Orde van Hingene

Erkende vereniging door de gemeente Bornem, Faro, Histories vzw en koepelorganisatie Heemkunde Gouw Antwerpen. Disclaimer - Recht op afbeelding - Recht op privacy

Neem contact met ons op

Barelveldweg 8 - 2880 BORNEM 0469 43 19 44 ordevanhingene@gmail.com contact@ordevanhingene.be

Pol Le Roy (°1905-†1983)

Poëzie, Esoterisme en Ideologie: Het Leven en Werk van Pol Le Roy " Eén van de grootste, zo niet grootste dichter in ons taalgebied. " Zo omschreef de bekende literatuurkenner pater Janssens de eigenzinnige dichter Pol Le Roy. Sinds zijn overlijden in 1983 is het echter stil geworden rond deze gepassioneerde dichter , die ondanks de keuzes in zijn bewogen leven meer erkenning verdient. Jeugd en Invloed van de Schelde Leopold “Pol” Jozef Maria Le Roy werd op 1 maart 1905 geboren in Hingene , dichtbij het domein van de graven d'Ursel en op een steenworp afstand van de Schelde , die een blijvende inspiratiebron voor hem werd. Op driejarige leeftijd verloor hij zijn moeder ( Maria Cesarina Stephania Mees °1876-†1908), waarna zijn tante ( Maria Francisca Mees °1861-†1927) en vader ( Joannes Franciscus Leroy °1870-†1937), die hertrouwde, hem opvoedden met een strenge religieuze achtergrond. Zijn jeugd bracht hij door langs de oevers van de Schelde , bij het kasteel en op het platteland van Klein-Brabant . Deze omgeving, vol met wind, kouters en zelfgemaakte vliegers, vormde zijn vroege beleving van de wereld. In 1914 vluchtte zijn familie voor het oorlogsgeweld van de Duitsers, wat zijn idyllische jeugd tijdelijk onderbrak. Le Roy was een dromerige en vaak eenzame jongen met een neiging tot melancholie. " Op momenten van overspoelende en onverklaarbare vreugde of kwellend geluk zag ik me steeds schommelen tussen de sterren en toch hoogtevrees " schreef hij later. Kleinseminarie Mechelen en Eerste Activisme In 1919 stopte Le Roy met de middelbare school in Bornem en begon hij aan het Kleinseminarie in Mechelen (1919-1925). Als kwetsbare, wat asociale jongeman ontwikkelde hij een diepe verachting voor wat hij de valse waarden van de bourgeoisie noemde. Zijn politieke bewustzijn en zijn redenaarstalent zorgden ervoor dat hij snel een opvallende figuur werd. In 1924 organiseerde hij een inzameling voor Berten Vallaeys (°1898-†1975), een student die in Leuven door een Waalse student was neergeschoten. Dit initiatief leidde tot zijn tijdelijke schorsing , maar een leerkracht wist te voorkomen dat hij het seminarie definitief moest verlaten. Le Roy liet zich niet afschrikken en verzette zich opnieuw tijdens de prijsuitreiking voor retoricastudenten in aanwezigheid van kardinaal Désiré Félicien François Joseph Mercier (°1851-†1926), die bekendstond om zijn anti-Vlaamse houding . "T ijdens de Brabançonne bleef ik op mijn plaats zitten, vlak voor de rood aanlopende tronie van de Waalse aartsbisschop " herinnerde hij zich later. Poëzie en Literaire Inspiraties In deze periode raakte hij in de ban van poëzie en las hij verboden werken als Baudelaire's Les Fleurs du Mal en Wies Moens Opgangen . Ook Van Ostaijens Bezette Stad had een diepe invloed. Hun moderne geest en beelden en de breuk met het verkalkte academische stramien overweldigden mij ” schreef hij. In 1922-1923 ontdekte hij Rimbauds Les Illuminations , een ervaring die hij omschreef als " een magische ontdekking ". Le Roy was een man die bleef zoeken naar religieuze betekenis, een zoektocht die hem tot de rand van de waanzin en zelfmoord bracht. Mede dankzij de steun van zijn prefect , graaf Philippe de Ribaucourt vond hij enige balans en evolueerde zijn visie richting het esoterische, waarbij de vrouw een sleutelrol ging spelen als symbool voor spirituele eenheid. toen mij geen naam of jaar meer droeg en toch ik zwierf op zeer reële Scheldedijken toen mij geen woord meer bleef maar alle woorden dansten door mij heen met gensters van een magisch vuur en bloemen vonden in mijn roep hun nest toen zonder zin mij grond of grens was werd ik van ster tot ster en in de weegbree hier en in de reiger aan de waterkant mijn aandacht mijn bevruchtend woord... dit was mijn eerste stap in uw vergeestelijkte delta poëzie Studies en Politieke Betrokkenheid in Leuven Na het Kleinseminarie overwoog Le Roy rechten of Germaanse filologie , maar uiteindelijk koos hij voor Handels- en Consulaire Wetenschappen aan de Franstalige Katholieke Universiteit van Leuven (1925-1927). Hij was er actief in de studentenclub Rupelgalm en bekleedde diverse bestuursfuncties. Zijn tweede jaar in Leuven bracht gezondheidsproblemen en intensief activisme met zich mee, waardoor hij zijn examens niet haalde. Hij schreef zich vervolgens in als vrij student in de politieke en sociale wetenschappen en voorzag in zijn onderhoud door Latijn te onderwijzen aan novicen van de Paters Conventuelen . Vroege Dichtbundels en Poëtische Experimenteerdrang In 1928 keerde Le Roy terug naar Hingene , waar hij als boekhouder werkte en zich engageerde in de Vlaamse beweging . Samen met Ward Hermans richtte hij verschillende Vlaamse Nationale Wachteenheden op. Op literair vlak stond hij sterk onder invloed van Van Ostaijen en Wies Moens. Zijn eerste bundel De Zaalge Roede verscheen in 1928 en kende populariteit onder studenten vanwege de gewaagde titel en de religieuze en expressionistische thematiek. Hoewel hij het werk later als een jeugdzonde afdeed, was het indertijd een betekenisvolle oproep tot spirituele reflectie. Le Roy experimenteerde met surrealisme en expressionisme en probeerde een balans te vinden tussen vernieuwende vormen en klassieke structuren. Hij zocht naar een synthese die zijn literaire ambitie weerspiegelde, terwijl hij trouw bleef aan zijn oprechte behoefte om door middel van poëzie de menselijke en goddelijke natuur te verkennen. In het Spoor van Joris Van Severen Pol Le Roy bleef politiek zeer betrokken en ging in 1930 aan de slag als gewestsecretaris van het arrondissement Oudenaarde-Ronse voor het Vlaamsch Nationaal Vakverbond . Dit vakverbond , met aanzienlijke aanhang in West-Vlaanderen en de regio's Aalst en Oudenaarde , was de erfgenaam van de vroegere Daensistische Syndicaten . Le Roy deed er administratief werk en schreef voor De Vlaamsche Syndikalist , waar hij onder andere de buitenlandrubriek verzorgde. Eind 1930 werkte hij een tijd samen met Hector Plancquaert (°1863-†1953), de vroegere leider van de Daensisten . Plancquaert wilde de Daensistische en Vlaams-nationalistische groepen in Oost-Vlaanderen bundelen in een gouwraad , maar Le Roy en Plancquaert kwamen al snel in conflict. In juli 1931 richtte Le Roy in Oudenaarde nog het Vlaamsch Nationaal Verweer op, maar hij sloot zich kort daarna aan bij het Verdinaso . Aansluiting bij Verdinaso Hoe Le Roy precies in contact kwam met Joris Van Severen (°1894- †1940), is niet geheel duidelijk. Mogelijk ontstond het contact via het vakverbond , dat in West-Vlaanderen onder Juul De Clercq (°1897- †1955) sterk onder Van Severens invloed stond. Hoe dan ook, in het najaar van 1931 stapte hij, tegen de zin van Ernest van den Berghe (°1897-†1995), over naar het net opgerichte Verbond van Dietsche Nationaal-Solidaristen ( Verdinaso ) en het Verbond van Nationale Arbeiders Syndicaten ( NAS ). NAS , voortgekomen uit het West-Vlaamse vakverbond, moest de basis vormen voor toekomstige Dinaso -corporaties en telde toen ongeveer 3000 leden, wat het Verdinaso een belangrijke aanhang opleverde. Le Roy vestigde zich voor zijn Verdinaso -activiteiten in Izegem , het centrum van de Dinaso -beweging in West-Vlaanderen, en later in Gent . Hij werd verbondssecretaris van NAS en sloot zich tijdelijk symbolisch aan bij de Dinaso -militie . Hij bracht het gratis propagandablad De Aanval uit en nam deel aan gewelddadige confrontaties , zoals op de Veemarkt in Mechelen , en verving soms Wies Moens (°1898-†1982) als spreker . Hij sprak ook op de gebiedsdag van Verdinaso-Nederland in 1936 , hoewel hij onder een schuilnaam moest optreden, omdat hij samen met Van Severen en Thiers de toegang tot Nederland was ontzegd. Internationale Invloeden en Ideologische Ontwikkelingen Le Roy volgde nauwgezet wat er in Duitsland gebeurde en reisde in 1933 en 1934 naar de partijdagen in Neurenberg . Hoewel er aanvankelijk enthousiasme was voor het nationaalsocialisme , distantieerde het Verdinaso zich al snel en legde vanaf 1934 de nadruk op een autonome , Nederlandse koers. Ondertussen las Le Roy auteurs als Céline , Chateaubriand , Sorel en Maurras , en beschouwde hij Van Severen , naast de traditionalist Guénon , als een van zijn spirituele leiders . Overheidsingrijpen en de Oprichting van VDC De groei van het Verdinaso wekte wrevel bij de overheid. In 1933 werd propaganda in uniform verboden en ambtenaren mochten geen lid zijn van het Verdinaso . Het meest ingrijpende verbod kwam eind 1933 , toen minister Philip van Isacker (°1884-†1951) de werklozenkassen van NAS ontbond, wat het einde betekende van de Nationale Arbeiders Syndicaten . Dit leidde tot de oprichting van het Verbond van Dinasocorporaties ( VDC ) in augustus 1934 . Pol Le Roy werd verbondsleider van het VDC en speelde een belangrijke rol in het Verdinaso . Vanaf 1935 gaf hij het VDC-blad Orde uit, eerst als maandblad, later als weekblad-bijlage bij Hier Dinaso! , om uiteindelijk vervangen te worden door het VDC-blad . Naast beroepsgerelateerde onderwerpen bracht het blad ook de ideeën van Franse sociale denkers als René La Tour du Pin en Frédéric Le Play , evenals invloeden van Georges Sorel en Charles Maurras . Le Roy schreef tevens brochures voor het Verdinaso , waaronder Wat is en wil het Verdinaso ( 1932 ), een kennismakingsbrochure, Alarm over het land ( 1936 ), Orde in België ( 1937 ), en Le Verdinaso et le Problème de l'Ordre corporatif ( 1938 ). Daarnaast bleef hij bijdragen leveren voor Hier Dinaso! en vertegenwoordigde hij het Verdinaso in het jongerencomité van de Kommissie voor Staatshervorming . Latere Jaren en Persoonlijk Leed In 1939 werd Le Roy hoofdredacteur van Hier Dinaso! en, na Juul De Clercq , de propagandaleider van het Verdinaso . Tijdens Van Severens ziekte in datzelfde jaar werd hij diens gevolmachtigde. In 1938 overleed zijn vader en in mei 1939 verloor hij zijn jonge vrouw Laura-Emma Ponet (°1909-†1939), wat hem diep raakte. Le Roy bleef achter met twee jonge kinderen en worstelde met schuldgevoelens over de vele uren die hij aan werk en poëzie besteedde. Deze traumatische ervaringen leidden tot zwaarmoedige poëzie, hoewel hij in gezelschap zijn optimistische, humoristische kant bleef tonen. Belijdenis Wij hadden saam het leven liefde stilten lief, de sterren en de late branden wij hadden saam de nachten lief de winters lief, de sneeuwen lichtwaranden wij hadden saam de doden lief ons liefde lief, de haat, de smart, de schande wij hadden saam elkander lief... Laat mij 't gestorven lied van ons gebonden handen. En toen was er de oorlog... Pol Le Roy was een controversieel figuur in Vlaanderen , en hoewel zijn politieke engagement en nationaalsocialistische betrokkenheid centraal stonden, waren zijn connecties met literatuur en avant-garde kunst opmerkelijk. De affiniteit met Joris Van Severen , bijvoorbeeld, was niet alleen politiek, maar ook esthetisch: beiden koesterden een diepe bewondering voor Baudelaire en Rimbaud . Van Severen volgde zelfs het dadaïsme en omringde zich met surrealistische werken van vrienden zoals Felix Labisse (°1905-†1982), wat hem en Le Roy verbond. Toch vond Le Roy , die van mening was dat politiek en poëzie moeilijk te verenigen zijn, weinig ruimte voor literatuur tijdens zijn politieke activiteiten. De oorlog bracht zowel uitdagingen als grimmige ervaringen voor Le Roy . Hij beschrijft hoe hij Van Severen vlak voor diens aanhouding bezocht, en hoe de vriendschap abrupt eindigde met de arrestatie van Van Severen , die Le Roy vervolgens nooit meer zou terugzien. Kort daarop werd Le Roy zelf opgepakt en kwam hij via een moeizame weg terecht in het Franse St. Cyprien , een kamp dat hij later in processen als getuige beschreef. Na zijn vrijlating vond hij een nieuwe rol binnen het Verdinaso , maar zijn focus verschoof naar de Diets-Germaanse Rijksgedachte . Hij geloofde dat dit idee, een Dietse Staat onder Duitse invloed , een natuurlijke evolutie was van zijn vroegere idealen. Aktief in de DeVlag In 1941 versterkte hij de band met de DeVlag en zette zich volledig in voor de organisatie, waar hij snel aanzien kreeg door zijn propagandawerk . Ondanks spanningen met de bezettingsautoriteiten , wist hij zijn invloed binnen de organisatie uit te breiden, onder meer via publicaties zoals scholingsbrieven waarin hij Van Severens gedachtegoed uitdroeg. Zijn conflicten met voormalige Dinaso -aanhangers binnen de beweging hielden aan, maar hij bleef vastberaden. Naast zijn politieke activiteiten kwam ook zijn literaire werk tot bloei. In de bundel Getuigenissen ( 1941 ), op Van Severens aansporing geschreven, drukt Le Roy met surrealistische invloeden zijn persoonlijke verlies uit, vooral na de dood van zijn vrouw Laura . Het gedicht Droom werd gezien als een significant werk in de Vlaamse surrealistische poëzie en werd zelfs door het socialistische dagblad Vooruit geroemd als een gedicht van Europees niveau. Droom En gansch den nacht zag ik, die sprakeloos elkaar aanschouwden twee bomen : een vol sterren, een vol duisternis en gansch den nacht zag ik, die éénzaam om elkaar rouwden twee handen parelstil van witte droefenis in alle ruiten riep de doodsangst uwer oogen en vogels keerden rusteloos uit zichzelven weer toen heb ik u bekend gij lachte vreemd en onbewogen en aan uw vingren hing geen enklen morgen meer... voortaan blijf ik in de droom voortaan alleen maar nacht De poëzie van Pol Le Roy werd in Vlaanderen zeer uiteenlopend ontvangen. Het VNV-dagblad Volk en Staat zag zijn werk als pretentieus en overmatig dramatisch , vol " pathos, valse beeldspraak, gezwollen tremelo's of prozaïsme. " Ze noemden zijn bundel Getuigenissen ( 1941 ) zelfs een " schrikwekkende " uiting van gebrek aan redelijkheid en natuurlijkheid , wat Le Roy 's poëzie een bijzonder omstreden reputatie opleverde binnen nationalistische kringen. Toch vond Le Roy in zijn latere bundels een bredere inspiratie. Vuur Zingt en Modulaties , beide uit 1943 , hadden een opvallend heidense inslag en drukten een sterke bewondering voor de natuur en het irrationele uit. In Modulaties was vooral de invloed van het surrealisme merkbaar. Volgens literatuurcriticus Erik van Ruysbeeck (°1915-†2004) toonde dit werk sporen van André Breton (°1896-†1966) en diens begrip van Le Point Sublime de mystieke eenheid van alle dingen, een concept dat lijnrecht tegenover het Europese rationalisme staat. Dankzij Bretons invloed bleef Le Roy trouw aan een geloof in het wonderbaarlijke, wat hem behoedde voor een nihilistische kijk. In Modulaties was erotiek niet louter een thematische verkenning, maar werd het een poëtische ervaring die verwees naar een hogere, kosmische werkelijkheid. Deze visie verbond het fysieke en het spirituele als toegang tot eeuwigheid en benadrukte een universeel transcendent gevoel . Zo zag Le Roy poëzie en erotiek als een opening naar het oneindige, een beeld dat contrasteerde met de somberheid van zijn politieke en maatschappelijke omgeving. Avond Zo rijs ik met de welpen van het licht en god die scheppend in zijn diepten wijlt ten avond waar uw schoot gedegen ligt geen oevers waar de dood te mijmeren staat in 't al in 't niets dat in zichzelf volstaat reik uw bedreven sterrenmond en spreid de vlakten van uw lichaam lichtbezeild en luister naar 't gedrop der eeuwigheid... Pol Le Roy was een man van overtuigingen, maar zijn betrokkenheid bij de collaboratie en de nasleep van de oorlog zouden zwaar op hem wegen. In zijn eigen ogen was veel van zijn werk uit de oorlogsjaren nog onvolwassen. Zijn oorlogsbundels bevatten enkele sterke gedichten, maar Le Roy oordeelde later dat ze " onrijp " waren en het product van " verwarring ". De dood van zijn oude schoolvriend Jozef Van Ackere (°1906-†1944) in maart 1944, een voormalige medestrijder die eveneens in de collaboratie had gefunctioneerd, trof Le Roy diep. Van Ackere , die Le Roy had gevolgd naar de ' DeVlag ' en de Algemene SS , was geëvacueerd naar Duitsland , waar hij aan het Oostfront omkwam. Le Roy droeg zijn bundel Modulaties aan hem op en bleef, ondanks politieke spanningen, verbonden met zijn overleden vriend. Van Ackere overleedt als SS- Obersturmführer te Starokostiantyniv in de Sovjetrepubliek Oekraïne . Naar Duitsland Nadat de geallieerden hun opmars begonnen, vluchtte Le Roy met zijn gezin naar Duitsland in september 1944 ( Hingene, zijn geboortedorp werd op 4 september bevrijd ) De reis was lang en gevaarlijk, maar uiteindelijk vestigde hij zich in Lüneburg , waar hij bij een domineesfamilie werd ondergebracht. In Berlijn fungeerde hij als propagandaleider voor de ' Vlaamse Landsleiding ' in ballingschap , wat echter niet voldeed aan zijn verwachtingen. Zijn relaties met de Duitsers waren gespannen; hij verweet hen hun gebrek aan psychologisch inzicht en botste zelfs met SS - officieren . De verhoudingen binnen de nazi-elite waren verre van ideaal, en Le Roy liet zich niet onbetuigd in zijn kritiek , wat leidde tot incidenten, zoals op een vergadering met Duitse hoogwaardigheidsbekleders in 1944 , waar hij de Duitsers beschuldigde van imperialisme en psychologisch tekortschieten . In januari 1945 werd de situatie kritischer door de geallieerde bombardementen . Na de mislukking van het Ardennenoffensief was de hoop op een spoedige terugkeer naar Vlaanderen vervlogen. Le Roy werd gearresteerd in Lüneburg en na een korte detentie in België , waar hij werd ondervraagd door Marc Desmedt , werd hij in 1947 door de krijgsraad ter dood veroordeeld wegens politieke collaboratie . Zijn veroordeling had echter weinig invloed op zijn levensinstelling, die steeds fatalistischer werd. Zijn verdere werk, waaronder de bundel Vuurvlinder ( 1946-1949 ), getuigde van de bitterheid en de reflecties die hij had over zijn rol in de oorlog en de nasleep ervan. "Europa is dood - akte van overlijden: 8 mei 1945" De strijd met zijn eigen geweten en zijn ervaringen in de oorlogsjaren zouden hem uiteindelijk een merkwaardige plaats in de Belgische literatuur en geschiedenis opleveren. Desondanks bleef hij vasthouden aan zijn idealen, zelfs na de nederlaag van het naziregime , waarbij hij de Godsoordeel van de oorlogsnederlaag als een onvermijdelijke consequentie beschouwde. Zijn verzoening met de Roomse kerk en zijn latere ontwikkeling van een godsgeloof dat boven ideologieën uitstak, weerspiegelen de innerlijke conflicten waarmee hij zijn leven voortzette na de oorlog. Afrekening Wat deert ons uw geluk ? Wij zijn doorwalgd van al uw zoetheid en schijnheiligheid wij kennen 't woord dat krist als vurig zand. wij aten 't rottend woord van 't vaderland de spinnen van religie en gezin Acht maanden na zijn veroordeling door het krijgsraad werd Pol Le Roy door de liberale minister Albert Jean Julien François Lilar (°1900-†1976) begenadigd. Zijn doodsvonnis werd omgezet in levenslange gevangenisstraf . Gedurende zijn jaren in de gevangenis ontmoette hij andere prominente figuren zoals Robert Poulet (°1893-†1989), Raymond de Becker (°1812-†1969) en Filip de Pillecyn (°1891-†1962), In deze tijd werd hij actief op de Sociale Dienst van de gevangenis, de " Welfare ", waar hij programma’s verzorgde voor de gevangenisradio . Deze programma’s gingen over poëzie , volkskunde en algemene kwesties , zoals de problematiek van lintbebouwing in Vlaanderen . Naast zijn werk in de gevangenis schreef Le Roy tientallen dichtbundels . Zijn poëzie reflecteerde zowel zijn esoterische overtuigingen als een dieper uitgewerkt surrealisme . Eén van de opvallende werken was de liefdesbundel Regina Lamoen , die hij aan zijn Antwerpse vrouw wijdde met wie hij in 1940 hertrouwde. Deze jaren van opsluiting bleken dus vruchtbaar voor zijn literaire ontwikkeling, ondanks de zware omstandigheden. Gefluisterd naar de wachtende Gij zult zeer teder moeten zijn en zeer verduldig met me spreken zeer zacht met mijn verzwegen pijn als iets dat al te licht kan breken ik ben gehavend door veelleed en haat en honger en afgrijzen ik draag van ziekte en zeer de beet en veel en bloedende bewijzen 'k heb met de dood gewoond 'k ben hard geworden donker en verbeten ik heb mijn geest verhuld mijn hart verhoerd om 't leven te vergeten ik weet niet meer wat mensen zijn ik werd eenzelvig in mijn zinnen leproos van lijf en brak van brein : gij moet zeer moederlijk beginnen... Als eerste kopstuk van de DeVlag kreeg Pol Le Roy in 1950 een strafherziening , wat leidde tot een veroordeling van 18 jaar , waarna hij werd overgeplaatst van de gevangenis in Sint-Gillis naar die in Merksplas . Deze herziening had hij waarschijnlijk te danken aan de invloed van zijn voormalige Dinaso -vrienden Frantz Van Dorpe (°1906-†1990) en Willem Melis (°1907-†1984), die inmiddels als CVP 'ers herhaaldelijk tussenbeide kwamen voor hem. Toen Le Roy op 15 september 1951 voorlopig werd vrijgelaten , had hij echter alles verloren. Zijn rijke bibliotheek met surrealistische, expressionistische, dadaïstische en esoterische werken was verkocht, evenals de schilderijen van zijn surrealistische vrienden. Zijn kinderen waren uit zijn zorg geplaatst en ondergebracht in een " betrouwbaar " gezin. Hij en zijn vrouw woonden in armoede op een zolderkamer in Sint-Jans- Molenbeek . Ondanks deze omstandigheden kon Le Roy als secretaris aan de slag bij Frans Van Cauwelaert (°1880-†1961), maar dat werk beviel hem niet. Hij verkoopt boeken , werkte als vertaler en verbeterde pronostieken . Dankzij zijn oude contacten binnen het Rexistische milieu kreeg hij vertaalwerk bij de Koninklijke Automobilistenbond , en de Christelijke Volkspartij ( CVP ) vroeg ook zijn diensten in, bijvoorbeeld voor de vertaling van het Schoolpact . De voorlopige vrijlating bleef van kracht tot 1974 , waardoor Le Roy zich politiek verder op de achtergrond hield, hoewel hij de ontwikkelingen in de politiek volgde. Hij onderhield nog wel intense vriendschappen met een handvol oude vrienden uit het Verdinaso en de DeVlag , voornamelijk kunstenaars , waaronder Josephus “Jef” Alphonsus Marie François (°1901-†1996), Ernst Voorhoeve (°1900-†1966), Henri Bruning (°1900-†1983), Jozef Frans Lodewijk de Belder (°1912-†1981), en André Van Wassenhove . Ook onderhield hij talloze contacten met kunstenaars en filosofen uit verschillende richtingen. Vooral jonge dichters, zoals Paul Rosa Oscar de Vree (°1909-†1982), Frans Jozef Maria Depeuter (°1937), Willy Spillebeen (°1932), Hugo Brems (°1944) en Erik van Ruysbeeck , streefden ernaar Le Roy ’s werk bekend te maken. Tijdens zijn gevangenschap had Le Roy gedichten geschreven die vaak bitter en hard waren. Ook hervatte hij zijn vooroorlogse esoterische studies , wat leidde tot de bundel Lucifer in 1952 . In deze bundel uitte hij zijn geloof in de noodzaak van de revolte , niet als een opstand tegen God , maar als een middel om het wezen te bereiken. In deze visie wordt Lucifer niet langer als de gevallen engel gezien, maar als een gelijkwaardige tegenstander van God , een idee dat sterk beïnvloed is door de gnostiek , met name door de werken van de gnostische auteur René Guénon (°1886-†1951). Ten aanvang niet, van eeuwig was het Woord en eeuwig was de Daad die 't zegel brak en eeuwen knapten voort als vleugels af en krachten barstten brandend uit de kiem bij duizenden, en schier bewegingsloos was reeds hun duizelende groei geworden toen gij voor 't eerst, die zelf van eeuwig waart, de vaart en vaste stand der sterren zaagt en zinnen gingt op hun en uw bedied; en op dit wonder iets - die morgen was de drang van 't blauw veel inniger - dat gij er waart en waar gij 't eerst en traag uit waanzin waart bewust geworden, rees de azuren vraag : wat was mijn ik voordien? wat was voordien dit vormenvol bestaan van onderling en onverdeeld verband in wisselend komen en vergaan dat steeds, hoe ongeteld en ongedurig 't Zijn - O kwellend en verrukkelijk geheim in stijgende verschijning is van kleur en klank, gestalten en gebaar, dit zacht en tel, dit duistrend en opglanzend Hooglied blijft... En vraag op weervraag prikkelde u tot wat de zin en 't wezen konden zijn van uw en all'bestaan in samenhang die op ondeelbaarheid, in eenklen « die op eenheid wees en eenheid die geen tijd of ruimte of onderscheid kon dragen; en waarom gij, die met de geest u vrij bewoogt en zien mocht en bevatten wat gij zaagt, niet verder zien zoudt en niet groeien tot waar... Maar waarom was uw staat gevest en afgepaald? door wie? op welk gezag? waar zelf gij niet gekozen hadt, maar blind geworpen waart in een ontluikend licht dat u ontsproot en riep om maatloosheid u uit uzelve toe ? Waarom een grens en plots dit huiveringwekkend ijle waar uw hand verstilde en tastte uw eenzaamheid?... In hetzelfde jaar verschenen de bundels Geboorte der Poëzie en Niet voor Bonifacius… , waarin Le Roy acht prozagedichten publiceerde die kritisch waren tegenover de maatschappij van ‘ valse vroomheid ’, ‘ wankele waarheid ’, ‘l oze liefde ’, ‘ namaakleven ’ en ‘ kalken onzin ’. Het esoterische aspect was al aanwezig in zijn bundel Getuigenissen , maar volgens Le Roy zelf was deze bundel " een vulgariserende benaderingspoging naar het zuiver esoterische toe. " In Lucifer was de stof een initiatie tot het esoterische, maar het werk dat Le Roy in de bundels Lava ( 1957 ) en Tellurisch ( 1963 ) presenteerde, bracht het esoterische tot zijn meest volmaakte uitdrukking. Dit leidde tot een rijke symbolentaal, waarbij de symbolen dienden als de uiterste manier waarop de mens iets kon zeggen over het onzegbare. Le Roy ’s werk ging, in de geest van René Guénon , " in de richting van een redressie naar de Grote Traditie . " Het gehele oeuvre van Le Roy kan worden gezien als een poging de eenheid met het heelal te herstellen. Dit streven naar eenheid komt tot uitdrukking in de twee wegen die hij beschreef: de " mannelijke weg ", waarin de mens afstand doet van het aardse en louter naar de geest leeft, zoals exemplified door de Heilige Johannes , en de weg van de magische liefde, die via de " linkerweg " leidt naar het hogere weten en uiteindelijk de re-integratie met het Godzijn. In dit laatste aspect speelt de beleving van de eenheid via erotische liefde een belangrijke rol, met de vrouw als symbool van aardse gebondenheid , bevrijding uit eenzaamheid , en voortzetting van het leven . Le Roy stelde dat de vrouw " de weg naar de eenheidservaring " moest zijn voor de gewone mens en, voor degenen die het aankonden, naar de uiteindelijke eenwording van mens en God . Hij zag de vrouw als een wezen " uiter-Aarde ", die uiteindelijk de mannelijke linkerzijde sublimerend tot de uiteindelijke eenheid zou leiden. Doorbraak naar een breder publiek In 1958 was Le Roy , samen met Aubin Pasque , André van Wassenhove en Marc Eemans (°1907-†1998), betrokken bij de oprichting van het Centre International d'Actualité Fantastique et Magique ( CIAFMA ) . Deze beweging, de Fantasmagie , behield de drie kernaspecten van het surrealisme ( vrijheid , liefde en vrouw , poëzie als uitdrukking van het beleefde) maar legde de nadruk op het esoterische en universeel- religieuze . Le Roy omschreef de Fantasmagie als een kunst die magisch en fantastisch was: magisch, omdat het verbonden was met de diepste krachten van de mens, en fantastisch, omdat het zich bevond in de wereld van droom en inwendigheid. De kunst was gericht op de zoektocht naar de " naakte werkelijkheid ", een afwijzing van de gelogen zintuiglijke wereld en de logica die het leven tyranniseert. Le Roy ’s doorbraak naar een breder publiek kwam in 1961 met zijn eerste Franstalige bundel, Météorologique , gevolgd door Ous denudent, nos Iris in 1972 . Gedichten uit deze laatste bundel werden vertaald en gepubliceerd in Tsjechoslowaakse , Roemeense en Servo-Kroatische tijdschriften . Zijn werk bereikte een breder publiek toen hij in 1965 de eerste Blanka Ghijselenprijs ontving voor zijn dichtbundel le Va Banque . Twee jaar later werd zijn hoofdwerk Spel en Spiegel gepubliceerd, een bundel die acht delen uit een periode van twintig jaar omvatte. In zijn latere bundels bleef hij een combinatie van "oud" en "nieuw" werk presenteren, wat kenmerkend was voor zijn visie van eenheid en het complementaire in zijn werk. Spel en Spiegel was opgebouwd rond twee thematische polen: het leven met de vrouw en de nacht als kernbegrippen tegenover middelmaat, bekrompenheid en levensangst. Alarm Hun zaad en zand de stolpen van hun korte dag waarin zij karig en geniepig leven plegen de vlammen uit het land geweerd want grootheid stoort de rust en 't grootste euvel heet zelfstandigheid o mijn verrukkelijke adelaars en binnen hoe de gloed der gongen klonk! Hun zaad en zand zo vlak zo loom zo steeds op tijd als hun rivieren en waar zij uitbraken plasten zij door de spiegels van hun nood tot daar en verder niet en lieten hun slib hun zout hun kledderig grauw en hadden nauw gemerkt hoe door de mist de eerste steunbeer glom van een verheven droom. Terwijl hun nachten voort ten offer vielen der trage crustaceeën van hun bloed. O Tristeville van gemeten lust. Schreeuwende meeuwen tussen land en land verloren en overal wanden en schuivende handen over die wanden en overal straten en schijtende honden in die straten en vaderlandse monumenten bij de vleet. O Tristeville, om iets te zijn en voort te duren middenpoelen compromis. Van lood en talloos is de stap der kudde warm de veilig-dikke drab der zelfgenoegzaamheid. De stal. Le Roy wordt vaak ten onrechte door zijn aanhangers beschouwd als een moderne dichter, maar in werkelijkheid overstijgt zijn werk het tijdelijke. Zoals F. De Swert in zijn inleiding voor de bundel Weergalm ( 1970 ) opmerkte, is het werk van Le Roy " eeuwig " en " universeel " van aard. De poëzie van Le Roy heeft daarnaast een hermetisch karakter, wat het een aristocratisch aura geeft. Dit verklaart waarom er voor hem grenzen waren die niet overschreden mochten worden. Experimenteren met het woord om het woord zelf werd door hem verworpen; poëzie moest altijd haar dienende functie behouden. Dit leidde tot een zekere afkeer van de hedendaagse literatuur. Le Roy beschreef de literatuur van zijn tijd als " de potsierlijke clowns van een ontzielde consumptiemaatschappij ", en hij had weinig op met de doorgewinterde traditionelen of de rijmelaars en verzendiareelijders. Hij had geen respect voor wat hij beschouwde als de " burgermannetjespoëzie " of de " la raison raisonnante-verslaafden ". In zijn ogen was de dood van het ideaal en het idealisme een gevolg van het woord " revolutionair " dat door volwassen, realistische mensen werd vervangen door het pragmatische, zelfzuchtige streven. Le Roy had een hekel aan wat hij zag als de vervlakking van Eros , en verachtte het seksuele gekwijl dat de essentie van liefde en verlangen ontwaarde en vervormde tot een alledaagse en banaal commercieel ritueel. Hij verzette zich tegen alles wat het hart en de geest verlaagde door snobisme en geldklopperij . Op zijn 65ste verjaardag, op 1 maart 1970 , werd Le Roy in zijn geboortedorp Hingene in Klein-Brabant uitgebreid gehuldigd . Zowel Jef Geeraerts (°1930-†2015) als Anton van Wilderode ( pseudoniem van Cyriel Paul Coupé °1918-†1998) hielden toespraken, en de oudste zoon van Jef Van Ackere droeg een mis op ter ere van Le Roy ’s gesneuvelde vader. PAL (laat in memoriam) in dit naar waarheid en rechtschapenheid verdorstend land waar naar een hondse wet de heerschappij der vrijheid woedt en zetelen voor hem een stel vetganzen van 't gezag staat hij doorlicht tot op het bot onschendbaar pal in 't goddelijk gevaar van zijn verheven droom en weerbaar van zijn vingertoppen tot zijn weigere mond leest hij 't verbolgen oog der rechters leeg en groet de blijde donderslag die openrolt zijn tijdeloze zomer In het jaar na zijn vertrek uit het poëzietijdschrift De Periscoop , waar hij twaalf jaar aan had bijgedragen, werd Le Roy door de Volksgazet geprezen voor zijn houding. De krant schreef: " Le Roy heeft geen rancunes laten blijken... en nooit struikelde hij over een ideologische drempel. Het is een grootheid van visie die beantwoordt aan de ruimte die hij in zijn poëzie betrekt. " Toch werd het voor Le Roy onmogelijk om van de overheid de erkenning te krijgen die hij verdiende. Ondanks zijn verdiensten werd de literaire staatsprijs, die door veel poëziekenners als verdiend werd beschouwd, hem nooit toegekend vanwege zijn politieke verleden . In 1973 ontving hij wel een beperkte werkbeurs van het Ministerie van Cultuur , maar deze werd door sommigen, van de linkerzijde, gezien als een eerbetoon aan het fascisme . Na Weergalm ( 1970 ) verschenen er nog verschillende bundels van Le Roy . In 1971 werd De Stroom uitgebracht, een poëtische levenskroniek van de dichter, gevolgd door het prachtige De Wakende ( 1979 ), geïllustreerd door Roland Monteyne (°1932-†1993) In 1984 , na zijn overlijden, verscheen Late Zwaluwen . Le Roy bleef tot het einde van zijn leven esoterische teksten bestuderen. Hij verdiept zich in het Hindoeïsme en Boeddhisme , maar raakte steeds meer gefascineerd door het Taoïsme , het Islam-Soefisme en uiteindelijk het Esoterische Christendom , dat hij ontdekte via het gnostische Thomas-evangelie . Pol Le Roy overleed op 17 oktober 1983 te Bornem . Gebed Eens als ik uitga in de duisternis saam met het lamplicht over 't laatste schrift en in de stilte trilt het somber lis nog na der felle drift waarmee ik steeds de stroom bevoer door god gejaagd naar god op jacht... eens als de laatste morgen die ik droeg is afgelegd en zielloos ligt mijn hand - laat dan de laatste vragen doven laat wensloos mij en zonder pijn vergaan en opgaan in dit schoon geloven dat er geen nutteloze sterren zijn. In 1984 werd het laatste werk van Pol Le Roy uitgebracht, als een postuum eerbetoon . Het bevatte nagelaten gedichten en werd verrijkt met tien etsen , gemaakt door de grafische kunstenares Francine “Cinette” Urbin Choffray (°1929-†2016). Dit werk werd in een beperkte oplage van 40 luxe-exemplaren gedrukt, op verzoek van enkele van Le Roy ’s trouwe vrienden. Deze zeldzame uitgaven werden voorzien van twee originele etsen van Cinette , wat de waarde en exclusiviteit van de editie versterkte. Kwartierstaat stamboom van Joannes Baptist Ludovic Raes Grootouders langs vaderskant Petrus Leopoldus Leroy Geboren op 23 juli 1838 te Puurs, overleden op 5 juni 1906 te Hingene. Gehuwd op 18 augustus 1868 te Puurs met Christina Philomena Peleman Geboren op 16 juni 1838 te Puurs, overleden op 30 september 1892 te Puurs. Egidius Raes werd geboren als het voorlaatste kind in een gezin van tien. Grootouders langs moederskant Franciscus Mees Geboren op 14 oktober 1826 te Hingene, overleden op 2 december 1894 te Hingene. Gehuwd op 19 september 1857 te Hingene met Monica Virginia Van Kerckhoven Geboren op 21 oktober 1836 te Hingene-Wintam, overleden op 22 mei 1903 te Hingene. Ouders Joannes Franciscus Leroy Geboren op 7 oktober 1870 te Puurs, overleden te Gent op 14 juli 1937. Gehuwd op 5 mei 1903 te Hingene met Maria Cesarina Stephania Mees Geboren op 13 april 1876 te Hingene, overleden te Hingene op 6 juli 1908 Leopold of Pol werd geboren als enig kind. Startpersoon Leopold Jozef Maria Leroy Geboren op 1 maart 1905 te Hingene, overleden te Bornem op 17 oktober1983. Bron(nen): Jan Creve, Pol Le Roy, Een Vergeten Dichter?, in: Tekos; Commentaren en Studies; 1996. Schrijversgewijs.be/schrijvers/le-roy-pol. Verbrande schrijvers: 'Culturele' Collaboratie in Vlaanderen (1933-1953); Lukas De Vos Https://schrijversgewijs.be/schrijvers/le-roy-pol/ https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/le-roy-pol Disclaimer: teksten werden overgenomen uit verschillende naslagwerken over het leven van pol le roy en aangepast naar de huidige tijdsgeest (waar nodig). Citaten worden zo authentiek mogelijk weergegeven en zijn dus ongewijzigd gebleven. Wij willen niet met de pluimen van andere, zeer goede auteurs, lopen en daarom vermelden wij steeds onze bronnen. Onze bedoeling is dat verschillende tekstfragmenten in één overzichtelijke tekst gegoten worden. jefparedaens.be/kleinbrabantse_databank
Leopold Le Roy aan het werk Pol Le Roy aan het werk tijdens een van zijn laatste dichtbundels. Bron: Foto gemaakt door Michel Fierens (°1945-†2022)
2012-2026