Coenraad d’Ursel, baanderheer van Hoboken. Een baanderheer is een edelman met het recht een eigen banier te voeren in de oorlog. Op deze werken kwam enorm veel verzet, opgestookt door pastoor Van Mauden. En Van Mauden diende, in naam van de parochianen van Nattenhaasdonk en Wintam, een klacht bij de aartsbisschop van Mechelen. Ook kon Walter Van Mauden het niet hebben dat pastoor De Blieck de pachtsommen van de twee pastorijen bleef ontvangen. Hierop liet de aartsbisschop beslag leggen op inkomsten. Dit was de druppel voor pastoor Judocus De Blieck en hij verliet in 1619 de parochie. E.H. Petrus De Vryer , pastoor van 1619 tot 1642. Hij verkocht, met toelating van de wethouders en de bisschop van Gent, de pastorij ‘Den Groenvisch’ genaamd, voor een som van 640 gulden. Deze pastorij was gebouwd op ‘den Dries’ omstreeks het jaar 1610, door de toenmalige pastoor Pontani en was betaald door de parochianen van Hingene en Nattenhaasdonk. Zij stond op de grond van de baron van Hoboken? Deze deed afstand van zijn rechten op die pastorij op 11 april 1626 in het voordeel van Petrus De Vryer en zijn opvolgers. Het bedrag van de verkoop diende om daarmee een nieuwe pastorij te bouwen. In mei 1629 vroeg pastoor De Vryer aan de bisschop toelating om het geld van de “Armendisch”, in totaal 250 gulden, te mogen gebruiken om de bouw te kunnen voltooien. Het geld van de verkoop van pastorij De Groenvisch bleken onvoldoende te zijn. Dit werd door de bisschop toegestaan. Pieter De Wachter, kerkmeester van Nattenhaasdonk, schonk vanwege de parochianen van Nattenhaasdonk, een som van 100 gulden en een eiken boom. Eindelijk werd de nieuwe pastorij afgewerkt en zou de totale kost oplopen tot 1439 gulden 17 stuivers. Volgens een verklaring van pastoor De Vryer zou hij er 799 gulden 17 ¾ stuivers uit eigen zak hebben betaald. We weten dat de eerste pastorij op ‘den Dries’ aanleiding gaf tot een proces met pastoor Van Mauden, pastoor van Nattenhaasdonk, en dat later in 1674, pastoor Laché de helft van de huurwaarde van de tweede pastorij eiste. Dit vermits zij bekostigd werd door gedeelde financiële middelen van Hingene en Nattenhaasdonk. In 1642 neemt pastoor De Vryer afscheid van de Sint-Stefanusparochie om zijn werk verder te zetten in Boom. Een zeker heer Bald. De Backer werd tijdelijk aangesteld als vervanger tot er een nieuwe pastoor de parochie zou komen betrekken. E.H. Gabriël Rondinet , pastoor van 1642 tot 1671. In 1662 stelde de aartsbisschop van Mechelen, E.H. Jan De Vos aan als pastoor van Nattenhaasdonk. Sindsdien waren er verschillende conflicten tussen de geestelijken Rondinet en De Vos. W.H. Jan Costerus, kapelaan, armenpriester, koster en schoolmeester, verloor door die benoeming een jaargeld van 35 gulden, dat hij altijd ontving uit de kerkkas van Nattenhaasdonk, en een jaargeld van 70 gulden dat hij ontving van de pastoor van Hingene. Daarnaast bedreigde hij E.H. Rondinet met het verlies van zijn jaarlijkse inkomen van 75 gulden, dat hij altijd had ontvangen van de twee kerken en de armenkas. De landdeken bepaalde echter dat het jaargeld van 75 gulden aan Costerus zou worden uitbetaald voor het lezen van de vroegmis in Hingene. Door deze verminderde inkomsten wendde Costerus zich tot de wethouders die, samen met de geërfden en notabelen, besloten hem jaarlijks een toelage van 50 gulden te geven. De bisschoppen van Gent en Mechelen koppelden hier echter een voorwaarde aan: Costerus zou beurtelings de vroegmis in Hingene en Nattenhaasdonk moeten lezen. Costerus aanvaardde deze voorwaarden, maar dit viel niet in de smaak bij pastoor De Vryer, die zijn kapelaan verbood de vroegmis in de kerk van Nattenhaasdonk te lezen. Hij ging zelfs verder door de arme inwoners van Nattenhaasdonk en Wintam hun aalmoezen te onthouden. De armenmeester van Hingene weigerde zelfs het geld, dat hij van weldoeners kreeg voor de noodlijdenden van Nattenhaasdonk en Wintam, uit te delen. De wethouders waren het zat en verplichtten de pastoor en de armenmeester om de armen weer aalmoezen te geven en Costerus toegang tot de kerk te verlenen, maar het hielp niet. Rondinet weigerde bovendien een nieuwe kerk- en armenmeester aan te stellen, zoals hij verplicht was te doen. Kortom, er kwam geen overeenkomst tussen de geestelijke en de wereldlijke overheden, en de wethouders zagen zich genoodzaakt een commissaris naar Dendermonde te sturen om hun klachten aan de landdeken voor te leggen. Deze raadde hen aan zich te wenden tot de bisschop van Gent. Zij verzochten de bisschop om Costerus toe te staan de vroegmis beurtelings in Hingene en Nattenhaasdonk te lezen; pastoor Rondinet te verbieden hem toegang te weigeren; de pastoor en de armenmeester te bevelen de aalmoezen zonder onderscheid uit te delen aan de hulpbehoevenden; de plaatsen van kerk- en armenmeesters te vernieuwen en rekening te geven; en de wethouders te machtigen deze verzoeken zelf uit te voeren. De bisschop van Gent antwoordde positief en de wethouders kregen wat zij verzochten. Echter, pastoor Rondinet bleef onwrikbaar in zijn tegenstand. De situatie escaleerde zodanig dat de dorpsraad in januari 1665 een nieuwe aanklacht indiende bij de geestelijke overheid. De landdeken van Dendermonde, Daens, beval de pastoor opnieuw om de wethouders tevreden te stellen en zeker te gehoorzamen aan de bisschop van Gent. Dit gaf uiteindelijk de doorslag en pastoor Rondinet gehoorzaamde, waardoor er weer rust kwam in de parochies Nattenhaasdonk en Hingene. Costerus overleed in april 1672. Hij was een man die zeer lastige taken uitvoerde, zoals het afnemen van de biecht en het berechten van zieken tijdens de "besmettelijke ziekte". Hiervoor ontving hij in 1659 een getuigschrift van zelfopoffering met niet minder dan 53 handtekeningen. Na het overlijden van Costerus besloot de schepenraad dat zijn opvolgers de vroegmis beurtelings in Hingene en Nattenhaasdonk zouden blijven lezen, met dit verschil dat wanneer de graaf d’Ursel met zijn familie op het kasteel was, de vroegmis alleen in Hingene zou worden gelezen. De opvolger van Costerus zou een inkomen van 35 gulden genieten, waarvan de kerk van Hingene 20 en die van Nattenhaasdonk 15 gulden zou betalen. De positie van kapelaan bleef maanden vacant, waardoor een derde van de parochianen geen zondagsmis kon bijwonen. De opvolger van Costerus was Gabriël Hadock, die de titel van kapelaan-schoolmeester zou dragen. Na hem volgde Libertus Jaspaerts, die op 19 september 1721 overleed. De gewoonte om de vroegmis beurtelings in Nattenhaasdonk en Hingene te lezen bleef lange tijd bestaan. Op 11 september 1726 vertrok pater Simon De Wolff, een Brigittijn uit het klooster van Hoboken, die op zondagen en heilige dagen de vroegmis in beide parochiekerken las. Na hem werd deze taak vervuld door een pater van de abdij van Affligem uit de priorij van Bornem. E.H. Gabriël Rondinet stierf op 21 maart 1671 en werd begraven in de kerk van Hingene. E.H. Andreas Grootaert , pastoor tussen 1672 en 1713. Op de voorgevel van de kerk van Hingene staat het jaartal 1687 gebeiteld op een gedenksteen. Onder zijn ambt vonden er veel herstellingen en uitbreidingen plaats. Deze werken waren noodzakelijk geworden omdat de bevolkingsgroei in de parochie Hingene steeds groter werd en de kerk te klein. Ze vroegen hiervoor toestemming aan graaf d’Ursel, kregen die ook, en de edelman schonk zelfs 1000 gulden voor de bouw. Juffrouw Gillieta Van Haute, begijn te Mechelen, schonk de pastorij te Hingene een dagwand land, gelegen op de Kleine Kouter, met als voorwaarde twintig misvieringen ter ere van Sint-Jozef. In 1688 schonk zij met de warme hand (schenking onder levenden) een stuk land, 1 gemet (4500m²) en 121 roeden (4.052,2174m² - berekend op Dendermondse roede waarbij 1 roede 33,4894m² is) groot, gelegen in het Schelland, ten voordele van pastoor Grootaert en zijn opvolgers. Nadien schonk zij nog heel wat land aan de kosterij in het Mansbroek en op Klein-Mechelen. Je ziet dat onder het ambt van pastoor Grootaert veel percelen in het bezit van de geestelijken kwamen. E.H. pastoor Grootaert verdronk helaas op 19 juni 1713 in de wallen van het kasteel. Hij werd ter aarde besteld onder het koor van de kerk te Hingene. Andreas Laurens, pastoor te Bornem, werd aangesteld als tijdelijke vervanger om de diensten te garanderen. Andreas werd gezien als een grote weldoener van de parochie. Hij liet drie testamenten na, die aanleiding gaven tot een geschil tussen pastoor Andreas Laurens, de dorpsraad en de wettelijke erfgenamen. Om een rechtszaak te vermijden kwamen ze tot een overeenkomst door de tussenkomst van vier advocaten. De wettelijke erfgenamen deden uiteindelijk afstand van hun deel ten voordele van de kerk, pastorij, kosterij en het armenbestuur. E.H. Jan-Hendrik Van der Varent , pastoor van Hingene van 1713 tot 1764. In augustus 1719 werd het dorp getroffen door een hevig onweer. Terwijl een stormwind door Hingene raasde en angst de bevolking overmande, sloeg de bliksem in op de kerktoren, die kort daarvoor was gerestaureerd en nu opnieuw beschadigd raakte. Pastoor Van der Varent wendde zich daarna tot de raadsleden, gegoede burgers en notabelen, met het verzoek om de herstellingskosten van de kerktoren, zoals gebruikelijk, door de heerlijkheid te laten dragen. Dit leidde echter tot verdeeldheid: vijf schepenen en één notabele stemden voor, maar de burgemeester (Paschier Hermans uit Nattenhaasdonk), één schepen, en vier landeigenaren en notabelen stemden tegen. Zij gaven de voorkeur aan het bijwonen van kerkdiensten in Nattenhaasdonk of Eikevliet, en één van de aanwezigen stelde zelfs voor om de parochie Hingene in te lijven bij Nattenhaasdonk of Eikevliet. De tegenstanders, gesteund door de inwoners van Nattenhaasdonk, Wintam en Eikevliet, vormden de meerderheid en vonden het onrechtvaardig om te betalen voor de herstelling van de toren van Hingene, terwijl de inwoners van Hingene niets hadden bijgedragen aan de torens van Nattenhaasdonk of Eikevliet. Hierdoor bleven de nodige reparaties uit. Zes jaar later, op 18 december 1725, veroorzaakte een orkaan nog meer schade aan de toren. De dringende noodzaak tot herstelling kwam opnieuw ter sprake tijdens de dorpsraad, die op 15 januari 1726 in De Zwaan werd gehouden. De burgemeester en vier anderen weigerden een standpunt in te nemen, terwijl vijf schepenen en zes landeigenaren en notabelen instemden met het voorstel om de reparaties te bekostigen uit de dorpskas. Op diezelfde vergadering diende ook pastoor Mehauden van Nattenhaasdonk een klacht in; zijn kerktoren was eveneens beschadigd door de storm, en ook hij vroeg om financiële steun uit de dorpskas. Dit verzoek werd echter afgewezen met het argument dat zoiets nog nooit was voorgekomen, wat leidde tot de conclusie dat er sprake was van ongelijke behandeling. Tijdens zijn ambtsperiode ontstond in Hingene ook de confrérie "Zoeten Naam Jezus", die bestond uit 20 tot 30 leden en zich voornamelijk bezighield met het verpachten van bijenkorven. Op 14 december 1731 schreef hertog d'Ursel aan de wethouders van Hingene dat hij de vroegmis wilde overlaten aan de heer Harde, een priester op zijn kasteel. Dit werd goedgekeurd en er werd zelfs een jaarlijkse vergoeding van 50 gulden toegekend. Dit leidde echter tot ontevredenheid bij E.H. Van der Varent, die al snel actie ondernam. De heer Harde kreeg een schriftelijk verbod, opgesteld door officier Jan Teugels, waarin stond dat hij geen mis mocht opdragen, de klokken niet mocht luiden, en geen andere kerkelijke handelingen mocht verrichten in de parochie Sint-Stefanus. De hertog werd op de hoogte gebracht van de handelswijze van de pastoor, waarna hij afzag van enig protest. In 1759 werd de kerk van Hingene geplaveid. De arduinen grafstenen werden uit het midden van de kerk verwijderd en aan beide zijden van het schip herplaatst. Er werd besloten dat niemand meer in het midden van de kerk begraven mocht worden, en oude grafstenen konden daar niet teruggeplaatst worden. Tussen de twee koren werden de stenen zo verschoven dat er een witte voetsteen kon worden geplaatst om een kruisvorm te creëren. Op 24 januari 1764 werd er een draaiend tabernakel van eikenhout geplaatst. Dit was het laatste wapenfeit van E.H. Van der Varent, want hij overleed op 26 april 1764 op 87-jarige leeftijd, na een diensttijd van maar liefst 51 jaar. Hij werd begraven in de kerk van Hingene. E.H. Bonaventura de la Vigne , pastoor van Hingene van 1764 tot 1768. Tijdens zijn korte ambtstermijn ontstond er een geschil binnen de parochie. Petrus-Jacobus Peeters, hulppriester sinds 1750, overleed in 1766. De wethouders vonden het onrechtvaardig dat de armenzorg, destijds bekend als de armendis, het jaarlijkse bedrag van 40 gulden bleef betalen aan de toekomstige opvolger van E.H. Peeters. Zij stelden voor om 125 gulden uit de dorpskas te betalen. Echter, de gegoede burgers en notabelen pleitten voor het behoud van de bestaande jaargelden: 50 gulden uit de dorpskas en 40 gulden uit de armenzorg. Hierdoor bleef de situatie ongewijzigd. In 1768 werd, op verzoek van de Engelse paters, het jaarlijkse bedrag met 10 gulden verhoogd, waardoor het totaal 100 gulden bedroeg. Pastoor De la Vigne overleed op 12 september 1768 op 42-jarige leeftijd en werd begraven in het koor van de kerk van Hingene. Na zijn overlijden werd de openstaande functie tijdelijk waargenomen door E.H. Uyttersprot, onderpastoor van Bornem, en J.-F. De Ruysscher, totdat een nieuwe pastoor werd aangesteld in de parochie. E.H. Jan Verdickt , pastoor van Hingene van december 1768 tot aan zijn overlijden in 1809. Op 20 september 1774 werden de altaren van Onze- Lieve-Vrouw en Sint-Job ingewijd door de bisschop van Gent, Mgr. Govaart Geeraard van Eersel. Deze plechtigheid werd feestelijk begeleid door het afvuren van een kanon. In 1781 werd een nieuwe kerkhofmuur gebouwd, die 711 gulden en 10,5 stuivers kostte. In de jaren 1787 en 1788 werd er op de bidplaats van de familie d’Ursel een nieuwe kap geplaatst, bedekt met leisteen. In september 1790 vroegen de dorpsautoriteiten aan hertog d’Ursel om een onderpastoor aan te stellen om de vroegmis te verzorgen. Tot dat moment werd de vroegmis gedaan door een Dominicaan uit Bornem, die enige tijd betaald werd door de hertog. De hertog wilde echter niet langer betalen voor de pater, en de wethouders dienden een verzoekschrift in voor de aanstelling van een nieuwe onderpastoor met een jaarwedde van 240 gulden. Om hun verzoek te ondersteunen, meldden ze dat er in Hingene 680 communicanten waren. Wat de reactie op dit verzoek was, is niet bekend. Tijdens het Franse Schrikbewind, in 1794, verzorgde pater Romanus (Ferdinand de Longé) regelmatig de vroegmis in Hingene. Hij kwam uit Dendermonde en werd in 1803 pastoor in Vossem. In juli 1808 verzocht de dorpsraad van Hingene om de pastorij te mogen aankopen, die door het middenbestuur van het departement der beide Nethen als nationaal goed was verkocht. De pastorij werd geschat op 7230,11 frank, maar de eigenaar, Jan-Ferdinand Van Goethem, die de woning gedwongen had aangekocht, verkocht de pastorij voor 2000 frank. De verkoopakte werd getekend op 31 augustus 1809 bij notaris Moens te Puurs. Ondertussen was pastoor Verdickt op 1 mei 1809 overleden. Zijn grafsteen werd ingemetseld in de muur langs de noordzijde van de sacristie. E.H. Petrus Huseweel , pastoor sinds 29 mei 1809 tot aan zijn overlijden in 1831. Tijdens zijn ambtsperiode werd de pastorij door de gemeente aangekocht. In 1818 werd de grote klok in de kerktoren opgehangen, waarop een afbeelding van Sint-Stefanus stond, vergezeld van het opschrift: “Andreas van de Gheyn me fudit lovini anno 1818. R.D.P. Huweweel, Pastoor; den heer van Goethem, Maire; Susceperunt Perillustris Dom. Carl. Jos. Dux d’Ursel et d’Hoboken Thoparcha d’Hingene, et Perillustris Domince Lud. Maria Jos. Franc. Princeps de Masserano.” E.H. Jan van den Wyngaert , pastoor van 1831 tot aan zijn overlijden in 1864, werd geboren op 20 september 1796 te Onze-Lieve-Vrouw-Waver en overleed op 22 december 1864 te Hingene. Hij begon zijn studies in het Kerkelijk hoger onderwijs aan het Grootseminarie te Mechelen op 27 september 1817. Enkele jaren later, op 26 februari 1820, werd hij in Mechelen tot priester gewijd en begon hij zijn loopbaan als onderpastoor in de Onze-Lieve-Vrouw aan de Scheldeparochie te Bornem, waar hij diende tot 27 oktober 1831. Op 28 oktober 1831 werd hij feestelijk onthaald door de parochianen van Hingene. Tijdens zijn ambtstermijn werd de pastorij heropgebouwd. De gemeenteraad stelde hiervoor 3000 Belgische frank beschikbaar. Frans Drossaert, een geboren Hingenaar die toen als bouwkundig ingenieur in Tienen woonde, diende het bestek in met een geschatte uitgave van 7619,64 Belgische frank. Omdat de financiële middelen van de gemeente onvoldoende waren om deze kosten te dekken, werd de boomgaard naast de pastorij verkocht om de bouw te kunnen voortzetten. Op 26 juli 1845 sloeg de bliksem in op de kerktoren, waarbij de schade werd geschat op 980 Belgische frank. Hij word begraven op het kerkhof van Hingene. E.H. Cornelius-Victor Van de Velde , pastoor van 1865 tot aan zijn overlijden in 1871, werd geboren op 19 april 1822 in Edegem en overleed op 2 december 1871 in Hingene. Hij begon zijn studies aan het Grootseminarie te Mechelen op 5 oktober 1844 en vervolgde zijn opleiding aan de Katholieke Universiteit Leuven vanaf 1 oktober 1847, waar hij zijn bachelor in de Godsgeleerdheid behaalde. Rond die tijd werd hij ook tot priester gewijd in het Aartsbisdom Mechelen. Omdat hij zijn kennis wilde uitbreiden, zette hij zijn studies voort aan het Belgisch Pauselijk College in Rome, opgericht in 1844, in het jaar 1849. Tot 17 maart 1865 was hij geestelijk directeur bij de Congregatie van de Broeders Alexianen in Elsene. Op 22 september 1855 werd hij onderpastoor in de Sint-Michiel en Sint-Goedeleparochie te Brussel. Vanaf 7 mei 1862 ging hij aan de slag als huisleraar bij de hertog van Arenberg, Engelbert August d’Arenberg. Zijn inhuldiging als pastoor van de Sint-Stefanusparochie vond plaats op 17 maart 1865. Hij werd, na zijn dood in 1871, begraven op het kerkhof van Hingene. E.H. Frans-Willem-Jozef-Lodewijk Collaes , pastoor van 1871 tot 1892, werd geboren op 15 augustus 1824 in Brussel en overleed op 1 april 1893 in Boechout. Hij werd op 18 september 1847 tot priester gewijd in het Aartsbisdom Mechelen en begon op 21 april 1854 als leraar aan de Middelbare School te Brussel. Op 23 december 1871 nam hij de functie van pastoor op in de Sint-Stefanusparochie te Hingene. Om redenen die niet zijn achterhaald, gaf hij op 17 november 1892 zijn ontslag als pastoor. Hij trok zich terug in het Psychiatrisch Centrum van de Broeders Alexianen in Boechout, waar hij op 1 april 1893 overleed. Zijn lichaam werd overgebracht naar Hingene en daar op 6 april 1893 ter aarde besteld. E.H. Alfons-Frans-Karel Verhaegen , pastoor, geboren op 31 december 1856 en overleden op 29 augustus 1925. Hij begon zijn loopbaan als leraar in het Pensionnat du Bruel te Mechelen op 1 november 1880, een functie die hij bekleedde tot 1893. Tijdens zijn periode als leraar werd hij op 11 juni 1881 tot priester gewijd in het Aartsbisdom Mechelen. Op 21 januari 1893 werd hij benoemd tot pastoor van Hingene, waar hij op 26 januari van datzelfde jaar plechtig werd ingehuldigd. Hij vervulde deze taak tot aan zijn overlijden in 1925. E.H. Victor Jansens , pastoor, geboren op 6 maart 1877 te Puurs en overleden te Hingene op 7 april 1942. Tot priester gewijd op 1 juni 1901 in Mechelen, vervolgens leraar godsdienst in het Onze-Lieve-Vrouwcollege te Boom van 1901 tot 1911. Onderpastoor van de parochie Sint-Laurentius te Antwerpen van 1911 tot 1925 en daarna aangesteld als pastoor van de parochie Sint-Stefanus te Hingene op 21 september 1925 tot aan zijn dood op 7 april 1942. E .H. Lodewijk Jozef Loos , pastoor en proost, geboren op 3 mei 1891 te Vertrijk en overleden op 18 mei 1964 te Hingene. Hij onderbrak zijn seminariestudies bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog om zich als vrijwilliger te melden bij het Belgisch leger. Hij deed aan het front dienst als Vuurkruiser en raakte er gewond, ten gevolge waarvan hij de rest van zijn leven oorlogsinvalide zou blijven. Na de oorlog hervatte hij zijn studie aan het Grootseminarie en werd eind 1919 priester gewijd. Hij was onderpastoor in achtereenvolgens Deurne (1920 tot 1925) en Willebroek (1925 tot 1929) tot hij in 1929 benoemd werd als pastoor van de Sint-Albertusparochie in Muizen. Toen hij in 1942 de soldaten van een Duitse luchtafweereenheid in Muizen terecht wees om hun te vrije omgang met enkele vrouwelijke parochianen, werd hij gearresteerd en naar de Kriegskommandantur gebracht. Na zijn vrijlating werd hij na tussenkomst van de Leuvense rector Mgr. Van Waeyenberghe, een jaargenoot met wie hij tijdens de Eerste Wereldoorlog aan het IJzerfront in militaire dienst was geweest, door Kardinaal Van Roey uit veiligheidsoverwegingen overgeplaatst naar Hingene. Daar zal hij actief blijven tot zijn overlijden in 1964. E.H. Jan Van Kerckhoven , pastoor en proost, geboren op 13 augustus 1911 te Willebroek en overleden in Bornem op 18 januari 1984 op 72-jarige leeftijd. Hij werd begraven op het kerkhof van Mariekerke. In 1939 werd hij tot priester gewijd te Mechelen en was achtereenvolgens onderpastoor te Hoeilaart, in de St.-Willebrordusparochie te Antwerpen, was directeur van het jongenstehuis "Ivo Cornelis" te Mechelen en uiteindelijk pastoor te Hingene van 1964 tot 1977, daarna ook pastoor te Weert en priester-op-rust te Mariekerke. E .H. Henk Hamerlinck , pastoor en proost, geboren te Sas van Gent in Zeeuws-Vlaanderen op 14 maart 1935 en overleden in het WZC O.-L.-Vrouw te Bornem op 21 april 2021. Hij deed zijn intrede in de Sint-Bernardusabdij te Bornem op 17 september 1956 en werd daar op 17 juli 1962 tot priester gewijd. Vanaf 1964 werd Henk godsdienstleraar aan de Humaniora O.-L.-V.-P. te Bornem en zal dit werk tot 1975 doen. Tussen 1969 en 1977 was hij onderpastoor in de Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Leodegariuskerk. In 1977 verwelkomt de parochie Sint-Stefanus in Hingene Henk als hun nieuwe pastoor en zou hij met veel zin proost van Chirojongens en -meisjes Sint-Stefaan Hingene worden. Hij neem vanaf 2001 ook de honneurs waar als federatiepastoor van Groot-Bornem. In 2004 nam pastoor Henk afscheid van zijn parochie in Hingene en als federatiepastoor van Groot-Bornem. Vanaf dan zal hij priester en aalmoezenier worden in het WZC te Bornem-centrum tot 2020, waar hij uiteindelijk komt te overlijden in 2021. E .H. Patrick Maervoet , pastoor en federatiepastoor, geboren op 26 maart 1960 te Groot-Bijgaarden. Afgestudeerd als regentaat wiskunde-fysica-godsdienst ontdekte hij dat hij een roeping had. Was actief geweest bij 13-plus en de plaatselijke Chiro waardoor zijn roeping waarschijnlijk al vorm kreeg. Patrick volgde een verkorte priesteropleiding aan het seminarie Centrum voor Kerkelijke Studies. Zijn eerste benoeming als pastoor was in 1986 te Herent. Daarna kreeg Patrick in 1993 een nieuwe benoeming in Huizingen. In functie van de zorg voor zijn moeder was dit heel praktisch, want Huizingen was dichtbij. Bisschop Jan De Bie had hem aangekondigd dat hij er na verloop van tijd ook Dworp bij zou krijgen. Na amper negen maanden was het al zo ver. Zo werd Patrick al vroeg betrokken bij samenwerking. Na verloop van tijd kwamen Linkebeek en Drogenbos er ook nog bij. Twee faciliteitengemeenten, wat weer een andere insteek gaf. Ondertussen werd hij ook gevraagd, deel uit te maken van de vicariale beleidsploeg. Het was de tijd van het pastoraal plan en het begin van de federaties. Als jonge priester kreeg hij veel vertrouwen van de beleidsploeg. Inmiddels werd ook Patricks vader ziek en overleed al vrij snel. In die periode werd er in het gezin Maervoet een zorgplan opgesteld voor moeder, waarin zowel broers en zussen als schoonfamilie en de ruimere familie werden ingeschakeld, zodat moeder thuis kon blijven. In 2002 stierf zij, omringd door haar kinderen. Patrick is dankbaar voor de 16 jaar (dokters noemen het een medisch wonder) die ze nog samen met moeder gekregen hebben. De zorg voor zijn ouders werd een sterke factor in het leven van Patrick. De zorg voor mensen is ook belangrijk in zijn pastorale taak. Omdat samenwerkingsverbanden creëren hem wel interesseerde en omdat hij nood had aan een nieuwe uitdaging, stelde Patrick zich kandidaat voor een nieuw project dat het vicariaat voor ogen had, nl. in Bornem, Klein-Brabant, de onderlinge samenwerking bevorderen. In 2004 was het dan zover! Hij werd aangesteld in de 7 parochies van Groot-Bornem, waaronder ook Hingene. “Samenwerking tussen parochies vraagt voortdurende veranderingen, nieuwe stappen durven zetten. Dingen loslaten om er nieuwe te krijgen. Men was ondertussen zo ver, dat er werd overgegaan tot de fusie van parochies tot één parochie. Dat wil zeggen, één kerkfabriek, één financiële rekening, één secretariaat e.d.” Echter zou hij de fusie moeten overlaten aan een ander omdat er zich de kans voordeed om Deken te worden en de zorg op te nemen voor de federaties Kortenberg, Herent en het dekenaat Herent. In alle discretie werd de aankondiging in Herent en Kortenberg, maar ook in Bornem voorbereid. Uiteraard sloeg het nieuws in Bornem in als een bom. Op 1 september 2014 begon Patrick Maervoet aan zijn nieuwe taak als deken van Herent en federatiepastoor in Kortenberg en Herent. Hugo Spiessens , parochiaal werker, zal tijdelijk als verantwoordelijke van parochiaal werkers diensten begeleiden van 2014 tot 2019. Tot dan is men op zoek naar een andere federatiepastoor. E.H. Steven Barberien , pastoor en voorzitter van het parochiebestuur van de R.K. parochie H. Norbertus, geboren op 14 april 1976 te Lier. Van jongs af aan is en voelt hij zich als cantor en koster betrokken bij het parochieleven. Er is ook altijd een duidelijke roeping tot het priesterschap aanwezig geweest. Op 18-jarige leeftijd gaat hij vanuit Vlaanderen naar het St.-Janscentrum in het Noord-Brabantse ’s-Hertogenbosch om daar met zijn priesterstudie te beginnen. Na zijn priesterwijding op 17 juni 2000 wordt hij als pastor benoemd te Helmond in de parochies van Mierlo-Hout, Brouwhuis en Rijpelberg. Wanneer de laatste twee parochies gefuseerd zijn, vraagt de bisschop hem in 2003 pastoor te worden van de Willibrordusparochie te Diessen. In 2006 komen daar de parochies van Biest-Houtakker, Esbeek en Haghorst bij. Ook daar voert hij een doorgedreven fusie uit met de nodige passie. In 2012 fuseren deze vier parochies tot de parochie H. Norbertus. Op 1 maart 2014 sluit de parochie St.-Petrus te Hilvarenbeek zich hierbij aan. De laatste stuitte op veel verzet bij de parochianen van Hilvarenbeek. Pastoor Barberien behaalde op 27 juni 2014 de graad van Magister in de Theologie aan de Pauselijke Universiteit van Johannes Paulus II te Krakow (Polen). In 2019 voelde pastoor Barberien dat zijn tijd gekomen was om terug naar Vlaanderen te gaan en bood zich aan bij het aartsbisdom Mechelen-Brussel met de vraag om te mogen werken als parochiepriester. Daarop gaf Bisschop De Korte hem per 1 juli 2019 zijn ontslag met de vraag om tegen die datum de pastorie verlaten te hebben voor zijn opvolger. Op 23 september 2019 werd Steven Barberien benoemd tot aangesteld priester volgens canon 517§2 voor de pastorale zone Bornem-Sint-Amands en voor de pastorale zone Puurs-Sint-Pieter. Hij zal diegene zijn die de fusie zal voltrekken en ontwijdingen van kerken in de federatie Bornem, waaronder de Sint-Margarethakerk te Wintam, zal doorvoeren. Op deze beslissing kwam enorm veel protest binnen de gemeenschap te Wintam en de Orde van Hingene liet zelfs de zwarte vlag hijsen. Het protest kwam door nostalgisch, religieus of karakteristiek sentiment, al bracht dit geen zoden aan de dijk. Vanaf 19 november 2022 zal hij ook verantwoordelijk zijn als pastoor pastorale zone ‘Kerk Klein-Brabant-Bornem/Puurs-Sint-Amands’. Bron(nen): Wikipedia Erik Meeussen en Gerrit Vanden Bosch. Lodewijk Loos. In: ODIS. Record last modified date: 29 juni 2013. Available from World Wide Web: http://www.odis.be/lnk/PS_27506 Gerrit Vanden Bosch. Joannes Van den Wyngaert. In: ODIS. Record last modified date: 3 oktober 2006. Available from World Wide Web: http://www.odis.be/lnk/PS_70637 Erik Meeussen. Gulielmus Collaes. In: ODIS. Record last modified date: 31 maart 2015. Available from World Wide Web: http://www.odis.be/lnk/PS_126597 Nieuwsblad.be; Pastoor Patrick ruilt Dworp voor Bornem; Ingrid Depraetere; 2004 Kerknet.be; Personalia 2019-2020 h-norbertus.nl; cv pastoor Steven Barberien Geschiedenis der Gemeente Hingene; Leopold Mees; 1894 tongerlo.org/2023/11/22/vrijdag-24-november-2023/
2012-2026