Orde van Hingene

Erkende vereniging door de gemeente Bornem, Faro, Histories vzw en koepelorganisatie Heemkunde Gouw Antwerpen. Disclaimer - Recht op afbeelding - Recht op privacy

Neem contact met ons op

Barelveldweg 8 - 2880 BORNEM 0469 43 19 44 ordevanhingene@gmail.com contact@ordevanhingene.be

BURGEMEESTERS VAN HINGENE

L ijst van burgemeester van de gemeente Hingene Jan-Ferdinand Van Goethem (1818-1820) Joannes Ferdinandus Gregorius Van Goethem werd geboren in Hingene op 25 januari 1759 en overleed aldaar op 3 maart 1820 . Hij was de jongste zoon van Ferdinandus Franciscus Van Goethem 1714 -† 1787 ) en Elenora Philippina Amelinckx 1714 -† 1791 ) uit een gezin van tien kinderen. Hij was voordat hij burgemeester van Hingene werd, rentmeester van hertog d’Ursel. Van Goethem overleed plots in de nacht van 2 op 3 maart 1820 toen hij een bres in de Scheldedijk , ter hoogte in het Spierbroekpolder , probeerde te dichten. Van Goethem vervulde een cruciale rol in de lokale overheid van Hingene. Van 1787 tot 1801 was hij aangesteld als griffier of secretaris van de gemeente, een functie waarin hij belast werd met het beheer van alle juridische, bestuurlijke en burgerlijke administratie. Hij was verantwoordelijk voor het opstellen van officiële documenten en het bewaren van de dorpsarchieven, welke hem onder eed werden toevertrouwd. Deze rol gaf hem een centrale positie in het dorp, aangezien hij de schakel vormde tussen de dorpsadministratie en de gemeenschap. Na zijn tijd als secretaris werd Van Goethem in 1812 benoemd tot meier van Hingene , een positie die hij tot 1818 bekleedde. In deze functie behield hij het t oezicht over de lokale administratie en trad hij op als vertegenwoordiger van de gemeente . Op maandag 8 juni 1818 vond in Mechelen een bijzondere gebeurtenis plaats: de officiële aanstelling van burgemeesters voor de landelijke gemeenten in het arrondissement Mechelen , waaronder de gemeente Hingene. Jan-Ferdinand Van Goethem , benoemd tot burgemeester van Hingene bij koninklijk besluit van 7 mei 1818 , was echter niet aanwezig bij deze ceremonie vanwege een dringende reisverplichting. In een brief gaf hij aan spoedig bij de gouverneur langs te komen om zijn eed af te leggen. Deze bijeenkomst werd voorgezeten door Baron Pierre Joseph Pycke (°1771-†1820), gouverneur van de provincie Antwerpen en ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw , en werd bijgewoond door meerdere nieuwe burgemeesters, zoals J.B. Van Campenhoudt van St.-Amands en graaf Ch. G-M de Marnix van Bornem. De aanwezigen legden de eed af volgens de voorgeschreven ceremonie, waarin zij plechtig verklaarden trouw te zijn aan hun ambt. Burgemeester Van Goethem zou uiteindelijk op dinsdag 16 juni 1818 zijn trouw zweren aan gouverneur Pycke. In december 1818, tijdens het burgemeesterschap van Jan-Ferdinand Van Goethem , werd in Hingene een belangrijk administratief project voltooid: de opmaak van kadastrale plannen voor de gemeente. Onder toezicht van baron Cornelis Charles Six van Oterleek (°1772-†1833), toenmalig Minister van Financiën van het Koninkrijk der Nederlanden , en baron Pycke , gouverneur van de provincie, werden gedetailleerde kaarten gemaakt. Deze omvatten zowel een algemeen plan van de gemeente Hingene als tien afzonderlijke plannen voor de wijken en parochies. Het kadaster , dat op 1 december 1818 werd ingevoerd, had als doel een nauwkeurige berekening van de grondlasten mogelijk te maken. Deze belastingen werden vastgesteld op basis van de oppervlakte, de kwaliteit en de verwachte opbrengst van de gronden. De kadastrale registratie onder Van Goethem’s burgemeesterschap markeerde een belangrijke stap in de administratieve en fiscale organisatie van Hingene, en droeg bij aan de ontwikkeling van een transparant en gestructureerd belastingstelsel . Op 2 maart 1820 brak de dijk van de Spierenbroekpolder. Dankzij een zomerdijk kon men het Scheldewater beperken in zijn stroming naar het binnenland. Zo konden de herstellingswerken direct beginnen en bleven de kosten beperkt tot 12.000 frank. Toch kostte deze dijkbreuk enkele mensenlevens, waaronder dat van dijkgraaf en tevens burgemeester van Hingene, Jan-Ferdinand Van Goethem . Charles-Joseph d'Ursel (1820-1960) Charles-Joseph d'Ursel werd geboren in Brussel op 9 augustus 1777 en overleed in Nattenhaasdonk- Hingene op 27 september 1860 . Hij was de zoon van Wolfgang-Guillaume d'Ursel (°1750-†1804) en prinses Flore d'Arenberg (°1752-†1832). Charles-Joseph trouwde met Louise Victoire Josephine Ferrero- Fieschi (°1779-†1847), prinses van Masserano , en samen kregen ze drie zonen: Jean Charles Marie Léon d'Ursel , de 5e hertog d'Ursel (°1805-†1878), Ludovic-Marie (°1809-†1886), en Marie-August (°1815- †1878). Alle huidige d'Ursels stammen af van deze drie zoons. Charles-Joseph volgde zijn vader op als 4e hertog d’Ursel , Hingene en Hoboken in 1804 , na jaren van tegenspoed tussen 1790 en 1800 . Tijdens de Franse bezetting werd hij in 1810 aangesteld als burgemeester van Brussel , als opvolger van Charles de Merode (°1762-†1830), en in 1811 benoemd tot graaf van het Keizerrijk . Hij won de genegenheid van zijn medeburgers door zijn vaderlandsliefde en gematigdheid. Samen met Charles Van Hulthem (°1764-†1832) richtte hij de Société des Beaux-Arts de Bruxelles op en organiseerde in 1811 de eerste tentoonstelling van de vereniging. Op 18 februari 1814 trad hij af als burgemeester , maar werd dezelfde dag gearresteerd door Duitse soldaten en naar Münster gebracht vanwege vermeende correspondentie met Franse ambtenaren. Dankzij de Brusselse gemeenteraad werd hij snel vrijgelaten. In augustus 1814 benoemde de Prins van Oranje hem tot Algemeen Commissaris voor Binnenlandse Zaken (Minister van Binnenlandse Zaken) in de voorlopige regering. Later diende hij van 1815 tot 1819 als Minister van Waterstaat en Publieke Werken onder koning Willem I (°1772- †1843). Na de Slag van Waterloo werd Brussel overspoeld met duizenden gewonde officieren en manschappen. Hertog d’Ursel nodigde verschillende Nederlandse officieren uit om in zijn residentie te komen herstellen; kapitein Theodorus Coenradus Veeren (°1790-†1847) commandant van de lichte compagnie van het Nederlandse tweede linie bataljon, die ernstig gewond raakte toen hij zijn compagnie leidde in de aanval op La Haye Sainte ( 18 juni 1815 ) schreef twee dagen na de slag aan zijn vrouw: “Ik dacht eraan om 's avonds hierheen te komen met de bedoeling om naar het ziekenhuis te gaan, maar een heer, de hertog d'Ursel, kwam naar me toe en stond erop dat ik bij hem bleef, maar omdat Van Houten [zijn eerste luitenant, red.] bij me was, liet ik hem weten dat ik graag wilde dat hij bij me bleef; hij gehoorzaamde onmiddellijk en we worden nu heel goed verzorgd.” De officieren bleven in de residentie van de hertog tot ze hersteld waren en terug naar Holland werden vervoerd. In 1820 werd hij burgemeester van Hingene , een functie die hij tot zijn dood bekleedde. Daarnaast bekleedde hij ook een belangrijke hofpositie als Grootmeester in de hofhouding van Koningin Wilhelmina van Pruisen (°1774-†1837). In 1829 leidde hij de commissie voor hervormingen in het middelbaar onderwijs. Tijdens de Belgische Revolutie van 1830 bleef hij trouw aan koning Willem I en leidde hij een adviescommissie om de rust te herstellen. Na het Verdrag van de XXIVe Artikelen in 1839 werd hij ontslagen van zijn eed en trad hij toe tot de Belgische Senaat . Van 1839 tot 1847 was hij senator voor het district Antwerpen en daarna tot 1859 voor het district Mechelen , als lid van de Katholieke Partij . Charles Joseph hertog d’Ursel (1777-1860) werd in 1816 door Koning Willem I opgenomen in de Nederlandse adel , maar hij en zijn nakomelingen kozen na de Belgische afscheiding in 1839 voor de Belgische nationaliteit en zijn tot de Belgische adel gaan behoren. Hun Nederlandse adeldom herleeft op het moment dat zij de Nederlandse nationaliteit verkrijgen. Léon d'Ursel (1860-1878) Jean Charles Marie Léon d'Ursel werd geboren in Hingene op 4 oktober 1805 en overleed in Brussel op 7 maart 1878 . Hij was een Belgische politicus voor de Katholieke Partij en werd in 1860 de 5e hertog d’Ursel . Léon was de oudste zoon van hertog Charles-Joseph d'Ursel (°1777-†1860) en Louise Ferrero- Fieschi de Masserano (°1779-†1847). Hij trouwde met Sophie d'Harcourt (°1812-†1842) en na haar overlijden met haar jongere zus Henriette d'Harcourt (°1828-†1904). Uit zijn eerste huwelijk had hij twee kinderen, Marie Madeleine d'Ursel (°1833-†1885) en Henri d'Ursel (°1839-†1875). Uit zijn tweede huwelijk kreeg hij zeven kinderen, waaronder Joseph d'Ursel (°1848-†1903), die later Senaatsvoorzitter zou worden. Léon d'Ursel , afkomstig uit een katholiek gezin, trad in de politieke voetsporen van zijn voorouders. In 1836 , bij de eerste provincieraadsverkiezingen in het onafhankelijke België , werd hij verkozen tot lid van de Antwerpse provincieraad voor het kanton Puurs . Hij nam de plaats in van Charles du Trieu de Terdonck (°1790-†1861), wiens zetel in Puurs vacant was, omdat du Trieu ook verkozen was in het kanton Mechelen . Léon d'Ursel bleef onafgebroken zetelen tot 1860 . In 1840 werd hij aangesteld als bestendig afgevaardigde , ter vervanging van Louis De Vinck-du Bois (°1784-†1858), die gouverneur ad interim was geworden. Twee jaar later verliet Léon d'Ursel de bestendige deputatie. In 1860 stemde hij in met het verzoek van de provinciegouverneur om burgemeester van Hingene te worden, zoals zijn vader voor hem. Hij bekleedde deze functie tot aan zijn overlijden in 1878. In 1860 erfde Léon de titel van hertog na het overlijden van zijn vader. Van 1862 tot zijn dood was Léon d'Ursel ook senator . Léon zou normaal worden opgevolgd door zijn zoon Henri d’Ursel (°1839 -†1875) uit zijn eerste huwelijk. Henri trouwde in 1873 met Isabelle de Clermont-Tonnerre (°1849-†1921), maar overleed slechts twee jaar later, op 35-jarige leeftijd, aan tuberculose . Hierdoor was het zijn jongere broer Joseph d'Ursel die in 1878 zowel Léon opvolgde als burgemeester van Hingene alsook de titel van hertog erfde . Na Léons dood werd zijn broer, graaf Ludovic-Marie d'Ursel (°1809-†1886), senator . Joseph d'Ursel (1878-1903) Marie Charles Joseph d'Ursel werd geboren in Brussel op 3 juli 1848 en overleed in Strombeek-Bever op 15 november 1903 . In 1860 werd hij de 6e hertog d’Ursel . Hij was een B elgisch diplomaat en politicus voor de Katholieke Partij . Joseph was een kleinzoon van minister Charles-Joseph d'Ursel (°1777-†1860) en de zoon van Léon d'Ursel (°1805-†1878) en Henriette d'Harcourt (°1828-†1904), de tweede echtgenote van zijn vader. Joseph promoveerde in 1869 tot doctor in de Rechten aan de Katholieke Universiteit Leuven . Hij begon zijn loopbaan als diplomaat en bekleedde verschillende posten van 1870 tot 1878 . Hij trouwde met Antonine de Mun (°1849-†1931) en samen kregen ze twee zonen en twee dochters, waaronder senator Robert d'Ursel (°1873-†1955). Na de dood van zijn vader in 1878 erfde Joseph de titel van hertog . In datzelfde jaar werd hij verkozen tot gemeenteraadslid en benoemd tot burgemeester van Hingene , een functie die hij met een korte onderbreking van 1885 tot 1889 uitoefende tot zijn dood. Van 1880 tot 1885 was hij ook provincieraadslid voor de provincie Antwerpen . Daarna werd hij gouverneur van de provincie Henegouwen van 1885 tot 1889 . In 1889 werd hij katholiek senator voor het arrondissement Mechelen , een mandaat dat hij tot zijn dood behield. In 1899 werd hij tot voorzitter van de Senaat verkozen, een ambt dat hij eveneens tot zijn overlijden vervulde. Joseph was ook medestichter en medewerker van het Brusselse dagblad Le XXe siècle in 1895 . Robert d'Ursel (1904-1921) Robert Marie Léon d'Ursel werd geboren in Brussel op 7 januari 1873 en overleed daar op 16 april 1955 . Hij was een Belgisch politicus voor de Katholieke Partij . Robert was de zoon van gouverneur en senator Joseph d'Ursel (°1848-†1903) en Antonine de Mun (°1849-†1931). In 1898 trouwde hij met Sabine Franquet de Franqueville (°1877-†1941), met wie hij drie kinderen kreeg. Na het overlijden van zijn vader werd hij de 7e hertog en het hoofd van het huis d'Ursel . Robert d’Ursel behaalde een doctoraat in de Rechten aan de Katholieke Universiteit Leuven . Van 1904 tot 1921 was hij gemeenteraadslid en burgemeester van Hingene . In 1913 werd hij katholiek provinciaal senator voor het arrondissement Antwerpen , ter vervanging van de overleden Victor Fris (°1877-†1925). Hij bleef senator tot 1936 , waarbij hij vanaf 1932 als gecoöpteerd senator diende. In 1910 werd hij benoemd tot regeringscommissaris-generaal voor de Wereldtentoonstelling van 1910 in Brussel. Daarnaast was hij erelid van de Vereniging van de Adel en voorzitter van de Royal Automobile Club van België . Hij werd onderscheiden met verschillende eretekens , waaronder het grootkruis in de Kroonorde , de titel van grootofficier in de Leopoldsorde en commandeur in het Franse Legioen van Eer . Juliaan Thielemans (1921-1926) Juliaan Ludovicus Thielemans, geboren op 12 februari 1866 in Hingene, was een centrale figuur in de lokale politiek van zijn geboortedorp. Hij diende als burgemeester van Hingene van 1921 tot 1926 . Thielemans had een uitgesproken interesse in het verbeteren van de infrastructuur en het onderwijssysteem in de gemeente. Onder zijn leiding werden aanzienlijke bouwwerkzaamheden goedgekeurd en uitgevoerd, waaronder de bouw en uitbreiding van scholen in Hingene-Centrum en Wintam. Dit toonde zijn inzet voor de educatie van de jeugd en de ontwikkeling van gemeentelijke voorzieningen. Thielemans speelde ook een rol bij lokale en kerkelijke evenementen, zoals de feestelijke ontvangst van nieuwe geestelijken. Hij verwelkomde pastoor Janssens van de Sint-Stefanusparochie in 1925 en nam actief deel aan de ceremonie. Daarnaast sprak hij als burgemeester regelmatig het volk toe, wat zijn betrokkenheid bij de gemeenschap versterkte. Tijdens zijn burgemeesterschap richtte Thielemans zich op het bevorderen van de lokale welvaart en het behoud van de katholieke en Vlaamse identiteit van Hingene . Hij was nauw betrokken bij de lokale politiek en de band met belangrijke figuren, waaronder hertog d'Ursel . Zijn politieke carrière stond in het teken van de Katholieke partij en de waarden die deze vertegenwoordigde. Juliaan Thielemans overleed op 14 februari 1953 , tijdens de beruchte watersnoodramp die Vlaanderen en onze gemeente hard trof. Zijn leven en werk worden herinnerd als een toewijding aan de gemeenschap en een nalatenschap van vastberaden burgerschap in de gemeente Hingene. Willem Van Kerkchoven (1926-1972) Willem Jozef Jeroom Van Kerckhoven werd geboren op 10 mei 1889 in Hingene en stierf aldaar op 26 december 1972 , was een belangrijke Belgische figuur uit Hingene , geboren in een familie van brouwers , als zoon van Henricus Cesar Van Kerckhoven ([°1847-†1928) en Maria Carolina Stas (°1852-†1931). Hij leidde de familie-brouwerij ' Scaldis ' en produceerde het populaire Rex-bier . Naast zijn werk als brouwer was Van Kerckhoven actief in de lokale politiek als lid van de Katholieke Unie, het Katholieke Blok , en later de Christelijke Volkspartij (CVP). Hij werd in 1927 benoemd tot burgemeester van Hingene, waar zijn benoeming feestelijk werd gevierd. Als burgemeester toonde Van Kerckhoven zich een toegewijde leider en speelde hij een rol bij vele gemeenschapsprojecten, waaronder de inhuldiging van het nieuwe gemeentehuis in 1938 . Daarnaast werd hij geëerd met de Orde van Leopold II . Van Kerckhoven was betrokken bij verschillende lokale initiatieven, zoals de Bond der Kroostrijke Gezinnen , en stond bekend om zijn inzet voor Vlaamse belangen en was hij voorzitter van o.a. harmonie ‘ De Vlaamse Jongens . Tijdens zijn ambtsperiode in de Tweede Wereldoorlog hield hij zich bezig met publieke veiligheid en herdenkingen voor oorlogsslachtoffers. In latere jaren werd een monument onthuld ter nagedachtenis aan de slachtoffers van vliegende bommen, waar hij een prominente rol speelde in de herdenkingsplechtigheid. Zijn nalatenschap wordt herinnerd als die van een invloedrijke en geliefde burgervader in de gemeente Hingene. Jozef Bogaerts (1973-1977) Jozef Rene Maria Bogaerts werd geboren op 23 oktober 1926 in het Vlaams-Brabantse Londerzeel en overleed op 24 april 1983 in Hingene . Zoon van Pieter Jan Bogaerts (°1899-†1973) en Maria Celestina Cnapelinckx (°1904-†1974), was een Belgische politicus voor de CVP-CDV . Jozef Bogaerts was de oudste zoon in het gezin van Bogaerts-Cnapelinckx , dat zes kinderen telde. Op 4 mei 1948 trad hij in Moorsel in het huwelijk met Maria Leontina Francisca Rubbrecht . Het gezin Bogaerts-Rubbrecht ging in Hingene wonen en kreeg elf kinderen. In 1950 stichtte hij een ACW -afdeling in Hingene en was er van bij de stichting tot in 1967 voorzitter van. Daarnaast was hij medestichter van de KWB -afdeling in Hingene en soms bestuurslid. Tevens was hij jarenlang secretaris van de Christelijke Mutualiteit (CM). In Hingene kende men hem als " Jos van den Bond ". Hij werd lid en voorzitter van de Commissie voor Openbare Onderstand (COO) en lid van de beheerraad van de Bouwmaatschappij Hingene-Ruisbroek-Breendonk . Het lukte hem het bouwproject " Lindestaat " (nu Aspergestraat ) uit het slop te halen en ontwierp de bejaardenwoningen aan de Vleminckxstraat , in opdracht van de COO . In de COO streefde hij ernaar de misbruiken uit te schakelen om geleidelijk steunverhoging te bekomen voor de werkelijk behoeftige personen. Op 26 december 1972 overleed burgemeester Willem Van Kerckhoven , na 46 jaar uitoefening van het ambt. Bogaerts werd tot zijn opvolger benoemd. Hij bleef burgemeester tot de gemeenteraadsverkiezingen van 1976. Hier opvolgend fuseerde in 1977 de gemeente met Bornem, Mariekerke en Weert, waar hij, tot zijn dood, aan de slag ging als schepen van Groot-Bornem . Bron(nen): Wikipedia Geschiedenis der Gemeente Hingene; Leopold Mees; 1894 Gazet Van Antwerpen 04-11-1921; p. 2 Standaard (De) 24-09-1922; p. 6 Standaard (De) 08-10-1925; p. 3 Gazet Van Antwerpen 14-04-1927; p. 2 Standaard (De) 17-04-1927; p. 6 Vlaanderen 20-07-1929; p. 6 Handelsblad (Het) 02-08-1929; p. 12 Gazet Van Antwerpen 18-04-1930; p. 4 Schelde (De) 31-05-1930; p. 2 Gazet Van Antwerpen 31-01-1931; p. 8 Gazet Van Antwerpen 16-03-1932; p. 4 Nieuws Van Den Dag (Het) 12-10-1932; p. 1 Nieuws Van Den Dag (Het) 29-12-1932; p. 3 Standaard (De) 18-03-1936; p. 3 Handelsblad (Het) 24-05-1936; p. 3 Gazet Van Antwerpen 20-11-1936; p. 2 Nieuwsblad (Het) 29-12-1936; p. 1 Nieuws Van Den Dag (Het) 19-11-1937; p. 8 Standaard (De) 25-04-1938; p. 9 Gazet Van Antwerpen 12-09-1938; p. 7 Soir (Le) 16-10-1938; p. 7 Gazet Van Antwerpen 18-10-1938; p. 1 Nieuws Van Den Dag (Het) 25-12-1938; p. 3 Gazet Van Antwerpen 26-12-1938; p. 3 Nieuws Van Den Dag (Het) 17-01-1939; p. 4 Standaard (De) 19-04-1939; p. 6 Gazet Van Antwerpen 20-04-1939; p. 7 Nieuwsblad (Het) 23-05-1939; p. 4 Volk en Staat 27-09-1940; p. 3 Algemeen Nieuws (Het) 06-09-1941; p. 4 Volk (Het) 09-04-1946, p. 4 Volk (Het) 30-07-1946; p. 4 Volk (Het) 21-10-1946; p. 11 Volk (Het) 17-11-1946; p. 4 Handelsblad (Het) 23-11-1946; p. 3 Gazet Van Antwerpen 26-11-1946; p. 4 Handelsblad (Het) 06-02-1947; p. 5 Gazet Van Antwerpen 03-03-1947; p. 4 Gazet Van Antwerpen 13-03-1947; p. 3 Nieuws Van Den Dag (Het) 12-05-1947; p. 2 Handelsblad (Het) 23-05-1947; p. 6 Gazet Van Antwerpen 23-05-1947; p. 4 Soir (Le) 10-11-1948; p. 6 Gazet Van Antwerpen 30-04-1949; p. 4 Gazet Van Antwerpen 16-02-1950; p. 4 Gazet Van Antwerpen 08-03-1950; p. 4 Gazet Van Antwerpen 17-07-1950; p. 4 Gazet Van Antwerpen 25-07-1950; p. 5 Gazet Van Antwerpen 23-08-1950; p. 4 Gazet Van Antwerpen 14-10-1950; p. 4 Soir (Le) 09-07-1951; p. 2
2012-2026