Orde van Hingene

Erkende vereniging door de gemeente Bornem, Faro, Histories vzw en koepelorganisatie Heemkunde Gouw Antwerpen. Disclaimer - Recht op afbeelding - Recht op privacy

Neem contact met ons op

Barelveldweg 8 - 2880 BORNEM 0469 43 19 44 ordevanhingene@gmail.com contact@ordevanhingene.be

DORP IN DE GEMEENTE HINGENE

Nattenhaasdonk (Gehucht Wijk B3) Naamsverklaring Nattenhaasdonk is samengesteld uit nat, haas en donk. De naamverklaring van dit woord wordt zeer verschillend omschreven wat betreft de lettergreep haas. Over de eerste greep bestaat er geen twijfel: nat betekent hetzelfde als het Franse humide. Wij kunnen alsnog geen vrede nemen met wat Peeters verklaard over het feit dat het geleend is van de familie Nat, Nats of Natten. Er valt aan te merken dat het hoedanigheidswoord 'nat' niet altijd in de samenstelling van deze plaatsnaam is voorgekomen. We besluiten dat 'Natten' een voorvoegsel is, waarvan men zich eindelijk bediende, om een onderscheid te maken met Haasdonk in Vlaanderen. Dit dorp lag niet zo ver van Nattenhaasdonk. De verklaringen van donk zijn: land, aarde, heuvel, hoogte, laagte, moeras, bemeste grond, huis. Men merkt dat er tussen deze woorden een groot verschil in betekenis. Dingen of dungen, werd verstaan als bemesten bij de Oude Germanen. De Hoog-Duitsers gebruiken dit woord nog in de vorm van dungen. Van dingen of dungen komt dunck, donck, donk. Het woorddeel 'haas' werd op verschillende wijzen geschreven. In 1030 schreef men, volgens oude gedenkstukken, Havequesdonck ; in 1050 tot 1181 Havelesdunc en Havekesdunc ; in 1121 ook Havechedunc ; in 1190 Haversdonck ; in 1208 Havesdunc ; in 1211 Hafverdunc ; in 1213 Hosendunc ; in 1217 Havexdonc ; in 1246 Hosdonc ; in 1298 Avesdonck ; in 1299 Havesdonck ; in 1306 Havixdonc ; in 1330 Havesdonc ; in 1524 Haupdonck ; in 1575 Haexdonck , enz. te lang om alle schrijfwijzen te vermelden. Deze verschillende schrijfwijzen zeggen genoeg, dat de betekenis van 'haas' bijna niet te verklaren is. Nattenhaesdonck , zoals wij het laatst in een werk aantroffen, zou ons tot het denkbeeld kunnen brengen, dat 'haas' een verbastering is van 'hars' (résine). De eerste bewoners De eerste mensen waren waarschijnlijk vissers, alleen al omdat het oeverbewoners waren, maar zullen waarschijnlijk op de hoger gelegen gronden aan landbouw hebben gedaan. Vondsten van Gallo-Romeinse munten wijzen erop dat er al heel wat bewoning in de streek aanwezig was. Nattenhaasdonk zou reeds in 4e eeuw permanent bewoond geweest zijn en is alleszins de oudste woonkern op het grondgebied Hingene. Parochie Nattenhaasdonk of Havekesdunc Volgens de akte van Wenemaar uit 1100 blijkt dat het Land van Bornem twee   afhankelijke   parochies heeft: Nattenhaasdonk en Hingene . Tijdens die periode en nog lang daarna is Nattenhaasdonk belangrijker dan Hingene. Nattenhaasdonk was een hulpparochie van Bornem, maar fungeerde op zijn beurt als moederparochie voor Hingene. De parochie Nattenhaasdonk was door haar ligging aan de Rupel een zeer belangrijke handels- en strategische plaats. In een oorkonde uit 1487, uitgevaardigd door Maximiliaan van Oostenrijk, kunnen we bevestigen dat de kerk van Nattenhaasdonk als moederkerk voor de kerk van Hingene fungeerde. Het is ook geweten dat de parochie Nattenhaasdonk afhing van de parochie uit het Land van Bornem. Diezelfde oorkonde verplichtte de gemeentelijke overheid de officiële bekendmakingen en verordeningen eerst in de kerk van Nattenhaasdonk en pas daarna in de kapel te Hingene mee te delen. Bijkomende onrechtstreeks bewijs vormt ook nog de interpretatie van twee oorkonden uit 1190 en 1198. Daarin wordt de naam van Haasdonk steeds vermeld vóór die van Hingene, en ook bij de ondertekening figureert de handtekening van de pastoor van Nattenhaasdonk vóór die van Hingene. De kapel van Hingene werd trouwens opgericht door de inwoners van Nattenhaasdonk zelf, na één van de zoveelste overstromingen die de parochie hebben geteisterd. De mensen moesten hun zondagsplicht immers nakomen. In 1664 bij gelegenheid van een lang aanslepend rechtsgeding tussen de parochies Hingene en Nattenhaasdonk, omtrent de betwisting van voorrechten tussen beide kerken, haalt de pastoor van Nattenhaasdonk een brief aan van Wenemaar, kastelein van Gent en heer van Bornem (1088-1138); daarin is sprake van de aanstelling door zijn grootvader van een priester te Haasdonk. Hieruit kan men met zekerheid besluiten dat Nattenhaasdonk een eigen kerk had in de eerste helft van de 11e eeuw. Echter maakte de slechte ligging de parochie van Nattenhaasdonk snel arm, door overstromingen en oorlogen. Met de tijd werd de parochie minder belangrijk en won Hingene aan prestige en belang, evenals de parochie Sint-Stefanus. Dit was te danken aan de heren Schetz en Van Ursel. Ondanks dat hun kerk meermaals werd verwoest door natuurkrachten en soldaten, bleven de inwoners verkleefd aan hun bakermat. Toch konden de parochianen van Nattenhaasdonk-Wintam deze achteruitgang moeilijk verkroppen en het kwam geregeld tot botsingen tussen de twee parochies. De geestelijken waren hierbij de grootste aanstokers. Het gevolg was dat de kerk van Nattenhaasdonk voortaan werd bestempeld als kapel en een kapelaan of onderpastoor zou daar de dienst doen. In Hingene werd de status van kerkparochie behouden. De grote onenigheid was ook een indirect gevolg van het feit dat elke parochie toebehoorde aan een ander bisdom. Zo behoorde de parochie Nattenhaasdonk-Wintam , net als die van Eikevliet , tot het aartsbisdom Mechelen , terwijl Hingene behoorde tot het bisdom Gent . Pas ten gevolge van het concordaat van 1801 , gesloten tussen Napoleon I en paus Pius VII , kwam de parochie van Hingene ook onder het aartsbisdom Mechelen te vallen. Het kwam zelfs zo ver dat men grenspalen sloeg om de parochiegrenzen aan te geven. De 16e eeuw bracht voor Nattenhaasdonk veel tegenspoed. In 1566 werd de kerk volledig verwoest door de Spanjaarden en ook de pastorij bleef niet gespaard. De stenen werden gebruikt voor het bouwen van het fort Sint Margriet aan de monding van de Rupel in de Schelde. Pas veel later werd de wederopbouw aangevat in 1603 begon men aan een nieuwe toren, in 1610 aan het koor en in 1616 werd de beuk gebouwd. Deze periode moet ervoor gezorgd hebben dat Hingene, Nattenhaasdonk definitief voorbijstak; menig pastoor te Nattenhaasdonk gaf toen zijn bediening op wegens een armoedig bestaan. De pastoors van Hingene werden vanaf 1599 deservitor ( waarnemend pastoor ) te Nattenhaasdonk. Pastoors van de parochie Nattenhaasdonk Alexander Van Heycken (1504) Gerardus Van Schellebroeck (1599-1602) Jan Bailliu Godefridus Pontani (1604) Judocus De Blieck (1616-1619) - deservitor Petrus De Vryer (1619-1642) - deservitor Walter Van Mauden (1618) Gabriël Rondinet (1642-1662) De Vos Ambroos Laché (1665) Mehauden (1726) Willem Huveneer: ''Willem Huveneers werd geboren in Aarschot in 1751 en overleed in Wintham in 1806. Hij was pastoor in Nattenhaasdonk. Tijdens de Boerenkrijg was hij aalmoezenier van de brigands.'' Stormvloed van 1825 Het was de stormvloed van 1825 die een einde maakte aan de parochie Nattenhaasdonk. Deze overstroming, die weken lang de helen omgeving blank zette, was het einde van het kerkelijk Nattenhaasdonk. De inwoners van het nabij gelegen Wintam hadden in het verleden reeds verschillende inspanningen gedaan om een eigen kerk te bekomen. Bij KB van 1827 werd er toestemming gegeven voor het bouwen van een nieuwe kerk op de kouter te Wintam. De eerste steen werd gelegd op 29 mei 1828. De toren kwam er pas in 1862. Het barok meubilair is afkomstig uit de kerk van Nattenhaasdonk. De nieuwe kerk werd toegewijd aan de Heilige-Drievuldigheid en aan Sint-Margaretha die voorheen patrones van Nattenhaasdonk was. Fort Sint-Margaretha In 1566, onder Spaanse heerschappij, werd de kerk van Nattenhaesdonck totaal verwoest en met de bruikbare grondstoffen werd het fort Sint- Margaretha gebouwd. Niet lang daarna bouwden de Nattenhaesdonckenaars een nieuwe kerk. Afstammelingen De inwoners van Hingene én Wintam, en waarschijnlijk ook de inwoners van Eikevliet, zijn de kinderen van Nattenhaesdonck. Bron(nen): Van Eycke tot Eikevliet; Danny Polfliet Geschiedenis der Gemeente Hingene; Leopold Mees; 1894
2012-2026