Orde van Hingene

Erkende vereniging door de gemeente Bornem, Faro, Histories vzw en koeperorganisatie Heemkunde Gouw Antwerpen. Disclaimer - Recht op afbeelding - Recht op privacy

Neem contact met ons op

Barelveldweg 8 - 2880 BORNEM 0469 43 19 44 ordevanhingene@gmail.com contact@ordevanhingene.be

(Oude) volksspelen

Spelregels voor 'Kalleke Schiet', 'Paapgooien' of 'Paapschieten' Paapgooien, zoals het spel in het Nederlands wordt genoemd, is een werpspel dat in verschillende streken andere namen draagt. In Oost- en West-Vlaanderen spreekt men van kalleschieten of kollestekken. Andere benamingen zijn teppeschieten, teppesol of schremkeschieten. Oorspronkelijk was het een buurtspel, maar in sommige delen van Europa is het uitgegroeid tot een competitiesport met ploegen. In onze streek staat het beter bekend als "Kalleke Schiet(en)". Spel en materiaal Benodigdheden voor paapgooien: Enkele loden schijven (stuivers of werpschijven). Een houten stop (paap of kal(le)): een stukje bezemsteel van ongeveer 8 cm lang volstaat. Geldstukken: Professionele paapgooiers gebruiken meestal oude Belgische frankstukken, maar stukken van 5 eurocent, 50 eurocent of hoger kunnen ook. Dit is geheel naar keuze. Een lintmeter of een alternatief zoals een touwtje, takje of voetstappen om afstanden te meten. Als werpschijf wordt traditioneel een loden stuiver gebruikt van 800 gram en 8 cm diameter (officiële afmetingen). Voor recreatief spel mag deze iets lichter en makkelijker hanteerbaar zijn. De kal(le) wordt op een vlakke aarden ondergrond of grasveld geplaatst. De muntstukken worden bovenop de kal(le) gelegd. Spelregels 1. Opstelling Zet de kal(le) rechtop op de grond. Je mag deze licht in de aarde duwen of draaien zodat hij stevig staat, maar niet te diep zodat hij nog gemakkelijk kan worden omvergeworpen. Leg vervolgens de muntstukken voorzichtig op de kal(le). 2. Afstand nemen Alle spelers nemen plaats achter een werplijn op 8 meter afstand van de kal(le). 3. Worpen Iedere speler gooit, volgens een vooraf afgesproken volgorde, zijn stuiver richting de kal(le). Tip: nummer of markeer je stuiver om verwarring te vermijden. 4. Evaluatie na werpen Pas nadat alle spelers geworpen hebben, mag men naar de kal(le) lopen om de situatie te bekijken. Staat de kal(le) nog overeind? Dan raapt de eerste speler zijn herkenbare stuiver op en gooit opnieuw, zonder de werplijn te overschrijden. Doel: de kal(le) omverwerpen en tegelijk proberen de stuiver zo dicht mogelijk bij de muntstukken te laten landen. 5. Muntstukken winnen Ligt de kal(le) omver, dan wordt bekeken welke stuiver het dichtst bij een muntstuk ligt. De afstand tussen stuiver en muntstuk moet kleiner zijn dan die tussen de kal(le) en datzelfde muntstuk. De eigenaar van de dichtstbijzijnde stuiver mag de overeenkomstige muntstukken oprapen. De stuiver mag daarna uit het spel gehaald worden, maar de speler kan er ook voor kiezen hem te laten liggen, met het risico dat een andere speler het muntstuk alsnog wint. 6. Spelverloop Zodra alle muntstukken veroverd zijn, eindigt het spel. De speler die volgt op de laatst werpende speler start het volgende spel. Het is gebruikelijk dat degene die het meeste muntstukken gewonnen heeft de kal(le) opnieuw opstelt. 7. Bijzondere situaties Liggen de muntstukken aaneengeschakeld (in een sliert) en raken ze elkaar, dan wint de stuiver of kal(le) die het dichtst bij een muntstuk uit de sliert ligt. Blijft er na veel beurten slechts één muntstuk over zonder dat het gewonnen wordt, dan wordt het spel beëindigd. Dat ene muntstuk wordt bij het nieuwe spel toegevoegd bovenop de kal(le). Ligt de kal(le) op de muntstukken en valt een stuiver erbovenop, dan blijven de muntstukken eigendom van de kal(le), ongeacht aanraking door de stuiver. De kal(le) wint ALTIJD! Soms kan het strategisch voordeliger zijn om de kal(le) weg te spelen. 8. Meet- en discussieoplossingen Gebruik een lintmeter, passer, touwtje of takje om nauwkeurig afstanden te meten bij twijfel. Landt een stuiver bovenop een andere, dan mag de eigenaar van de onderste schijf, als hij aan de beurt is, de bovenliggende stuiver even optillen. 9. Wind of externe invloeden Valt de kal(le) om door de wind, dan wordt hij weer rechtgezet. Valt hij om door trillingen veroorzaakt door een neerkomende stuiver of door wegvliegend zand, dan blijft de situatie zoals ze is. 10. Tot slot Na meerdere keren spelen merk je dat zich soms onvoorziene situaties voordoen. In competitieverband beslissen scheidsrechters bij betwiste gevallen. Speel je voor het plezier, dan los je het onderling op. Wipschieten: Regels, verloop en achtergronden Wipschieten is een traditionele tak van de handboogsport waarbij men met pijl en boog tracht kleine doelen, zogenaamde vogels , van een metalen constructie (de wip) te schieten. Deze vogels zijn meestal kleine cilinders, versierd met kleurrijke pluimen, en bevinden zich op pinnen op verschillende hoogtes en posities. Oorsprong en varianten Aan het begin van de 20ste eeuw zochten boogschutters naar manieren om hun sport het hele jaar door te kunnen beoefenen, ongeacht het weer. Dit leidde tot de ontwikkeling van twee vormen: Staande wip : een verticale structuur van minstens 28 meter hoog, waarop omhoog wordt geschoten. Liggende wip : een horizontale constructie, op een afstand van ongeveer 17 meter van de schutter. Beide vormen zijn vooral verspreid in Vlaanderen en vereisen verschillende technieken en precisie. Staande Wip Staande wipschieten is een traditionele vorm van handboogschieten waarbij men de pijl recht omhoog richt naar kleine doelwitten, zogenaamde gaaien, die op metalen pinnen bevestigd zijn op een hoogte van 28 meter. Deze gaaien, vervaardigd uit hout of kunststof, zijn moeilijk te onderscheiden vanop die afstand. Daarom wordt aan elke gaai een gekleurde pluim bevestigd via een dun ijzerdraadje, zodat de schutter zijn doel nauwkeurig kan aanviseren. Elke gaai vertegenwoordigt een bepaalde waarde, afhankelijk van de plaats op de wip, de grootte van het blokje en de kleur van de pluim. Wie erin slaagt om een gaai naar beneden te halen, wint punten, een naturaprijs, een geldbedrag of in speciale gevallen de felbegeerde titel van koning of kampioen. Een gaai treffen is allesbehalve eenvoudig, wat het des te bevredigender maakt wanneer het lukt. Die uitdaging gecombineerd met de spanning van de competitie motiveert vele wipschutters om meerdere keren per week te trainen en deel te nemen aan wedstrijden verspreid over heel Vlaanderen. De naam wip verwijst naar de oorspronkelijke mastconstructies die destijds konden gekanteld worden om de gaaien bij te vullen. Vandaag de dag wordt om veiligheidsredenen vooral gebruikgemaakt van muitwippen: structuren waarbij de sprang (het gaaiendeel) omgeven is door een vangkooi, die de naar beneden vallende pijlen opvangt en de risicozone beperkt. Bij de Sint-Donatusgilde van Eikevliet heb je nog een Open Wip . Deze variant van een staande wip is aan het verdwijnen aangezien men hiervoor een te grote ruimte nodig heeft om de veiligheid te garanderen. De pijlen vliegen vrij de lucht in en komen dan naar beneden (+/- 75 m. rond iedere wip). Bij het wipschieten worden zowel traditionele houten bogen als moderne exemplaren van carbon, aluminium of glasvezel gebruikt. Ook katrolbogen zijn toegelaten. Deze laatste, voorzien van een poeliesysteem, maken het mogelijk voor minder krachtige schutters waaronder jongeren of mensen met een beperking – om volwaardig aan wedstrijden deel te nemen. Een wedstrijd aan de staande wip wordt doorgaans aangeduid als een beschrijf. Ze duurt gemiddeld vier uur, waarbij de ingeschreven schutters beurtelings een pijl omhoog schieten naar de geplaatste gaaien. Het vereist niet enkel fysieke controle, maar ook een scherp oog en mentale focus. Wipschieten is een sport voor alle leeftijden . De gemiddelde leeftijd van de geregistreerde leden ligt rond de 49 jaar, maar dankzij gerichte jeugdopleidingen groeit ook het aantal jonge schutters. Vaak geven ouders of grootouders hun passie door aan de volgende generatie. Organisaties zoals Vlas en Sport Vlaanderen ondersteunen deze jeugdwerking actief. Via het project jeugd+ kunnen clubs een eigen jeugdopleiding uitbouwen, en jeugdbegeleiders kunnen een erkende trainerscursus volgen om jonge talenten te begeleiden. Om het wipschieten toegankelijker te maken voor initiaties buiten clubaccommodaties, ontwierp Vlas ook de Festivalwip: een mobiele constructie van 6 meter hoog waarbij gebruik wordt gemaakt van pijlen met rubber doppen. Hierdoor kunnen demonstraties en kennismakingen plaatsvinden op evenementen, scholen of sportdagen, zonder in te boeten aan veiligheid. Liggende Wip De discipline van het liggend wipschieten speelt zich af op een horizontaal opgesteld doel, meestal op 17 meter afstand (12 meter voor jongere schutters) . De opbouw is vergelijkbaar met de staande wip: een hoofdvogel , zijvogels (kallen) en kleine vogels . Schietingen vinden doorgaans plaats in overdekte zalen en zijn recreatief van aard. Voorheen legde Toneelkring De Morgenster een criterium in van 4 schietavonden op vrijdagavond en meestal in de Jongensschool van Hingene. Omdat het recreatief was werd er natuurlijk veel gelachen en gedronken, met de nodige hilariteit tot gevolg. Nadien organiseerden lokale verenigingen in Hingene (waaronder Toneelkring De Morgenster , KVK Hingene , Chirojongens Hingene en De Platte Pen ) samen een criterium rond de liggende wip. Deze populaire reeks verwaterde uiteindelijk door een gebrek aan vrijwilligers. Opbouw van de staande wip en soorten vogels De wip is een metalen frame met drie latten voorzien van pinnen waarop de vogels worden geplaatst. Een standaard opstelling bevat: 1 hoofdvogel (de ‘hoge’) – 4 punten 2 zijvogels – 3 punten elk 2 Kallen – 2 punten per stuk 30 kleine vogels – 1 punt per stuk Optioneel: speciale doelen zoals ‘kannen’, ‘uilen’ of ‘dikkoppen’, vaak met 2 punten of meer en soms gekoppeld aan prijzen in natura of geld. Bij competities onder de vlag van de K.N.B.B.W. (Koninklijke Nationale Bond van Belgische Wipschutters) gelden de volgende puntentoekenningen: Hoofdvogel : 4 punten Zijvogels : 3 punten Kallen : 2 punten Kleine vogels : 1 punt Speciale vogels : 2 punten Elke schutter kan slechts één vogel per schot afschieten. Als meerdere doelen tegelijk vallen, telt enkel het doel met de hoogste waarde. Benodigdheden Zowel traditionele houten bogen als moderne bogen uit materialen zoals carbon, aluminium of glasvezel zijn toegestaan. De keuze van boog en pijl wordt afgestemd op de fysieke eigenschappen en voorkeur van de schutter (zoals handvoorkeur of trekkracht). Techniek en houding Een correcte schiethouding is essentieel voor nauwkeurigheid: 1 . De schutter staat zijwaarts ten opzichte van de wip, met de schouder richting doel. 2 . De voeten staan op schouderbreedte, het gewicht is evenwichtig verdeeld. 3 . De boog wordt in de niet-dominante hand gehouden, de pees wordt aangetrokken met drie vingers. 4 . De trekhand rust onder het jukbeen, terwijl de duim naar het oor wijst. 5 . De afwijkend gekleurde veer van de pijl wijst naar beneden bij het inklemmen. Richten gebeurt met de bovenkant van de pijl (denkbeeldig ‘12 uur’-punt). De pees wordt rustig losgelaten zonder de houding te wijzigen. Kleine afwijkingen kunnen gecorrigeerd worden door: De trekhand iets hoger of lager te plaatsen (voor hoogtecorrectie). Te richten op een denkbeeldig uurwerk (11 uur bij afwijking naar rechts, 1 uur bij afwijking naar links). Een consistente ankerplaats (aantrekkende hand tegen het jukbeen) blijft de sleutel tot precisie. Schietingen: Soorten en verloop Beschrijfschieting Dit is de meest gangbare wedstrijdvorm. De waarde van de vogels staat vast voor de wedstrijd. Elke deelnemer krijgt per ronde één beurt. De volgorde van de maatschappijen of pelotons (teams) wordt door loting bepaald. De duur bedraagt gemiddeld vier uur. Na afloop worden de behaalde penningen ingeruild tegen geld of prijzen. Voorbeelden van beschrijfschietingen: Palingschieting , Kalkoenschieting , Porseleinschieting : afhankelijk van de prijzen. Prijsschieting : iedere vogel draagt een nummer dat correspondeert met een prijs, vergelijkbaar met een tombola. Jubileumschieting : ter ere van een verdienstelijk lid. Herdenkingsschieting : met zwarte pluimen, ter nagedachtenis van een overleden schutter. Blokschieting : enkel gericht op de hoofddoel (blok), over drie rondes. 7 Hoge : puntenschieting met vooraf vastgelegde tijdsduur (punten per vogel variëren van 4 tot 7). Hoogtepunten binnen de gilde Koningsschieting In Hingene traditioneel op Hemelvaartsdag . Enkel de hoofdvogel wordt op de wip geplaatst. De zittende koning mag de eerste drie pijlen lossen. Wie als eerste de vogel treft, wordt gekroond tot koning voor één jaar , ontvangt een siervogel en een zilveren gildebreuk . Wie drie opeenvolgende jaren wint, wordt keizer voor het leven . Keizerschieting K.N.B.B.W. Gekwalificeerde koningen van verschillende maatschappijen nemen deel aan drie ronden naar de hoogvogel. De winnaar draagt de titel ‘Keizer van België’. Kampioenschappen Belgisch Kampioenschap Voorronde: per peloton (5 schutters), 10 ronden zonder bijvulling. Finale: de 5 sectorkampioenen + dagwinnaars uit de sectoren strijden om de titel. Hoogste totaalscore wint. Individueel Kampioenschap (ook wel ‘Vlas’) Bij de mannen: 5 hoogste scores per sector gaan door. Bij de vrouwen: 3 per sector. Elke deelnemer krijgt 5 schoten in de eerste ronde; daaropvolgende rondes bepalen de eindwinnaar. Europees Kampioenschap Teams van 24 schutters schieten 10 ronden naar een volle wip. De ploeg met het hoogste puntenaantal of die de wip leegschiet met de minste beurten wint. Individueel: 75 schutters per land schieten naar één hoogvogel; wie de meeste treffers haalt, wordt Europees kampioen. Schuttersgilden in Hingene Hingene kent een rijke traditie met drie actieve gilden die allen de staande wip beoefenen: Sint-Sebastiaansgilde Hingene (sinds 1520) Sint-Sebastiaansgilde Wintam (sinds 1676) Sint-Donatusgilde Eikevliet (sinds 1942) Elke vereniging organiseert eigen schietingen doorheen het jaar, waaronder hun jaarlijkse Koningsschieting op Hemelvaartdag . Bron(nen): vlas.be/vlaspdf/infofolders/liggende20wip.pdf knbbw.be/faq-2/
Schuttersgilde Sint - Sebastiaan Hingene
Schuttersgilde Sint-Sebastiaan Hingene Herlin Van Vracem, Vic Hermans, Nicole Hermans, Albert Rosiers, Chris Aerts, David Cuyt, Ronny Cuyt, Bart Cuyt, Jef Van Wezemael, Louis Rosiers, Leon Aerts, Ivo Aerts, François Vertongen, Peter Aerts, Louis Bovijn, Eddy Van Cauwenbergh, Jan Rosiers, Gerard Buytaert, Freddy Spiessens, Gerard De Maeyer, Leon Hermans, Kristel Hermans Bron: Orde van Hingene
2012-2024