Orde van Hingene

Erkende vereniging door de gemeente Bornem, Faro, Histories vzw en koeperorganisatie Heemkunde Gouw Antwerpen. Disclaimer - Recht op afbeelding - Recht op privacy

Neem contact met ons op

Barelveldweg 8 - 2880 BORNEM 0469 43 19 44 ordevanhingene@gmail.com contact@ordevanhingene.be

Huis Ursel of Maison d’Ursel

Huis Ursel , of d'Ursel, is een Belgisch adellijk geslacht . Het familiehoofd draagt de titel hertog d'Ursel, terwijl andere familieleden de titel graaf of gravin d'Ursel voeren. Rond 1480 vestigde de familie zich in Hasselt en Maastricht. Erasmus Schetz (°1476-†1550), wiens vader Coenrart (?-†1499) muntmeester was van de prins-bisschop van Luik , vestigde zich in Antwerpen en richtte een belangrijke handelsonderneming op. In 1545 kocht hij de heerlijkheid Grobbendonk. Zijn zoon, Gaspard Schetz (°1513-†1580), eveneens handelaar, werd in 1560 algemeen schatbewaarder van de Nederlanden. Hij erfde Grobbendonk en verwierf later ook Wezemaal , Heist en Hingene . Zijn tweede vrouw was Catherine d’Ursel , dochter van de Antwerpse burgemeester Lancelot d’Ursel . Gaspards oudste zoon, Lancelot (°1550-†1619), werd burgemeester van Brussel , terwijl zijn tweede zoon, Jan- Karel (°1552-†1590), kanselier van de Orde van het Gulden Vlies werd. De vierde zoon, Conra(r)d III (°1553-†1632), heer van Hingene en baron van Hoboken , werd geadopteerd door zijn tante Barbe d’Ursel en nam haar naam aan. De jongste zoon, Anton (°1561-†1640), graaf van Grobbendonk , werd gouverneur van 's-Hertogenbosch . Conra(r)d’s III zoon, Conra(r)d (°1592-†1659), werd in 1638 verheven tot rijksgraaf , en zijn kleinzoon, Conrard-Albert (°1665-†1738), gouverneur van Namen , werd in 1716 tot hertog van Ursel en in 1717 tot hertog van Hoboken benoemd. Hij erfde in 1726 de bezittingen van de uitgestorven tak van Anton. De tweede hertog, zijn zoon Karel (°1717-†1775), was Oostenrijks luitenant-veldmaarschalk en militair gouverneur van Brussel . Zijn zoon Wolfgang-Willem (°1750-†1804) speelde een belangrijke rol in de Brabantse Omwenteling , en diens zoon Karel-Jozef (°1777-†1860), de vierde hertog, was minister in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden en later senator in België . Hij is de stamvader van alle huidige d'Ursels. Zijn kleinzoon Joseph (°1848-†1903) was eveneens Belgisch senator en gouverneur van Henegouwen en West-Vlaanderen . Henri (°1900-†1974), de achtste hertog en kleinzoon van Joseph , verwierf enige bekendheid als filmregisseur . Het familiebezit raakte echter versnipperd onder de vele familieleden. De hertogen zagen zich gedwongen het stadspaleis in Brussel en het kasteel in Hingene te verkopen. De huidige hertog, Stéphane (°1971), verhuisde in 2009 naar het buitenland. De familiestukken worden nu beheerd door een familievereniging of in bruikleen gegeven aan de provincie Antwerpen . De eerste residentie van de familie, het kasteel van Hoboken , werd in de achttiende eeuw verlaten voor het kasteel van Hingene . Dit buitengoed kwam in 1608 in het bezit van Conrard Schetz , die het liet uitbouwen tot een lustslot . In zijn huidige vorm dateert het kasteel uit de periode 1713- 1714. Het bleef meer dan 350 jaar lang het buitenverblijf van de hertogelijke familie. Vier opeenvolgende hertogen waren burgemeester van Hingene tussen 1820 en 1921. De laatste generaties waren echter niet langer in staat het familiepatrimonium te onderhouden vanwege de hoge erfbelastingen. In 1973 verkocht Henri d'Ursel het kasteel aan de gemeente Hingene voor 15.000.000 Belgische frank (BEF) en ging hiervoor een lening aan bij het Gemeentekrediet . Na de grote fusiegolf van 1 januari 1977 kwam het kasteel in handen van de gemeente Groot-Bornem en daar was geen geld om dit kasteel te restaureren. Kort daarna werd het eigendom verkocht aan een projectontwikkelaar, maar deze verongelukte tijdens een bergbeklimming (zoals in het dorp werd verteld). Hierdoor stond het kasteel 20 jaar lang leeg . In de jaren '80 organiseerde de oprichter van brandstoffen Maes, Jef Maes , met een comité en tal van andere verenigingen de Kasteelfeesten , waar je toch een glimp kon nemen binnen het kasteel, hetzij de inkomhal. De andere ruimtes in het kasteel waren er erg aan toe. In januari 1994 kocht de p rovincie Antwerpen het domein d’Ursel , en een jaar later ook het kasteel, voor 6,5 miljoen BEF . Zo kwam het volledige domein, inclusief de gebouwen, in handen van één beheerder. De renovatie van het kasteel zou aanvankelijk ongeveer 180.000.000 BEF bedragen ( ongeveer €4.462.091 ), maar uiteindelijk liep de totale renovatie op tot ongeveer 6 miljoen euro . Het kasteel beschikt over een groot park en een jachtpaviljoen aan de Schelde en is, na restauratie, opengesteld voor het publiek. Het jachtpaviljoen De Notelaer is beter bewaard gebleven. Sinds 2017 beheert het Kempens Landschap het paviljoen De Notelaer en zijn omgeving. Het paviljoen is in erfpacht van Toerisme Vlaanderen en het Agentschap voor Natuur en Bos . Het exterieur van het paviljoen werd volledig gerestaureerd door de vorige beheerder Herita vzw. De restauratie van het interieur en de opwaardering van het domein zal de volgende jaren door Kempens Landschap worden voortgezet. In Brussel bezat de familie een stadspaleis aan de Loksumstraat, dat sinds 1595 in handen van de familie Schetz was. Dit prestigieuze hôtel d'Ursel werd in de jaren 1960 verkocht aan vastgoedontwikkelaars en in 1960 gesloopt . Er kwam een hotel voor in de plaats, dat later de zetel werd van de Nationale Loterij , en in 2003 opnieuw werd afgebroken. Verder zijn ook het kasteel van Heks en het kasteel Linterpoorten in familiebezit geweest. Blazoen Van keel met het schildhoofd van zilver beladen met drie meerltjes van het veld. Het schild gehouden door twee griffioenen van goud . Het geheel geplaatst op een wapenmantel van keel gevoerd met hermelijn , de zijpanden met de kleuren van het schild en getopt met de hertogelijke kroon van het Heilige Roomse Rijk . Baronnen van Schetz-d’Ursel Conrad III Schetz d’Ursel Conrad III Schetz van Grobbendonk werd geboren in Antwerpen op 19 maart 1553 en overleed in Brussel op 16 juli 1632 . Hij was een edelman binnen het hertogdom Brabant en vervulde belangrijke diplomatieke en bestuurlijke functies . Tussen 1604 en 1609 diende hij als de eerste reguliere Zuid-Nederlandse ambassadeur in Engeland, waarbij hij de belangen vertegenwoordigde van aartshertogen Albrecht (°1559-†1621) en Isabella (°1566-†1633), landvoogden van de Zuidelijke Nederlanden . Conrad III was de vijfde zoon van Gaspard II Schetz (°1513-†1590), een invloedrijke bankier in Antwerpen, en Catherine d'Ursel (°1527-†1605). Zijn vader financierde handel en militaire campagnes , waaronder die van de Spaanse koning Filips II (1527-†1598). In zijn jeugd was Conrad zelf actief in de handel , maar in 1582 kreeg hij een overheidsfunctie in dienst van de Spaanse koning. Hij speelde een belangrijke rol bij het Beleg van Antwerpen in 1584-1585 als toezichthouder van de artillerie . Zijn jongere broer Anthonie Schetz (°1564-†1640) was later ook in het Leger van Vlaanderen als militair gouverneur bij het Beleg van 's-Hertogenbosch ( 1629 ). In 1587 trouwde hij met Françoise Richardot (°1569-†1620), dochter van Jan Grusset (°1540-1609), voorzitter van de Brusselse Geheime Raad . Door zijn huwelijk en zijn banden met de adel verwierf Conrad adeldom en een zetel in de Raad van Financiën . Na de dood van zijn vader werd hij heer van Hoboken , en in 1600 werd hij verheven tot baron van Hoboken . Zijn diplomatieke carrière bereikte een hoogtepunt toen hij in 1604 ambassadeur in Engeland werd, een functie die hij vijf jaar bekleedde. Conrad erfde in 1617 het landgoed van zijn tante Barbe d'Ursel , waarbij hij en zijn erfgenamen, door een adoptieregeling , verplicht werden de naam d'Ursel aan te nemen. In 1632 vertegenwoordigde hij de adel van Brabant in de Staten-Generaal van de Zuidelijke Nederlanden , waarmee hij zijn carrière bekroonde als een belangrijke figuur in de Brabantse adel. Conrad d’Ursel Conrad d’Ursel , geboren op 19 maart 1592 in Antwerpen en overleden aldaar op 15 mei 1659 , was een vooraanstaande edelman in de Zuidelijke Nederlanden. Hij werd in 1638 door keizer Ferdinand III von Habsburg (°1608-†1657) benoemd tot graaf van het Heilige Roomse Rijk . Daarnaast was hij de 1e graaf van Ursel , 2e baron van Hoboken , burggraaf van Vives-St-Eloy en heer van Hingene sinds 1623 . Op 24 april 1624 trad hij in het huwelijk met Anne Marie de Roblès (°1614-†1660), dochter van Don Juan de Roblès (°1560-†1621), de 1e graaf van Annappes en voormalig edelman van Nijvel. François d’Ursel François d’Ursel , 2de graaf van Ursel en Zennegem , 3de baron van Hoboken en Hermalle , burggraaf van Vives-St-Eloy , en heer van Hingene , Rumst , Opdorp , Wassegem en Oostkamp , werd geboren in Brussel op 24 november 1626 en overleed daar op 10 augustus 1696 . Hij bekleedde de functie van Opperjachtmeester van Vlaanderen in dienst van Spaanse koning Carlos II de España de Austria de Habsburgo (°1661-†1770). François trouwde op 6 mei 1662 met Honorine Marie Dorothee de Hornes (†1694), vrouwe van Hornes-Bassignies. Hertogen d'Ursel Conrad-Albert-Charles d’Ursel Conrad Albert d'Ursel werd geboren in Brussel op 10 februari 1665 en overleed in Namen op 3 mei 1738 . Hij was de 1e hertog d’Ursel ( 1716 tot 1738 ) en een Zuid-Nederlands militair. Hij was de zoon van graaf François d'Ursel (°1626-†1696) en Honorine Marie Dorothé de Hornes (°1637-†1694), dochter van Ambrosius de Hornes , gouverneur van Namen en Artesië . Conrad Albert begon zijn militaire carrière zeer vroeg. Toen hij nog een kleuter was, kocht zijn vader hem de post van kapitein van een infanteriecompagnie, wat hem enkele jaren anciënniteit opleverde die later nuttig zou blijken bij bevorderingen. Hij vocht in verschillende campagnes ( zoals de Grote Turkse Oorlog , die woedde van 1683 tot 1699 ) in dienst van Leopold I (°1640–†1705), keizer van het Heilige Roomse Rijk , waaronder in Hongarije , Oran , Spanje en Italië . Hij klom op tot luitenant-kolonel en rekruteerde een eigen compagnie musketiers te paard. In 1698 verhief Conrad Albert Hingene tot een Heerlijkheid , waarmee hij het belang van dit domein versterkte. Tijdens de Spaanse Successieoorlog ( 1701-1713 ) die uitbrak na het kinderloze overlijden van koning Carlos II (°1661-†1700) van Spanje , keerde hij in 1704 terug naar de Nederlanden. In Spaanse dienst werd hij generaal en net als zijn grootvader gouverneur van het graafschap Namen . In 1716 werd hij verheven tot hertog van Ursel , een titel die sindsdien werd overgedragen aan de oudste zoon van de familie. In 1717 werd hij eveneens hertog van Hoboken , en in 1726 erfde hij de bezittingen van de uitgestorven tak van de graven van Grobbendonk . Conrad Albert bekleedde meerdere adellijke titels en functies , waaronder baron van Wezemael , erfmaarschalk van Brabant , graaf van Milaan , Grobbendonk en Zennegem , burggraaf van Vive-Sint-Eligius en heer van Hingene , Oostkamp en Durbuy . De titel van graaf van Milaan lijkt op het eerste gezicht te verwijzen naar de Italiaanse stad Milaan , maar dat is niet het geval. ‘Milan’ , of eigenlijk ‘Millam’ , was een kleine heerlijkheid in Frans-Vlaanderen . Deze heerlijkheid behoorde oorspronkelijk toe aan Honorine de Hornes , de moeder van Conrad- Albert d’Ursel . Na het overlijden van zijn broer Philippe Albert (°1668-†1746) erfde Conrad-Albert deze titel. Het was dus geen Italiaanse, maar een Vlaams-Franse titel die deel uitmaakte van het familie-erfgoed. Hij was opperjachtmeester van Vlaanderen , kamerheer van koning Philippe V de Bourbon (°1683-†1746) van Spanje , generaal van Spanje en premier van de Raad van Zijne Majesteit voor de Nederlanden . Zijn indrukwekkende carrière en de vele titels die hij droeg, onderstreepten zijn invloed binnen zowel de Spaanse als de Zuid-Nederlandse politieke en militaire kringen. Conrad Albert trouwde met Eleonore Christine Elisabeth zu Salm-Neuville (°1678-†1737), prinses van Salm en dochter van vorst Karl Theodor Otto zu Salm (°1645-†1710) en Paltsgravin Luise Marie von der Pfalz (°1647-†1679). Charles d’Ursel Charles d'Ursel werd geboren in Brussel op 26 juni 1717 en overleed daar op 11 januari 1775 . Hij was de 2e hertog d’Ursel , Hingene en Hoboken en volgde, net als zijn vader, een militaire loopbaan in de Zuidelijke Nederlanden. Charles, ook wel Karel genoemd in het Nederlands, was de zoon van hertog Conrad-Albert- Charles d'Ursel en prinses Eleonore Christine Elisabeth zu Salm-Neuville . Hij werd de eerste Prins van Arche en Charleville van de familie d'Ursel, titels die hij erfde via zijn moeder. Charles bouwde een carrière aan het keizerlijke hof in Wenen en werd keizerlijk kamerheer in dienst van keizer Franz I Stephan von Lothringen (°1708-†1765) en keizerin Maria Theresia van Oostenrijk . In zijn militaire carrière werd hij in 1745 benoemd tot kolonel van het regiment Murray en in 1748 van het regiment Ligne . Later werd hij bevorderd tot luitenant-veldmaarschalk en gouverneur van Brussel . In 1771 werd Charles geridderd in de Orde van het Gulden Vlies . Hij was ook belangrijk voor het familielandgoed en liet het kasteel van Hingene herontwerpen door de Italiaanse architect Giovanni Niccolò Servandoni (°1695-†1766). Hoewel hij de grootse plannen van Servandoni afwees, heeft de huidige gevel van het kasteel nog steeds de klassieke uitstraling van die tijd. Charles d'Ursel was een gepassioneerd boekenverzamelaar en legde een collectie aan van meer dan 1200 banden. In 1740 trouwde hij met prinses Eleonora von Lobkowitz (°1721-†1756), dochter van vorst Johann Georg Christian von Lobkowitz (°1686- †1755) en Caroline Henriette von Waldstein (°1702–†1780). Na zijn overlijden in 1775 werd in Hingene een bijzondere eerbetuiging aan hem gebracht. De kerkklokken werden driemaal per dag geluid, en dit gedurende zes opeenvolgende weken . Deze langdurige en plechtige klokkenluiding was een teken van de aanzienlijke status en het respect dat hij genoot in de gemeenschap. Wolfgang-Guillaume d’Ursel Wolfgang-Guillaume d'Ursel werd geboren in Brussel op 28 april 1750 en overleed aldaar op 17 mei 1804 . Hij was de 3e hertog d’Ursel , Hingene en Hoboken, prins van Arche en Charleville , graaf van Grobbendonk , en baron van Wezemaal . Hij was de zoon van hertog Charles d'Ursel en Marie-Éléonore von Lobkowicz . Wolfgang-Guillaume trouwde met Flore d'Arenberg (°1752-†1832), dochter van hertog Charles Marie Raymond d'Arenberg (°1721-†1778) en Louise Marguerite von der Marck-Schleiden (°1730-†1820). Ze kregen samen kinderen, waaronder Charles-Joseph d'Ursel , en hij werd schoonvader van François de Lannoy (°1769-†1835) en Claude-Adrien de Mun (°1773-†1843). Wolfgang-Guillaume volgde zijn vader op als erfmaarschalk van het hertogdom Brabant en grootvorst en " Haut forestier van Vlaanderen ". In zijn militaire carrière werd hij benoemd tot generaal-majoor in dienst van de koning van Bohemen en Hongarije . Daarnaast bekleedde hij de functie van kamerheer van keizer Joseph II von Österreich-Lothringen (°1741-†1790). Tijdens de Brabantse Revolutie speelde Wolfgang-Guillaume een belangrijke, maar korte rol. Op 25 januari 1790 werd hij benoemd tot voorzitter van het "Algemene departement van Oorlog" van de Verenigde Belgische Staten . Charles-Joseph d'Ursel Charles-Joseph d'Ursel werd geboren in Brussel op 9 augustus 1777 en overleed in Nattenhaasdonk- Hingene op 27 september 1860 . Hij was de zoon van Wolfgang-Guillaume d'Ursel (°1750-†1804) en prinses Flore d'Arenberg (°1752-†1832). Charles-Joseph trouwde met Louise Victoire Josephine Ferrero- Fieschi (°1779-†1847), prinses van Masserano , en samen kregen ze drie zonen: Jean Charles Marie Léon d'Ursel , de 5e hertog d'Ursel (°1805-†1878), Ludovic-Marie (°1809-†1886), en Marie-August (°1815- †1878). Alle huidige d'Ursels stammen af van deze drie zoons. Charles-Joseph volgde zijn vader op als 4e hertog d’Ursel , Hingene en Hoboken in 1804 , na jaren van tegenspoed tussen 1790 en 1800 . Tijdens de Franse bezetting werd hij in 1810 aangesteld als burgemeester van Brussel , als opvolger van Charles de Merode (°1762-†1830), en in 1811 benoemd tot graaf van het Keizerrijk . Hij won de genegenheid van zijn medeburgers door zijn vaderlandsliefde en gematigdheid. Samen met Charles Van Hulthem (°1764-†1832) richtte hij de Société des Beaux-Arts de Bruxelles op en organiseerde in 1811 de eerste tentoonstelling van de vereniging. Op 18 februari 1814 trad hij af als burgemeester , maar werd dezelfde dag gearresteerd door Duitse soldaten en naar Münster gebracht vanwege vermeende correspondentie met Franse ambtenaren. Dankzij de Brusselse gemeenteraad werd hij snel vrijgelaten. In augustus 1814 benoemde de Prins van Oranje hem tot Algemeen Commissaris voor Binnenlandse Zaken (Minister van Binnenlandse Zaken) in de voorlopige regering. Later diende hij van 1815 tot 1819 als Minister van Waterstaat en Publieke Werken onder koning Willem I (°1772- †1843). Na de Slag van Waterloo werd Brussel overspoeld met duizenden gewonde officieren en manschappen. Hertog d’Ursel nodigde verschillende Nederlandse officieren uit om in zijn residentie te komen herstellen; kapitein Theodorus Coenradus Veeren (°1790-†1847) commandant van de lichte compagnie van het Nederlandse tweede linie bataljon, die ernstig gewond raakte toen hij zijn compagnie leidde in de aanval op La Haye Sainte ( 18 juni 1815 ) schreef twee dagen na de slag aan zijn vrouw: “Ik dacht eraan om 's avonds hierheen te komen met de bedoeling om naar het ziekenhuis te gaan, maar een heer, de hertog d'Ursel, kwam naar me toe en stond erop dat ik bij hem bleef, maar omdat Van Houten [zijn eerste luitenant, red.] bij me was, liet ik hem weten dat ik graag wilde dat hij bij me bleef; hij gehoorzaamde onmiddellijk en we worden nu heel goed verzorgd.” De officieren bleven in de residentie van de hertog tot ze hersteld waren en terug naar Holland werden vervoerd. In 1820 werd hij burgemeester van Hingene , een functie die hij tot zijn dood bekleedde. Daarnaast bekleedde hij ook een belangrijke hofpositie als Grootmeester in de hofhouding van Koningin Wilhelmina van Pruisen (°1774-†1837). In 1829 leidde hij de commissie voor hervormingen in het middelbaar onderwijs. Tijdens de Belgische Revolutie van 1830 bleef hij trouw aan koning Willem I en leidde hij een adviescommissie om de rust te herstellen. Na het Verdrag van de XXIVe Artikelen in 1839 werd hij ontslagen van zijn eed en trad hij toe tot de Belgische Senaat . Van 1839 tot 1847 was hij senator voor het district Antwerpen en daarna tot 1859 voor het district Mechelen , als lid van de Katholieke Partij . Charles Joseph hertog d’Ursel (1777-1860) werd in 1816 door Koning Willem I opgenomen in de Nederlandse adel , maar hij en zijn nakomelingen kozen na de Belgische afscheiding in 1839 voor de Belgische nationaliteit en zijn tot de Belgische adel gaan behoren. Hun Nederlandse adeldom herleeft op het moment dat zij de Nederlandse nationaliteit verkrijgen. Léon d'Ursel Jean Charles Marie Léon d'Ursel werd geboren in Hingene op 4 oktober 1805 en overleed in Brussel op 7 maart 1878 . Hij was een Belgische politicus voor de Katholieke Partij en werd in 1860 de 5e hertog d’Ursel . Léon was de oudste zoon van hertog Charles-Joseph d'Ursel (°1777-†1860) en Louise Ferrero- Fieschi de Masserano (°1779-†1847). Hij trouwde met Sophie d'Harcourt (°1812-†1842) en na haar overlijden met haar jongere zus Henriette d'Harcourt (°1828-†1904). Uit zijn eerste huwelijk had hij twee kinderen, Marie Madeleine d'Ursel (°1833-†1885) en Henri d'Ursel (°1839-†1875). Uit zijn tweede huwelijk kreeg hij zeven kinderen, waaronder Joseph d'Ursel (°1848-†1903), die later Senaatsvoorzitter zou worden. Léon d'Ursel , afkomstig uit een katholiek gezin, trad in de politieke voetsporen van zijn voorouders. In 1836 , bij de eerste provincieraadsverkiezingen in het onafhankelijke België , werd hij verkozen tot lid van de Antwerpse provincieraad voor het kanton Puurs . Hij nam de plaats in van Charles du Trieu de Terdonck (°1790-†1861), wiens zetel in Puurs vacant was, omdat du Trieu ook verkozen was in het kanton Mechelen . Léon d'Ursel bleef onafgebroken zetelen tot 1860 . In 1840 werd hij aangesteld als bestendig afgevaardigde , ter vervanging van Louis De Vinck-du Bois (°1784-†1858), die gouverneur ad interim was geworden. Twee jaar later verliet Léon d'Ursel de bestendige deputatie. In 1860 stemde hij in met het verzoek van de provinciegouverneur om burgemeester van Hingene te worden, zoals zijn vader voor hem. Hij bekleedde deze functie tot aan zijn overlijden in 1878. In 1860 erfde Léon de titel van hertog na het overlijden van zijn vader. Van 1862 tot zijn dood was Léon d'Ursel ook senator . Léon zou normaal worden opgevolgd door zijn zoon Henri d’Ursel (°1839 -†1875) uit zijn eerste huwelijk. Henri trouwde in 1873 met Isabelle de Clermont-Tonnerre (°1849-†1921), maar overleed slechts twee jaar later, op 35-jarige leeftijd, aan tuberculose . Hierdoor was het zijn jongere broer Joseph d'Ursel die in 1878 zowel Léon opvolgde als burgemeester van Hingene alsook de titel van hertog erfde . Na Léons dood werd zijn broer, graaf Ludovic-Marie d'Ursel (°1809-†1886), senator . Joseph d'Ursel Marie Charles Joseph d'Ursel werd geboren in Brussel op 3 juli 1848 en overleed in Strombeek-Bever op 15 november 1903 . In 1860 werd hij de 6e hertog d’Ursel . Hij was een B elgisch diplomaat en politicus voor de Katholieke Partij . Joseph was een kleinzoon van minister Charles-Joseph d'Ursel (°1777-†1860) en de zoon van Léon d'Ursel (°1805-†1878) en Henriette d'Harcourt (°1828-†1904), de tweede echtgenote van zijn vader. Joseph promoveerde in 1869 tot doctor in de Rechten aan de Katholieke Universiteit Leuven . Hij begon zijn loopbaan als diplomaat en bekleedde verschillende posten van 1870 tot 1878 . Hij trouwde met Antonine de Mun (°1849-†1931) en samen kregen ze twee zonen en twee dochters, waaronder senator Robert d'Ursel (°1873-†1955). Na de dood van zijn vader in 1878 erfde Joseph de titel van hertog . In datzelfde jaar werd hij verkozen tot gemeenteraadslid en benoemd tot burgemeester van Hingene , een functie die hij met een korte onderbreking van 1885 tot 1889 uitoefende tot zijn dood. Van 1880 tot 1885 was hij ook provincieraadslid voor de provincie Antwerpen . Daarna werd hij gouverneur van de provincie Henegouwen van 1885 tot 1889 . In 1889 werd hij katholiek senator voor het arrondissement Mechelen , een mandaat dat hij tot zijn dood behield. In 1899 werd hij tot voorzitter van de Senaat verkozen, een ambt dat hij eveneens tot zijn overlijden vervulde. Joseph was ook medestichter en medewerker van het Brusselse dagblad Le XXe siècle in 1895 . Robert d'Ursel Robert Marie Léon d'Ursel werd geboren in Brussel op 7 januari 1873 en overleed daar op 16 april 1955 . Hij was een Belgisch politicus voor de Katholieke Partij . Robert was de zoon van gouverneur en senator Joseph d'Ursel (°1848-†1903) en Antonine de Mun (°1849-†1931). In 1898 trouwde hij met Sabine Franquet de Franqueville (°1877-†1941), met wie hij drie kinderen kreeg. Na het overlijden van zijn vader werd hij de 7e hertog en het hoofd van het huis d'Ursel . Robert d’Ursel behaalde een doctoraat in de Rechten aan de Katholieke Universiteit Leuven . Van 1904 tot 1921 was hij gemeenteraadslid en burgemeester van Hingene . In 1913 werd hij katholiek provinciaal senator voor het arrondissement Antwerpen , ter vervanging van de overleden Victor Fris (°1877-†1925). Hij bleef senator tot 1936 , waarbij hij vanaf 1932 als gecoöpteerd senator diende. In 1910 werd hij benoemd tot regeringscommissaris-generaal voor de Wereldtentoonstelling van 1910 in Brussel. Daarnaast was hij erelid van de Vereniging van de Adel en voorzitter van de Royal Automobile Club van België . Hij werd onderscheiden met verschillende eretekens , waaronder het grootkruis in de Kroonorde , de titel van grootofficier in de Leopoldsorde en commandeur in het Franse Legioen van Eer . Henri d'Ursel Henri Charles François Joseph Marie d’Ursel werd geboren in Brussel op 18 november 1900 en overleed in Ukkel op 30 mei 1974. Hij was een Belgische cineast en de 8e hertog d’Ursel . Hij was de zoon van politicus Robert d’Ursel (°1873-†1955) en Sabine Franquet de Franqueville (°1877-†1941). In 1923 trouwde hij met Antoinette de La Trémoïlle (°1904-†1996), met wie hij drie kinderen kreeg. In de jaren 1920 woonde hij in Parijs , waar hij de surrealisten en avant-garde filmmakers leerde kennen. Hij speelde een figurantenrol in Les Mystères du château de , een film van Man Ray (Emmanuel Radnitzky, °1890-†1976). In 1929 maakte hij onder het pseudoniem Henri d'Arches de film La Perle , een 33 minuten durende film gebaseerd op een scenario van Georges Hugnet . Het was zijn enige film, beschreven door Cinematek België als "een film met de glans van onervarenheid". De droomachtige film draait om de diefstal van een parelketting en wordt beschouwd als een waar filmgedicht, met een surrealistische knipoog naar de feuilletons van Louis Feuillade (°1873-†1925). De hoofdrollen werden vertolkt door Kissa Kouprine (°1908-†1981) en Georges Hugnet (°1906-†1974). Na zijn filmcarrière keerde Henri terug naar België, waar hij heimwee bleef houden naar de tijd van de stomme cinema. In 1937 richtte hij Le prix de l'image op, de voorloper van experimentele filmfestivals . Na de oorlog stichtte hij L'Écran du Séminaire des Arts ’, de meest prestigieuze filmclub van België gedurende twintig jaar, en de voorloper van het Brussels Filmmuseum . Henri d'Ursel presenteerde filmklassiekers met enthousiasme, elegantie en humor, en was nauw bevriend met filmmakers Charles Dekeukeleire (°1905-†1971) en Henri Storck (°1907-†1999). Hij was 25 jaar lang ondervoorzitter van de Koninklijke Cinematheek van België . Op 25 september 1940 trouwde Henri in Sint-Gillis met Madeleine André (°1918-†1956), met wie hij nog vier kinderen kreeg. Nadat hij het kasteel van zijn vader, Robert d’Ursel (°1873-†1955), had geërfd, besloot hij in 1970 om het grote familielandgoed, sinds generaties in de familie, te verkopen. In 1973 kocht het gemeentebestuur van Hingene het hertogelijke landgoed (nu domein d’Ursel ) voor 15.009.000 Bfr. ( nu omgerekend ongeveer €372.064 ). Hij liet het kasteel volledig leeg achter nadat hij al het waardevolle meubilair had weggehaald en deponeerde het volledige familiearchief in het Nationaal Archief van Brussel . Antonin ‘Tony’ d'Ursel Antonin Marie Louis Jean Robert d'Ursel werd geboren in Brussel op 28 april 1925 en overleed daar op 13 september 1989 . Hij trouwde op 16 augustus 1968 in Etterbeek met Ursula Michaelsen (°1940), en samen kreeg ze met haar ‘Tony’ drie kinderen. Antonin was de 9e hertog d’Ursel . Stéphane d'Ursel Stéphane d'Ursel werd geboren in Leverkusen (Duitsland) op 13 juli 1971 . Hij trouwde op 26 juli 1996 in Sint-Pieters-Woluwe met Catherine Bourgignon (°1973) en samen kregen ze drie kinderen: Sarah d’Ursel (°1996) en Matisse d’Ursel (°2001). Stéphane d'Ursel behaalde het licentiaat in de geschiedenis aan de Université libre de Bruxelles in 1998 met een thesis gewijd aan een familiaal onderwerp onder de titel Une fortune princière sous l'Ancien Régime. L'exemple de la famille d'Ursel. In 2008 emigreerden Stéphane, de 10e hertog d’Ursel , en zijn echtgenote Catherine met hun kinderen, gravin Sarah (toen 12 jaar oud) en graaf Matisse (toen 7 jaar oud), naar Centraal-Amerika, naar Panama . Zijn bezittingen, waaronder boeken, meubels en schilderijen, gaf hij in bruikleen aan het kasteel d'Ursel in Hingene . Deze unieke stukken van de adellijke familie zijn zo teruggekeerd naar hun oorspronkelijke thuis, de Heerlijkheid Hingene . Bron(nen): Wikipedia RTV Nieuws; Reportage: In den beginne…; 1997 RTV Nieuws; Reportage: Tijdens de restauratie kasteel d’Ursel; 2002 RTV Nieuws; Reportage: Opening kasteel d'Ursel; 2003 Kasteel d’Ursel.be; Het kasteel d’Ursel in Hingene: van “maison de plaisance” tot hertogelijke “lieu de memoire”? http://www.odis.be/lnk/PS_95 Annuaire de la noblesse de Belgique - Volume 2; 1848 Annuaire de la noblesse belge - Volume 44; 1890
2012-2024