Orde van Hingene

Erkende vereniging door de gemeente Bornem, Faro, Histories vzw en koepelorganisatie Heemkunde Gouw Antwerpen. Disclaimer - Recht op afbeelding - Recht op privacy

Neem contact met ons op

Barelveldweg 8 - 2880 BORNEM 0469 43 19 44 ordevanhingene@gmail.com contact@ordevanhingene.be

DORP IN DE GEMEENTE HINGENE

Klein-Mechelen (Wijk D) Het gehucht, Klein Mechelen of Petit Malines (zoals het in het Ancien régime genoemd werd), behoort voor een klein gedeelte tot de gemeente Bornem, en grotendeels tot de deelgemeente Hingene toe. Klein-Mechelen is vermoedelijk verwijzend naar de naam van een herberg of wellicht omdat de plaats Mechelen heette en ze te onderscheiden van de stad. Dit is alvast de theorie van Hendrik Peeters in zijn boek, Oorsprong der namen van de gemeenten en gehuchten der Provincie Antwerpen, uit 1892. Volgens andere auteurs, zoals Emiel Buskens (Mechelen, de heerlijke; p. 62 uit 1947) zou Klein-Mechelen, het mahal of de vergaderplaats (meiveld) van de Franken uit Klein-Brabant zijn geweest, zoals Mechelen dat was voor een ander deel van Brabant. Dan heb je nog oudheidkundige Bernaerts die zegt dat het oud-Vlaamse woord Quaed, klein betekend, zodat Quaed-Mechelen hetzelfde zou zijn als Klein-Mechelen, maar deze veronderstelling is weinig aannemelijk. Wat de afkomst van de naam betreft, tasten we dus nog altijd in het duister en sommige theorieën zijn aannemelijker dan de andere. De verschillende historische schrijfwijzen voor Wijk D zijn: Cleyn Mechelen (Ferraris 1777) ; Kleyn Mechelen (Vandermaelen 1846-1854; Popp 1842-1879) ; Klein Mechelen (Atlas der Buurtspoorwegen 1841); Petit Malines (Belgische Topografische kaart 1873) ; Klein-Mechelen ( Militair Cartografisch Instituut 1939-1951 ). Klein-Mechelen bestond in de vroege middeleeuwen voornamelijk uit bos, de Schaakbossen. Maar door de steeds grotere nood aan landbouwgronden, werd het bos steeds kleiner en kleiner tot het plaats had gemaakt voor talrijke vruchtbare akkers. Tot het concordaat van 1801 vielen Eikevliet en Klein-Mechelen onder het geestelijke Puurs. Dat wil zeggen dat deze twee gehuchten onder de Heerlijkheid ( gemeentelijk ) Hingene vielen, maar parochiaal onder Puurs. Ondanks het protest van de bewoners uit Klein-Mechelen, die liever tot de parochie Hingene toebehoorden. Het Concordaat van 15 juli 1801 ( officieel 26 Messidor jaar IX van de Franse republikeinse kalender ) werd afgesloten tussen paus Pius VII en Napoleon Bonaparte (in zijn hoedanigheid van eerste consul van de Franse Republiek). In de in 1795 geannexeerde Zuidelijke Nederlanden, waar sinds 1798 spontane haarden van volksopstand uitbraken, bekend onder de naam Boerenkrijg , koos de geestelijkheid overwegend de kant van de opstandelingen. De voornaamste bepalingen waren: De katholieke godsdienst kon in volle vrijheid worden beleden. Er zou in onderling overleg een nieuwe indeling komen van bisdommen in Frankrijk (inclusief het geannexeerde België en Rijnland). De bisschoppen moesten een eed van trouw aan de regering afleggen. Daarin beloofden ze alles wat nadelig kon zijn voor de Staat te laten weten aan de regering. De bisschoppen zouden de nieuwe diocesen indelen in parochies, met goedkeuring van de regering. De bisschoppen en pastoors zouden door de Staat bezoldigd worden. De paus verklaarde uitdrukkelijk de afstand van de verkochte kerkelijke goederen te erkennen en de nieuwe eigenaars ervan nooit te benadelen. Toen, in 1870 , de spoorlijn Mechelen-Sint-Niklaas-Terneuzen (spoorlijn 54) werd aangelegd, vreesden de Hingenaren dat het schadelijk zou zijn voor de omgeving, maar de ijzeren spoorbaan doorloopt slechts een nietig lapje Hingene’s grondgebied, op het gehucht Klein-Mechelen. Daardoor werd een mogelijk protest, tegen deze spoorlijn, in de kiem gesmoord. Bron(nen): Geschiedenis der Gemeente Hingene; Leopold Mees; 1894
· · · · · ·
2012-2026