Orde van Hingene

Erkende vereniging door de gemeente Bornem, Faro, Histories vzw en koepelorganisatie Heemkunde Gouw Antwerpen. Disclaimer - Recht op afbeelding - Recht op privacy

Neem contact met ons op

Barelveldweg 8 - 2880 BORNEM 0469 43 19 44 ordevanhingene@gmail.com contact@ordevanhingene.be

Anekdotes uit Hingene

Anekdotes en andere leuke verhalen Lachen maakt het leven lichter, en voor velen is een dag zonder een glimlach een verloren dag. We worden dagelijks geconfronteerd met momenten die ons aan het lachen maken: een goed getimede grap, een onverwacht succes, een gênante vergissing of een onbedoeld komische instructie. Maar vooral zijn het de anekdotes die ons blijven bijstaan. Een anekdote is een kort, meestal waargebeurd verhaaltje dat een grappige, opmerkelijke of typerende gebeurtenis beschrijft. Iedereen kent er wel een paar soms uit eigen ervaring, soms doorverteld door anderen. In dorpen en gemeenschappen waar iedereen elkaar kent, gaan zulke verhalen gemakkelijk rond. Vaak zijn ze vermakelijk zonder kwetsend te zijn, en tonen ze een menselijke kant van de betrokken personen. Het zijn deze kleine vertellingen die het sociale weefsel kleur geven, en ze worden nog jaren later met plezier opnieuw verteld. Rieke Tovenaar en Wètje Perremans Edward ‘Wètje’ Perremans had op een keer, tijdens een bestuursvergadering van KVK Hingene , de legendarische Rieke Tovenaar uit de kantine gezet. Waarop de Rik kwaad zei: “Ik zet hier nooit nog een voet op uwe grond!” En sindsdien hield hij woord — elke match stond hij trouw te kijken vanop de Kasteeldreef, op afstand, maar geen seconde miste hij. Bron: Fons Desmedt Een échte tovenaar in Hingene Rieke woonde in een vervallen huizeke aan de Mandenmakersstraat , in dat baantje richting de U-put. Als kind waren wij er heilig van overtuigd dat hij écht kon toveren. Dat maakte hem voor ons natuurlijk razend interessant. We waren dan ook geregeld met een bende curieuze bengels aan z’n deur te vinden — tot grote ergernis van Rieke zelf. Als hij ons in de mot kreeg, pakte hij z’n riek en stoof hij briesend achter ons aan. Ik denk niet dat hij ons ooit echt iets had willen aandoen, maar we hadden toch telkens de schrik van ons leven. Achteraf gezien had ik hem eigenlijk best graag op een normale manier leren kennen. Ze zeggen dat het een wijze man was, eentje met meer in zijn mars dan wij als kinderen ooit beseften. Bron: Björn Van Eetvelt Rentmeesteres Jeanne Thielemans Hoe ze vroeger leefde, daar zat later precies toch wat verandering in. Op een keer stapte ze de winkel binnen voor een paar sneden kaas en hesp. Maar voor ze betaalde, vroeg ze heel ernstig: “En mag ik de overschot terugbrengen, als ik het niet op krijg?” Tja, dat was de Juffra hé… altijd een beetje anders dan de rest. Ze was excentriek, een tikkeltje kunstzinnig, en net daardoor bleef ze haar hele leven lang wat een buitenbeentje in het dorp. Maar net dat maakte haar zo intrigerend — ge wist nooit goed wat ge van haar mocht verwachten. Bron: Fons Desmedt Pastoor Henk Hamerlinck Ik wil toch graag een plezante anekdote vertellen, eentje uit de tijd dat ik pastoor was in Hingene een schone periode, dat weet ik nog goed, zegt pastoor Henk Hamerlinck glimlachend. Het waren Kasteelfeesten, en ik had nét gehoord dat de aanvraag voor de herstellingen aan de kerktoren was goedgekeurd. Ge kunt u inbeelden hoe content ik was! Het feest werd officieel ingezet met een receptie — een glaasje schuimwijn hier, eentje daar… niets aan de hand. Maar toen... toen hebben een paar snoodaards mij meegetroond naar de Duveltent . Hoeveel glazen ik daar nog achterovergeslagen heb, dat weet ik eerlijk gezegd niet meer. In gewone omstandigheden krijg ik met moeite één glas binnen, maar die dag was het precies anders. Enfin, ge kunt al raden wat er volgde: plots voelde ik dat ik dringend naar het toilet moest. Dus ik naar buiten, op zoek naar een boom om mij discreet achter te zetten. Ik dacht er eentje gevonden te hebben maar had niet door dat die boom in een gracht stond. Voor ik het goed en wel besefte, lag ik er zelf ook in. En wie moest mij eruit halen? Een paar Chirojongens , die met veel plezier ‘meneer pastoor’ uit de modder takelden. Helemaal onder het slijk ben ik dan toch nog tot aan de pastorie geraakt. En sindsdien... het verhaal van den pastoor in de gracht deed heel Klein-Brabant rond. Tot op vandaag spreken mensen uit Hingene en Mariekerke mij er nog over aan, met zo’n pretlichtjes in hun ogen. Tja, een pastoor is ook maar een mens hé? Bron: Pastoor Jan Hamerlinck Albert Mees ofwel Bère Poes Albert Mees of beter gezegd Bère Poes want ge moet weten: in Hingene waren er twee Albert Mees’en . De ene was van Caroline Meskens , en onze Bère had dus een bijnaam nodig om het verschil te maken. Tijdens de toneelvoorstellingen van De Morgenster was hij steevast de zelfverklaarde zaalwachter van dienst. In die tijd gingen de mensen die in café De Zwaan een pint kwamen pakken, langs de toneelzaal naar het toilet. En ja, ge raadt het al: Bère Poes stond daar streng op toe dat ze dat in stilte deden, zonder het spel te storen. Eén misstap en ge kreeg z’n scherpe blik — of erger nog: een berisping waar ge u aan verslikte. Waar zijn bijnaam juist vandaan komt, dat blijft een beetje een mysterie. Wat we wél weten, is dat zijn moeder in het dorp gekend stond als de Poes . De rest mogen we gerust aan onze eigen verbeelding overlaten. Maar Bère was meer dan alleen zaalwachter hij was ook officieel scheidsrechter bij de Belgische Voetbalbond. Samen met Hendrik Van Herbruggen , of zoals wij hem aanspraken Rieke (Tamme) , vormde hij het gevreesde scheidsrechtersduo van KVK Hingene, toen nog gewoon FC Hingene . Vraag het maar aan de oud-spelers — die zullen u nog straffe verhalen kunnen vertellen over die twee op het veld! Bron: Fons Desmedt Pierre Schoof in de luren gelegd Pierre Schoof dat was vaandeldrager van Hingene , maar ook een tuinman van de bovenste plank. Althans, dat vond hij zelf toch. Je kon hem weinig wijsmaken over groenten en planten. Hij kende elk ras, wist perfect wanneer je wat moest zaaien, en op welke plek in de tuin het ’t best gedijde. Een man met groene vingers en tonnen zelfvertrouwen. Maar op een dag heeft hij toch eens flink z’n peren gezien. Hugo Cools , een man met gevoel voor humor, besloot samen met een buur van Pierre om hem eens goed te foppen. Hugo stak een paar Tic Tac-muntjes in een zakje en hield ze Pierre voor. "Kijk," zei hij serieus, "dat zijn Chinese bonen . Ideaal om nu te planten, beste vriend." Pierre keek, snoof, en knikte ernstig. Hij had het gesnapt — dacht hij. Even later kreeg hij van diezelfde buur een zakje ‘Chinese bonen’, zogezegd. Ondertussen was de buur al echte bonen aan het planten, maar Pierre stak netjes zijn Tic Tacs in de grond. Weken gingen voorbij… maar geen sprietje te zien in Pierres tuin. Terwijl bij de buur de eerste boontjes al boven de aarde piepten. "Wat scheelt er, Pierre?" vroeg die met een stalen gezicht. Pierre zuchtte, schudde het hoofd en sakkerde: "Ik versta er niks van… Dat kan toch niet?" De buur stelde hem gerust: "Wacht, ik heb nog wat reserves staan." En jawel, Pierre ging opnieuw planten — alweer met Tic Tacs. En opnieuw… niets. Pas weken later hebben ze hem de waarheid verteld. De grap was gelukt Pierre was er schoon ingetrapt. Hij kon er achteraf gelukkig hartelijk om lachen, maar ze zouden hem geen tweede keer liggen hebben. Toch was het een gouden vondst van een practical joke. En zo waren we in Hingene weer een anekdote rijker. Eentje die nog jaren met veel plezier werd naverteld aan de toog. Bron: Fons Desmedt Pastoor Meeûs In 1964 kreeg de Sint-Stefanusparochie van Hingene een nieuwe pastoor: Jan Van Kerckhoven . Dat nieuws bleef natuurlijk niet onopgemerkt aan de overkant van de grens, bij de parochianen van Sint-Margaretha in Wintam . Daar vroegen ze zich af of die nieuweling de mis ook zo lang kon rekken en preken met de eindeloosheid van den witte pastoor . Uit pure nieuwsgierigheid trokken sommigen dus op zondag richting Hingene om het zelf eens mee te maken. Maar... dat was buiten pastoor Meeûs gerekend. Die liet dat niet zomaar gebeuren. Bij de eerstvolgende processie zou hij wel eens duidelijk maken tot waar zijn parochie reikte — tot op de meter, als het moest! Hij gaf de misdienaars, met kruis en kandelaars voorop, de strikte opdracht om de processie over de Koningin Astridlaan te leiden tot juist aan de Pieter Coomansstraat : het uiterste puntje van de parochiegrens. Daar maakte het hele gezelschap een scherpe draai, alsof ze van een onzichtbare muur terugkaatsten, en keerden netjes terug richting Wintam. Of de ‘overlopers’ van Wintam daar wakker van gelegen hebben? Ik durf het te betwijfelen. Misschien zaten ze op dat moment gewoon weer braaf in de kerk van Sint-Stefanus. En wie, denkt ge, droeg toen het kruis voorop, trouw aan het bevel van pastoor Meeûs? Jawel deze nederige verteller, uw anekdotenschrijver: Jan Van Stichel. Bron: Jan Van Stichel Zuster Berengaria Iedereen in Eikevliet die al wat jaren op de teller heeft, herinnert zich haar nog: zuster Berengaria . Al noemden wij haar allemaal gewoon zuster Belgaria — waarom precies, dat weet niemand nog, maar het klonk nu eenmaal zo. Ze was een klein, toegewijd nonneke, oerdegelijk en vroom, eentje zoals ge ze vandaag bijna niet meer tegenkomt. Wat zij allemaal in haar eentje klaarspeelde in dat kleuterklasje — daar zouden ze tegenwoordig een heel team juffen en kinderverzorgsters voor moeten inzetten. Ze leerde ons tellen, simpele woordjes lezen, optellen, vergelijken… allemaal dingen die eigenlijk pas in het eerste leerjaar op het programma stonden. Maar ja, zuster Belgaria vond dat wij dat ook al aankonden. Het schoolbord stond dus bijna elke dag vol met cijfers en woorden ware het niet dat dat eigenlijk niet mocht. Want als de inspectie dat zou zien, dan hingen we eraan. En jawel hoor, op een dag stormde zuster Odilie het lokaal binnen: "Zuster, de inspecteur is onderweg!" Zuster Belgaria greep halsoverkop naar de bordveger en begon als een bezetene alles uit te wissen. Net op tijd op twee woordjes na stond de inspecteur daar al. Hij kwam controleren of de 44 kleuters in haar klas wel goed verzorgd werden. Heel vriendelijk en beleefd bleef de zuster de hele tijd met haar brede gestalte voor het bord staan mooi die laatste twee woordjes aan het zicht onttrekkend. De inspecteur had niks door. Met een zucht van opluchting zwaaiden we hem uit. "Zuster, waarom hebt ge dat bord afgeveegd?" vroeg plots een pienter bazeke. "Omdat de inspecteur niet mocht weten dat we bijna zo slim zijn als hijzelf," antwoordde ze met een knipoog. "En als hij het wél had gezien… mocht ge dan geen nonneke meer zijn?" vroeg het kind. Zuster Belgaria lachte, en wij met haar. Want zo’n dagen — die vergeet ge niet gauw. Bron: Jan Van Stichel Elf apostelen Dat zuster Belgaria ons verder liet tellen dan tot tien, dat bewijst het volgende verhaal. Op een dag vertelde ze in haar kleuterklas over Jezus en zijn twaalf apostelen . Een klassieker. En zoals dat dan ging, mochten we daarna zelf aan de slag met onze verbeelding. Tekenen dus. Jezus met zijn twaalf apostelen. Allemaal met ons lei en een krijtje. En ik, Jan Van Stichel , had het geluk dat ik altijd de kleinste restjes krijt kreeg ge weet wel, die te kort waren om nog mee op het bord te schrijven, maar ideaal voor een tekenaar met ambitie. Zuster Belgaria kwam vol verwachting kijken naar het resultaat van onze creatieve uitspatting . Toen ze bij mij kwam, was ze zichtbaar onder de indruk. Ze prees mijn tekenkunsten, die blijkbaar het bijbelverhaal op haast sacrale wijze tot leven brachten. Maar plots fronste ze haar voorhoofd. Ze begon te tellen: "Eén, twee, drie... elf." En dan volgde het oordeel: "Janneke," zei ze streng maar zacht, "ge hebt er maar elf getekend. En ik heb toch verteld dat Jezus twaalf apostelen had?" Ik keek naar mijn lei, naar mijn krijtjes, en voelde dat ik ergens een man vergeten was. Maar ja, als kleuter zit ge nog laag bij de grond en kunt ge rap iets verzinnen om recht te krabbelen. "Zuster," zei ik zonder verpinken, "de twaalfde, dat was Judas . En die is zich juist gaan ophangen." Ze heeft me toen wel héél lang aangekeken… maar ik denk dat ik er toen in geslaagd ben haar tegelijk te doen glimlachen én even sprakeloos te maken. Zo’n moment vergeet ge niet. En zij, vermoed ik, ook niet. Bron: Jan Van Stichel Bruidsparen vergeten Op vrijdag 24 mei al was het jaartal een beetje in de mist verdwenen zouden op het gemeentehuis van Hingene twee huwelijken plaatsvinden. Het was precies 9u30 toen een hele stoet wagens met de bruidsparen Albert Pauwel - Maria Marnef en Frans Wuyts - Carola Van der Veken arriveerde. Maar helaas, schepen Gerard Verhavert was ziek, dus zou burgemeester Jos Bogaerts de huwelijken leiden. Het uur tikte voort, en om kwart voor tien was de burgemeester nog steeds niet op komen dagen. Tegen 10 uur stonden zowel de pastoor van Hingene-centrum als die van Sint-Margareta uit Wintam nog steeds netjes te wachten op de bruidsparen. Wat nu? Er werd snel ingegrepen en schepen Jozef Tronckoe werd geprompt om de huwelijken te voltrekken. Precies om 10u18 was het eerste stel dan eindelijk wettelijk getrouwd . En een paar minuten later, hetzelfde voor het tweede paar. Want ja, de burgemeester was de twee huwelijken gewoon helemaal vergeten! Gelukkig konden de twee bruidsparen, na een korte paniek, er zelf hartelijk om lachen. Eind goed, al goed. Bron: JuD (Oud-Eikevlietenaren) Slijk tot achter zijn oren Wij woonden allebei in de Slijkhoek mijn vriendje Jos achter den dijk en ik net ervoor. We waren allebei drie jaar oud. Elke dag kwam hij me roepen om samen naar de bewaarschool te gaan, naar onze geliefde Zuster Berengaria. Vaak stond ik al aan de poort van "d'Hoef" te wachten, soms met tante Wis (de Neulle) . En stipt op tijd, zoals altijd, was Jos daar dan, netjes verzorgd, met zijn voorschootje keurig gestreken en klompjes aan de voeten. Maar op een warme junimorgen, na een korte maar hevige onweersbui , was ik wel heel verbaasd toen ik Jos zag aankomen. Van kop tot teen zat hij onder de modder een echte " klodderhond " ! Zelfs de kleur van zijn schortje was niet meer te herkennen. Jos had, zoals een echte Vlietzoon , in alle plassen gesprongen, en hij straalde van geluk. Maar de reactie van tante Wis was heel wat minder enthousiast. Ze greep hem bij de hand, mompelde een paar onbegrijpelijke woorden, en bracht hem resoluut terug naar huis. Die dag ben ik alleen naar school gegaan. Maar voor tante Wis was er een nieuwe taak bij: elke ochtend stond ze vol spanning naar den april te kijken, mompelend: "Da! Hoe zal hij er vandaag vanachter komen?" Bron: JuD (Oud-Eikevlietenaren) De storm van 1976 en de koppige kunstenaar Op zaterdag 3 januari 1976 raasde een Noordwesterstorm over België, en het was springtij. In Ruisbroek begaf de dijk van de Vliet het, en voor je het wist, stond het dorp tot aan de lippen in het wassende water. In Hingene dreigde hetzelfde, maar gelukkig hadden de mensen hun lesje geleerd van de overstroming in 1953 . Iedereen snelde naar de Tedescodijk om te helpen bij het dichten van de dijkbreuk . Maar er was één probleem: ze moesten naar het terrein van de Notelaer komen, het jachtpaviljoen waar de kunstenaar Vic Gentils toen woonde. En wat deed Gentils? Die sloot de poort! De Hingenaars kwamen van alle hoeken van de gemeente aanstormen, klaar om te helpen. De mannen vulden zandzakken, de vrouwen hadden al hun huisraad naar hogere verdiepingen gesleept, en ondertussen stond er een woordenstrijd tussen de dorpsbewoners en de kunstenaar aan de poort. Vic stuurde zelfs zijn honden op de mensen af! Maar toen kwam er een man uit Wintam met zijn camionette. Hij had geen zin meer in praten, en als je echt een dijkbreuk wilt dichten, heb je geen tijd voor zulke onzin. Dus stapte hij achter het stuur van de camionette, gaf gas en ramde de poort met één krachtige klap open ! Gentils en zijn honden konden nog net opzij springen. De poort was open, en de Hingenaars konden eindelijk aan de slag. De bres werd gedicht, en Hingene was gered van een ramp, terwijl Ruisbroek al in het water stond. Waarom Vic Gentils zich die dag zo eigenzinnig gedroeg, bleef een mysterie voor iedereen. Wat wel duidelijk was, is dat hij nadien geen populaire man was in Hingene en Wintam. Hij had bijna het hele dorp onder water gezet door zijn koppigheid. In 1983 vertrok Vic Gentils uit de gemeente… en dat was voor de inwoners een gigantische opluchting. ‘Den Dieman’ – De legende van Hingene Wie was Den Dieman , die man die door iedereen in Hingene werd gekend en geroemd om zijn unieke persoonlijkheid? Hij was de man die zijn brood verdiende met het hakken van bomen in de polder en langs de Scheldedijken. Het was zwaar werk, van vroeg in de ochtend tot ver in de avond, ploeterend in de drassige kleigronden van Hingene. Zijn benen, ietwat krom door het harde werk, waren altijd bedekt met lange rubberen laarzen – zijn persoonlijke “uniform”. Als werknemer van den Duc was hij altijd goed gehumeurd en tevreden met zijn zware levensstijl. Na een dag hard werken, kwam hij altijd voorbij de vele kroegen van Hingene-dorp het centrum, zoals ze dat toen noemden. Steeds weer riepen de mensen hem naar binnen voor een frisse pint , die al snel gevolgd werd door een andere, en nog één. Zo vertrok hij uiteindelijk, met een buik vol, zingend naar huis . Maar naar huis gaan met een goed glas op was niet altijd even makkelijk. Vele malen zocht de arme man in het vocht wat verlichting van zijn zware lot. Zo liep hij eens, helemaal “aangeschoten” op een donkere winteravond, naast zijn fiets, pratend tegen zichzelf als iemand die zijn verhaal aan een luisteraar vertelde. Plots stopte hij, zette zijn fiets tegen een gevel en zei ernstig: “Hier, François, hier sta je dan, en hier komt den Dieman ’s morgen om zeven uur je weer ophalen. Is dat goed?” En met die woorden strompelde hij verder naar huis, naar zijn vrouw. Op een mooie zomernacht zat Den Dieman met een vriend op de dorpel van de voordeur van Mariette Van Laeken , te praten over het leven. Waar hij ook was, altijd had hij wijze raad. Zijn vriend vertelde: “Ik zie haar wel zitten, maar ik ga haar nooit trouwen, want ik weet dat ik haar ongelukkig zou maken.” Waarop Den Dieman het nuchter zei: “As ge ni moet trouwen, moet ge niet trouwen!” In die paar woorden zat zoveel waarheid. Op een dag droeg Den Dieman , samen met drie andere mannen, de heilige Sint-Job tijdens de processie. Terwijl hij vooraan liep, zag hij een muntstuk op de grond liggen. Natuurlijk bukte hij zich om het op te rapen. Maar door zijn beweging begon ook het heilige beeld voorover te buigen. Met een grijns zei hij: “Hela makker, ik ben u toch voor, hè?” Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Den Dieman op een dag naar het gemeentehuis geroepen, waar burgemeester Van Kerckhoven met het droeve nieuws op hem stond te wachten: zijn zoon Hendrik was gesneuveld aan het front . Dagenlang liep de arme vader huilend door de straten, en iedereen wist hoe hij leed om zijn grote held, zijn zoon, die hij nooit meer zou zien. Als dat nog niet genoeg was, verongelukte vlak na de oorlog ook de man van zijn jongste dochter, een beroepsmilitair bij de ontmijningsdienst. Zijn naam was Frans . Den Dieman was ook de belleman van Hingene de omroeper van het dorp. Hij bracht het nieuws van de gemeente naar de inwoners van Hingene, Wintam en Eikevliet. De burgemeester of de gemeentesecretaris las de meldingen voor en Den Dieman nam het document mee op zijn ronde. Als hij het openrolde en zijn stem luidde, konden de omstanders soms zien dat hij zijn blad ondersteboven hield. Omdat hij niet zo goed kon lezen, gebeurde het wel eens dat hij de tekst verkeerd voorlas. Maar dat hield hem niet tegen! Hij gaf er altijd zijn eigen draai aan, zoals die keer dat hij riep: “Alle vrouwen die zo zijn, krijgen dobbel zegels!” De mensen in het Sas van Wintam kregen altijd als laatste het nieuws te horen. Dat werd opgelost toen ‘Den Dieman’ twee gratis pinten kreeg in Café Het Sas . Vanaf toen begon hij zijn rondes vanaf die uithoek. Wat kan ik nog zeggen over Den Dieman ? Hij was een man die van het leven hield. Hij vertelde moppen aan de kinderen, had altijd een glimlach en zou geen kat iets in de weg hebben gelegd. Hij stamde uit een gezin van 14 kinderen, had een engel van een moeder, en hoewel hij graag een pintje dronk, was hij een doodbrave man. “Den Dieman” was een legende in Hingene. Bron: Mariette Van Laeken Guyke in zijn schoolkamp Guyke was al een paar dagen niet op school verschenen, maar zonder doktersbriefje. Dus gaf ik een jongen uit de buurt de opdracht om even bij zijn Grote Moe te gaan vragen wat er aan de hand was. Al snel kreeg ik een telefoontje van de “Grote Moe”, die me vertelde dat Guyke wel degelijk naar school was geweest. Ze vroeg me om haar op de hoogte te brengen van zijn onwettige afwezigheid, maar daar bleef het bij. “Kom, kom” , zei ze met een glimlach, “Hij maakt toch elke avond zijn huiswerk. Gisteren ook nog!” De volgende dag was Guyke echter weer niet aanwezig. Wederom nam ik contact op met de “Grote Moe” en vroeg of ze de volgende dag tijdens de speeltijd even wilde komen kijken. Dan zou ik haar laten zien of Guyke er wel of niet was. En zoals afgesproken, stond de “Grote Moe” de volgende dag mij op te wachten aan de speelplaats, achter het hek. Samen konden we vaststellen dat ons kleine vriendje wederom niet op school was . Wat de oorzaak was, vertelde Guyke de dag erna zelf. Het bleek dat hij niet graag naar school ging, dus ging hij maar naar het park om samen met een vriend een schoolkamp op te zetten onder de Rododendrons. ’s Morgens gingen ze er samen naartoe, amuseerden zich kostelijk en vermaakten zich terwijl de andere kinderen in de schoolbanken zaten. ’s Avonds deed Guyke dan alsof hij zijn huiswerk maakte, zodat zijn “Grote Moe” tevreden was. Je moet het maar durven, nietwaar? (lacht) Bron: Fons Desmedt Het Park Het park in Hingene was plek voor de jongens om zich te vermaken. Telkens weer kwam het gemeentebestuur langs om te waarschuwen: “Jongens, ga niet in het park, want de boswachter is thuis en die durft te schieten (hoewel altijd in de lucht)!” Maar nauwelijks waren die woorden uitgesproken, of bij het openen van de poort van de jongensschool , stonden er al een paar van de kornuiten te wuiven aan de overkant van de wal . Bron: Fons Desmedt Zaterdagschool Vroeger was het nog een volledige schooldag op zaterdag . De namiddag werd vaak gevuld met een bezoek van een pater uit de Congo , die aan de hand van “lichtbeelden” vertelde over de kinderen in de missie . Later, rond 1960 , werd de namiddag afgeschaft , maar de voormiddag bleef bestaan. Deze tijd werd meestal gebruikt om alles nog eens door te nemen van wat we die week geleerd hadden. En dus... het laatste kwartier mochten de jongens soms vogelpikken . En zoals het altijd gaat, gebeurde er iets op zulke momenten. Tijdens zo’n “vogelpikmoment” kwam de Inspecteur binnen. Hij vroeg aan de meester: “Wat zijn jullie nu aan het doen?” Een jongen die niet op zijn tong gevallen was, antwoordde: “Hoofdrekenen, mijnheer!” En ze gaven meteen het voorbeeld, terwijl ze hun pijltjes wierpen en de grotere getallen telden: “20... 60... 75... 100.” Was dat geen hoofdrekenen ? Bron: Fons Desmedt De lange wandeling Deze schoolwandeling begon bij de gemeenteschool in Hingene , ging via de ‘Notelaerdreef’ naar de Scheldedijk , en volgde dan stroomopwaarts naar de Barcadère , waar we een speeltijd hadden (spel: verovering van de dijk!) . Daarna daalden we af naar de Kragewiel en vervolgden de tocht langs de Zijdeweg , verder langs de Wiel en het Heiken terug naar de school. Deze wandeling werd in één namiddag gemaakt, met de nodige uitleg over alles wat te maken had met de Schelde en zijn dijk. Bron: Fons Desmedt Nieuwbouw in Wintam Na de fusie van 1977 met Hingene en Eikevliet werd in Wintam al geruime tijd gesproken over een nieuwbouw, maar de vooruitgang bleef uit. En toen… Ik merkte op dat er regelmatig plafondtegels in de refter naar beneden vielen. Deze werden dan simpelweg weer aan het plafond geplakt, maar dat hielp niet veel, want na een paar dagen vielen ze weer naar beneden. Ik riep de plaatselijke schrijnwerker om dit te inspecteren, en zijn conclusie was: "Ja… de nokbalk is wat weggezakt en die moet hersteld worden. Ofwel leg ik een metalen band rond de nokbalk, ofwel zet ik een schoor onder de balk, maar die zal dan wel zichtbaar zijn in de refter. Wat wordt het?" We kozen voor de schoor. "Och," zei de schrijnwerker, "die kan daar duizend jaar onder staan zonder enige problemen." De schoor werd geplaatst in de refter. Rond Kerstmis kwamen de ' Zusters van Vorselaar ' op schoolbezoek. Ze bezochten alle klassen, en dus ook onze beroemde refter… met de schoor! De kinderen hadden de schoor inmiddels versierd als een " kerstboom " . De zuster vroeg meteen wat dat voorstelde. Wij hadden snel ons antwoord: "Dat is onze moderne kerstboom, zuster." "Kom, kom. Waarvoor dient die steun?" vroeg ze. Ik legde uit dat de nokbalk gezakt was en dat de schrijnwerker als oplossing een schoor had geplaatst om verdere problemen te voorkomen. Enkele dagen later las ik in de krant dat ergens in West-Vlaanderen een dak van een klas was ingestort . Nog geen week na de kerstvakantie kregen we een brief van Vorselaar waarin stond dat de school volledig zou worden afgebroken en er een nieuwe school gebouwd zou worden. De werken aan de nieuwe school zouden op 1 september beginnen. Architect Leon Scholliers kreeg de opdracht. Er was echter een nieuw probleem: de volledige school zou worden afgebroken , en de nieuwbouw zou pas daarna beginnen. Gelukkig bleef het klooster gespaard , zodat de kleuters onderdak hadden. Maar waar zouden de leerlingen van de lagere school tijdens het schooljaar terecht kunnen? In de vroegere gemeenteschool waren slechts vier klassen, waarvan er al drie in gebruik waren. We moesten dus op zoek naar extra lokalen voor de leerlingen van Wintam, wat geen gemakkelijke taak was, aangezien we minstens zes lokalen nodig hadden. Toen kwam de nieuwe eigenaar van de vroegere brouwerij Muyshondt " de Krak " , met een oplossing. Hij zou de appartementen (twee per verdieping) volledig afwerken, en in de woonkamer van deze appartementen konden klaslokalen worden ingericht. Zo heeft de Wintamse schoolafdeling een volledig schooljaar in de toren van de brouwerij gezeten. Bron: Fons Desmedt Het Congolees van pastoor Van Ranst Op een ochtend stond pastoor Tony Van Ranst in Wintam aan mijn bureau en vroeg of hij even met het 6de leerjaar wilde praten over de Plechtige Communie. "Want," zei hij, "vorige zaterdag waren er veel afwezigen op de Catechese in de kerk. Ik zal het hen eens goed uitleggen! Voetbal gaat niet voor Communie!" En daarmee vertrok hij naar de klas. Enige tijd later kwam hij weer voorbij mijn bureau, groette mij kort en ging weer naar buiten. Tijdens de speeltijd vroeg ik aan de meester van het 6de leerjaar: "En? Wat zei meneer pastoor?" De meester antwoordde: "Ik weet het echt niet. Ik heb het niet kunnen verstaan, want hij sprak Congolees ?!?" Gelukkig dacht ik, dat was snel opgelost. De volgende dag kwam pastoor Tony opnieuw voorbij, deed de deur van mijn bureau even open en zei: "Ik zal het nu eens gaan vertalen, zie! ". Bron: Fons Desmedt Joke “de Derde Regel” We herinneren ons nog haar statige gang, haar zilverwitte haren netjes samengebonden in een dotje, en haar mond altijd klaar voor een geestelijk woord. In haar kleding was ze altijd correct en ordelijk, volgens de ouderwetse, puriteinse normen van langgerokt, bescheiden zwart. Joke was iemand die we pas later echt waardeerden. Na jaren als pastoorsmeid in Ranst was ze Eikevlietenares geworden en woonde ze naast onze bewaarschool, waar ze haar beste zorgen schonk aan de bejaarde tante, Kato Pauwels . Wat we pas later ontdekten, was dat Joke, naast haar zogenaamde overmatige godsdienstpraktijken, ook muzikaal talent bezat, wat ze goed wist te benutten op het harmonium en de viool . Zo stond ze altijd klaar voor de kleine dorpsgemeenschap rond school en kerk, en is ze blijvend in onze herinneringen als een symbool van het bewaarschoolpatrimonium . Bron: Broeder Jozef Talboom De bewaarschool in Eikevliet Om de peuters in Eikevliet te leren omgaan met orde en discipline, gebruikte zuster Belgaria een houten klak-doosje . Wanneer het met een knap dichtklapte, maakte het een duidelijk “klak-klak”-geluid, wat het signaal was om aandachtig te zijn, netjes in de rij te staan of mooi stil te zitten. We leerden er matjes vlechten, knutselen met stroken kleurband en kartonnen vlakjes ordenen volgens een voorbeeldtekening. En wat de moderne onderwijsmethoden vandaag niet altijd bereiken: wij konden al lezen toen we de bewaarschool verlieten. We herinneren ons nog duidelijk hoe onze naam in sierlijk schrift op onze bank stond geschreven, en hoe trots we waren dat we hem zelf konden lezen. Dit was grotendeels te danken aan de vooruitstrevende leesmethode van inspecteur Frans Hammenecker , maar ook aan de toewijding van onze onvervangbare leermeesteres. In de namiddag was het tijd voor een dutje, iets wat niet elk kind zomaar kon. Wie de rust verstoorde, kreeg een soort schort over het hoofd. Dat werkte verbazend goed: zelfs de grootste wiebelkont dommelde dan zachtjes in. Toch bleef er één hardnekkig probleem bestaan: de luizenplaag . Ondanks de grondige reiniging door zowel ouders als schoolpersoneel, bleven de beestjes koppig terugkomen. Thuis werd er hevig gekamd met de fijne kam en gewassen met bruine zeep, tot de laatste luis verdwenen was. Maar de volgende dag zaten de kinderen alweer met een vers regiment kriebelbeestjes in het haar. Wij vonden het zelfs een beetje grappig om de kleine diertjes te zien bewegen in de gleuf van onze bank, of ze met onze griffel te laten duiken als piepkleine zwemmertjes. Toen kwamen er drastischere middelen: een melig bruin poeder genaamd Milanaise werd op de markt gebracht en rijkelijk verspreid over alle luizenkoppen . We waren gefascineerd door de kleurrijke reclameprentjes met de slogan: "Niets ontsnapt aan de Milanaise!" En zo paradeerden we, trots met onze met poeder bestoven haren en de prentjes in onze hand, als levende ambassadeurs van dit wondermiddel. Bron: Broeder Jozef Talboom Heb je nog anekdotes die je met ons wil delen? Contacteer ons dan via contact@ordevanhingene.be , en wij zorgen ervoor dat jouw verhaal op deze pagina wordt opgenomen.
2012-2026