Orde van Hingene

Erkende vereniging door de gemeente Bornem, Faro, Histories vzw en koepelorganisatie Heemkunde Gouw Antwerpen. Disclaimer - Recht op afbeelding - Recht op privacy

Neem contact met ons op

Barelveldweg 8 - 2880 BORNEM 0469 43 19 44 ordevanhingene@gmail.com contact@ordevanhingene.be

Dr. Walter Mees (°1904-†1953)

Dokter Walter Mees, dokter der armen In 1957 stond het dorp Hingene in het teken van een bijzondere herdenking . Het dorp bracht een eerbetoon aan Dr. Walter Mees (°1904-†1953), beter bekend als de " dokter der armen ". Hij had tijdens zijn leven een diepgaande indruk achtergelaten op de gemeenschap door zijn onvoorwaardelijke toewijding aan de zorg voor de minst bedeelden. Deze herdenking was niet alleen een eerbetoon aan een geliefde arts, maar ook een erkenning van zijn uitzonderlijke humanitaire werk . De herdenking begon met een plechtige jubelmis, geleid door pastoor Loos (°1891-†1964) en opgeluisterd door het meerstemmige Sint-Stefanuskoor . De toespraak van Prof. C. Van Geste l (°1899-†1978), die Dr. Mees schetste als een moderne barmhartige Samaritaan , raakte velen diep. Zijn woorden benadrukten het altruïsme en de medemenselijkheid van de dokter, en bij menige aanwezige werden tranen weggepinkt. Na de mis vond een indrukwekkende optocht plaats. Deze begon met de muziekkapel van Chirogroep Jongensstad uit Schoten aan kop, gevolgd door de scholen, organisaties en verenigingen van de gemeente. De Koninklijke Harmonie De Vlaamse Jongens begeleidde de stoet, die werd afgesloten door personaliteiten, vrienden en bewonderaars van Dr. Mees. Samen trokken zij naar het geboortehuis van de dokter , gelegen aan de Frans Van Haelenstraat (nu nummer 25 ). Tijdens de herdenkingsplechtigheid voor Dr. Walter Mees , voerde Maurice Claesen (°1904-†1991) het woord en benadrukte in zijn toespraak de trots van de gemeenschap. Hij sprak over hoe bevoorrecht de inwoners van Hingene zich voelden om iemand als Dr. Mees als medeburger en parochiaan te hebben gekend. Claesen onderstreepte dat Dr. Mees veel meer was dan enkel een dokter; hij was een man van grote menselijkheid en onvoorwaardelijke toewijding. Hij stelde dat de herinnering aan Mees een bron van fierheid was voor de lokale bevolking, omdat ze het voorrecht hadden gehad om zo'n uitzonderlijk persoon in hun midden te hebben. Deze trots werd niet alleen gevoeld vanwege zijn professionele prestaties, maar vooral door zijn roeping om de armen en hulpbehoevenden zonder enige terughoudendheid te helpen. Dr. Mees had zichzelf op zo'n manier onderscheiden dat hij, zelfs na zijn dood, in het geheugen van de mensen was blijven leven als een toonbeeld van medemenselijkheid en barmhartigheid . Claesens' woorden vormden een eerbetoon aan deze nalatenschap en maakten duidelijk dat de gemeenschap, in het vieren van Dr. Mees , ook hun eigen identiteit als zorgzame en hechte gemeenschap omarmde. Door zijn toespraak onderstreepte Claesen dat de naam van Dr. Mees voor altijd verbonden zal blijven met de waardes van solidariteit en toewijding die hij zijn leven lang belichaamde. Integrale toespraak van Maurice Claesen uit 1957 “Het is voor mij ’n grote eer, tevens ’n groot genoegen, op dit ogenblik van piëteitsvol herdenken, enkele woorden te mogen wijden aan de nagedachtenis van iemand die door àl die hem hebben gekend, met hem hebben gestudeerd, beroep deden op zijn wetenschapskennis en ondervinding, zelfs door diegenen die niet nauw met hem in contact zijn geweest, geprezen werd en geëerd toen hij nog levende was en die ook nu nog, drie jaren na zijn vroeg verscheiden, wordt gehuldigd door groot en klein, door jong en oud, door rijk en arm, door wetenschapsmensen en door ongeletterden. Wij, Hingenaren, moeten er fier op gaan en er ons om verheugen dat zulk ’n mens hier in dit huis geboren werd en opgevoed; fier vooral omdat uit dat kind, uit die student gegroeid is, de schone, eenvoudige maar zó edele figuur van Dr. WALTER MEES, zaliger gedachtenis ! We hebben hem gekend – wij parochianen van Hingene – als de levenslustige opgeruimde altijd welgezinde knaap, drager van ’n onverwoestbaar optimisme, de knaap die z’n hart op z’n handen droeg, die liet lezen in z’n gemoed als in ’n open boek; de knaap die ’n aanmoedigend en troostend woord vond voor iedereen bij elke moeilijke situatie, die opbeuring en zalvend wist te geven overals waar hij moedeloosheid of verslagenheid ontmoette; de knaap die, met z’n ingeboren schranderheid, raden kon waar er geholpen moest en zijn hulp en steun dan ook weggaf met ’n dienstbaarheid die spreekwoordelijk te noemen was ! Met U, Walter want voor ons, Uw school-en jeugdmakkers zijt ge nog altijd “Walter” gebleven zonder meer ! Met U hebben we zoveel winteravonden doorgebracht in dit huis, met U hebben we geravot doorheen het heetgeblaakte zand van ons zonovergoten koutervelden ! En nog steeds vinden ons ogen Uw voetsporen terug in ons oude kasteelfreef, in ons Mansbroeck, en ons Schelland, nóg klinkt in ins oor de blije klank van Uw heldere sopranostem die vaak ook wegdeinde over ’n machtige schelde, die zacht voortvloeide tussen oevers van groenfluweel bestikt met madelieven, We hebben U gekend als de knappe humaniora- en hogeschoolstudent, de student met het haast-fenomenaal geheugen, maar ook de student die studeerde, die z’n leerstof meester kon en meester was, die iets wilde worden in dit leven, iets waarin vooral de dienden liefde die U ingeboren was, zou kunnen gedijen en openbloeiën tot de volledige gave van U zelve, tot het weggeven van U-zelf aan uw behoeftige lijdende medemensen. Alsog het gisteren gebeurde, zi ‘k ons nog in het kleine bureelkamertje van dit huis, toen U me toevertrouwde “ofwel word ik priester ofwel geneesheer; één van die twee, er is zóveel miserie in de wereld, Maurice”, Priester – geneesheer ! Twee idealen, één ideaal liever ! – dienen, helpen, genezen ! Het werd Uw roeping: GENEZEN: het lichaam van de mens, en langs het lichaam gebeurlijk ook de ziel ! Uw werkterrein ? …. Niet; de grootstad, waar de wetenschapsmensen het zich doorgaans gemakkelijk kunnen maken: ook niet ’n leraarsstoel die doorgaans ’n beletsel is voor volledige verwezenlijking of beleving van ’n ideaal zoals het Uwe; maar wel de nijverheidsgemeente met de zwarte fabrieksschouwen, met de monotoon- lange rijden stapelhutten van de steenfabrieken, waartussen mensen wonen, doodarme mensen, wie het leven zeer weinig zon maar veel somberheid gaf, zeer weinig voorspoed, maar zeer veel mizerie ! Daar wachten lichamelijke vooral, maar ook zedelijke noden op ’n mens met ’n groot hart, ’n mens met begrijpend medevoelen, ’n mens die zich geheel zou geven, ’n mens met ’n apostelziel en ’n missionarishart. Dààr wachtten U de zieke lichamen, vaak veroordeelde en in-de-steek-gelaten levens die van U genezing verhoopten; daar leefden de zieke zielen, neergesmakt door stoffelijke mizerie en bekneld in ’n pantser van koude onverschilligheid of ondergedompeld in ’n zwarte nacht van levenshaat. Alléén ’n mens als U, DR MEES, ’n mens met Uw hart en Uw ziek en Uw overtuiging kon daar veel redden van wat verloren was, en U hebt het gedaan ! Uw eerste daad als geneesheer te NIEL was ’n daad van apostolaat, en gans de uitoefening van Uw geneeskundige-praktijk is apostolaat geworden van het begin tot het einde ! Wij, wij leken, makkers en parochianen, wij weten dat àl die jaren, zóveel mensen bij U genezing kwamen zoeken voor hun lichaam en genezing vonden. Wij weten dat in zovele hopeloze harten gij de hoop op genezing hebt doen herleven en die hoop wist te voeden en levendig te houden ook wanneer genezing, ondanks alles, uitbleef, wij weten dat in zeer vele schamele gelagenhuisjes Uw komst verbeid werd, dat na dag, als de komst van de heilbrenger, van de heelmeester, van de toegewijde en liefdevolle verzorger; vaders en moeders hebben in uren van overstelpende kommer, gesmakt naar het verschijnen van Uw rijzige minzame gestalte op de drempel van hun woon; kinderogen hebben naar U opgekeken als naar ’n wonderdoener, want in Uw ogen toch vonden ze niets anders dan goedheid en vertrouwen en liefde. Maar God alléén weet; hoeveel zieken door Uw voorbeeld, door Uw opbeurend en sterkend woord en in dat moment was toch ieder woord uit Uw mond ’n kruimel van Uw diep-goedsdienstige overtuiging ! door Uw wijze raad of door ’n kleine daad van dienstbetoon, soms losgemaakt werden uit het dwangbuis van hun onverschilligheid, de nevel van hun levensmoeheid voelden opgelost in de warme uitstraling van Uw dienende liefde en eenvoudige goedmenselijkheid en in hun hart voelden herboren worden de liefde voor het leven, de liefde voor wat schoon en goed is, de liefde voor de meester-van- leden en dood en geloof in Hem en betrouwen ! Dàt was, waarde Dorpsgenoten, de dokter onze Dokter Walter Mees, zaliger gedachtenis, de onbaatzuchtige, nederige, de eenvoudige, goede mens; dàt was de geneesheer-apostel die, met Gods hulp, gezondheid gaf aan zieke lichamen en gezondheid ook aan zieke zielen: dat was de mens voor wien het eenvoudigste “Merci Meneer Doktoor” van oud moederke uit de krotwoning veel meer betekende dan ’n handvol geld: de mens voor wien de dankbare zonnelach van ’n genezen kind veel méér betekende dan ’n invitatie op ’n royaal diner ! De zekerheid, steun en moed, hulp en leniging te hebben gebracht aan lijdende mensen was de schoonste beloning en bekroning voor Uw onophoudelijk pogen en werken om de kranke mensheid ter hulp te komen in al haar noden, Want ! Uw eenvoudig, kinderlijk oprecht en ingoed hart, Dr Mees, hield niet van ijdele lofbetuigingen of wereldse roem en eerbewijs; geven: was Uw ideaal ! Liefhebben, was Uw geluk § Dienen – Uw roeping ! Niet alléén in de nijverheidsgemeente, maar ook hier hebben wij tastbaar mogen voelen de heilzame inwerking van Uw uitgebreide en alomgewaardeerde geneeskundige bekwaamheid en ondervinding; ook wij hebben het geluk gehad aan te voelen dat de banden van gehechtheid die U vasthielden aan Uw geboortedorp, steeds even hecht bleven; aan te voelen dat Uw dienstbaarheid, Uw ingeboren behoefte om te helpen met raad en daad, Uw toewijdingsvolle zorg en liefde voor de evenmens, immer even groot en sterk bleven en dat het U telkens gelukkig maakte “één van Uw streek” te hebben geholpen, opgebeurd, genezen, zelfs dàn nog toen U er klaar van bewust waart dat de kwaal, die jarenlang Uw gezondheid ondermijnde, uiteindelijk haar slag zou thuis halen ! Het moet wek zijn, - het kan niet anders§ - of in die cruciale momenten van Uw leven, gaf de opperste Heelmeester aan U, z’n trouwe medearbeider, de bovennatuurlijke kracht om Uw eigen lijden te kunnen vergeten, om U zelfé ook dàn nog te kunnen weggeven aan Uw lijdende broeders en zusters in Christus, om ook dàn nog levenslust en moed en hoop te kunnen inspreken, wijl er normaal voor U geen spraak meer kon zijn van dit alles. Toen Uw stoffelijk overschot z’n laatste tocht aanving doorheen de straten van wat Uw werkgebied was bliezen klaroenen “The Last Post” voor de trouwe strijder-Christi die kampte z’n leven lang en wel in de vuurlijn van het lekenapostolaat. Uw uitvaart was geen manifestatie van hopeloze verslagenheid: ze was ’n triomftocht ! De vaderonzen en weesgegroeten van honderden behoeftigen en lijdende hebben U binnengedragen in de eeuwige gelukzaligheid, waar Uw grote zelfverloocheningen en offerende naastenliefde, ongetwijfeld haar beloning en bekroning heeft gevonden in ’t eeuwige samenzijn met “De” Liefde, met de God van Uw kinderjaren die ook de God was en bleef van Uw edel en schoon geneesheer zijn ! Mogen alle Hingenaren, zonder uitzondering, Uw gedachtenis blijven eren en moge de gedenksteen in de geven van dit huis, het zeggen tot ieder dit hier langs komt :”Hier werd geboren en hier leefde, midden ons, ’n rechtvaardige, die ’n goed en edel mens was, ’n mens zoals er weinig zijn in Vlaanderen, ’n plichtbewust diep-kristen vlaming, ’n geneesheer die al de liefde en al de mildheid van z’n groot hart wegschonk aan de lijdenden, aan de armsten onder de armen, en die z’n geneesherentaak omwerkte tot ’n heerlijk apostolaat van dienden liefde”. Weer eens nemen we afscheid van U, Dr Walter Mees, maar meer en beter dan bloemen en woorden het kunnen zeggen, blijft Uw naam, onuitwisbaar gegrift in het hart van ons allemaal ! Opdat Uw heerlijk voorbeeld van onbaatzuchtige naastenliefde en zelfopoffering moge voortleven in ons hart en ons ’n lichtbake zijn; Opdat wijzelf en de komende geslachten het steeds gedenken mogen en herdenken dat in dit huis werd geboren Dr Walter Mees, de “Dokter der armen”, verzoek ik U eerbiedig, Heer burgemeester, de gedenksteen te willen onthullen en hem te stellen onder de bescherming van het gemeentebestuur, de naam en de gedachtenis ter eere van wijlen onze oud-parochiaan Dr Walter Mees.” Tijdens de herdenkingsplechtigheid voor Dr. Walter Mees in Hingene, nam burgemeester Willem Van Kerckhoven (°1889-†1972) een belangrijk moment voor zijn rekening door het onthullen van een gedenksteen ter ere van de geliefde " dokter der armen ". Dit werd gevolgd door een wijdingsplechtigheid , verzorgd door Z.E.H. pastoor Lodewijk Loos (°1891-†1964). Na deze ceremonie trok de optocht, begeleid door muziek en de harmonie, verder naar het gemeentehuis voor een academische zitting . De zitting, geleid door Karel Segers (°1914-†1983), gemeentesecretaris en ondervoorzitter van het herdenkingscomité , bood verschillende prominente sprekers de gelegenheid om het leven van Dr. Mees in het zonnetje te zetten. Dhr. Marcel Lambin (°1898-†1977), directeur-generaal van het Rode Kruis , en Prof. Dr. Arts als feestredenaar, gaven beiden een levendige schets van Dr. Mees als een man van onuitputtelijke toewijding aan de armen. Mgr. Arthur Janssens (°1886-†1979) vertegenwoordigde het Davidsfonds en gaf eveneens eerbetoon, terwijl senator Jan Frans Renaat Van Bulck (°1908-†1972) het woord voerde namens de Rupelstreek . De sprekers benadrukten Dr. Mees ' onzelfzuchtige inzet voor de hulpbehoevenden in de regio. Ze benadrukten zijn unieke positie als dokter die zowel met zijn medische kennis als met zijn medemenselijkheid de levens van velen had veranderd. Dr. Mees werd meer dan eens omschreven als een ware barmhartige Samaritaan , wiens nalatenschap een inspiratie bleef voor de gemeenschap. Aan het einde van de academische zitting vond een symbolisch moment plaats: de aanwezigen tekenden het gulden boek van de gemeente Hingene , waarmee de herinnering aan Dr. Mees officieel in de gemeentelijke annalen werd vastgelegd. De ceremonie kreeg zelfs nationale aandacht, want de Belgische omroeporganisatie NIR ( Nationaal Instituut voor de Radio-Omroep ) was aanwezig om de gebeurtenis vast te leggen. Zij zouden de plechtigheid op 4 mei 1957 in het programma Panorama uitzenden, zodat ook een breder publiek kennis kon nemen van de indrukwekkende erfenis van Dr. Walter Mees . De politie speelde bovendien een essentiële rol in de vlotte organisatie van het verkeer tijdens de drukbezochte plechtigheid. Grafmonument onthuld voor Dokter Walter Mees te Niel Op zondag 30 september 1962 werd op het kerkhof van Niel , in het hart van de Rupelstreek , een fraai grafmonument onthuld ter nagedachtenis aan dokter Walter Mees . Het monument is een modern, smaakvol beeldhouwwerk , voorstellend de Barmhartige Samaritaan, gebeeldhouwd in witte steen door de talentvolle Brusselse beeldhouwer Eduard Nootens (°1899-†1977). In dit beeld, waarin men een dokter herkent die een gewonde verzorgt, zien we de verpersoonlijking van de levensroeping van dokter Mees . Het beeld werd door de bevolking van de Rupelstreek, via een speciaal opgericht herdenkingscomité , aangeboden en tijdens een ingetogen, maar diep doorvoelde plechtigheid op het graf van de in 1953 overleden dokter geplaatst. Acht jaar na zijn overlijden wordt hij nog steeds in stilte geëerd door vele eenvoudige mensen uit Niel , Schelle , Aartselaar , Boom en Hingene , die hem beschouwen als een bijna heilige figuur. Dokter Walter Mees , geboren te Hingene , was niet zomaar een man; hij was een uitzonderlijk, ja zelfs legendarisch persoon . Hij bracht zijn jeugd door in Hingene, tot hij zich later in Niel vestigde. Hij was een arts die evenzeer werkte met zijn hart als met zijn stethoscoop, een dokter zoals men die vroeger vaker tegenkwam, maar tegenwoordig zeldzaam is als een naald in een hooiberg. Voor hem was de geneeskunde geen beroep, maar een roeping , een ambt dat hij tot in het uiterste uitoefende. Tijdens zijn leven werd hij door de bewoners van de Rupelstreek liefkozend " de dokter der armen " genoemd, een eretitel die aan niemand beter had kunnen toekomen. Hoewel er regelmatig grafmonumenten worden onthuld, vinden wij het in dit geval bijzonder belangrijk om de man achter dit monument te herdenken. Dokter Mees verdient postuum een veel bredere bekendheid dan hem tot nu toe buiten de Rupelstreek ten deel is gevallen. In onze nuchtere en berekenende wereld lijkt een figuur als dokter Mees bijna anachronistisch, maar juist daardoor biedt hij een inspirerend voorbeeld, een lichtend baken dat velen kan doen nadenken en enkelen misschien kan aanzetten tot navolging. Roeping in het "Hellegat" Dat dokter Walter Mees een onvervalst idealist was, is duidelijk. Al tijdens zijn studententijd legde hij schitterende examens af, gedreven door een brandend idealisme. Aanvankelijk koesterde de jonge dokter het plan om naar Kongo te trekken, waar hij een tweede dokter Albert Schweitzer (°1875-†1965) had kunnen worden. Verschillende omstandigheden verhinderden echter de uitvoering van dit plan, waardoor hij zich in 1928 , op 24-jarige leeftijd, in Niel vestigde om er een praktijk als huisarts te beginnen. De Rupelstreek , en in het bijzonder de steenbakkerswijk " Hellegat ", waar schrijnende armoede en ellende de overhand hadden, werd al snel bepalend voor het verdere verloop van zijn leven. In de zomer hadden de mensen werk, maar de lonen waren laag en in de winter bracht werkloosheid bittere ontberingen met zich mee. Het gebrek aan onderwijs was schrijnend; kinderen gingen vaak op 12-jarige leeftijd al werken in het Geleeg ”, waar de stenen werden gevormd en gebakken. In deze sombere omstandigheden begon dokter Mees zijn werk, dat al snel de vorm aannam van een apostolaat. Voor veel mensen was de dokter een luxe die ze zich niet konden veroorloven, maar dokter Mees bracht daar verandering in. Hij vroeg nooit om betaling. Honderden, zo niet duizenden keren vergat hij zijn honorarium te vragen en verpleegde hij zieken zonder ooit naar geld te vragen. Zijn werkdag begon vaak vroeg en eindigde pas laat in de avond. Op zijn vertrouwde fiets legde hij meer dan 120 huisbezoeken af. Ondanks deze enorme inspanning bracht hij aan het einde van de week vaak slechts het loon van één dag binnen, tot grote tevredenheid van zijn echtgenote, die zijn idealisme volledig deelde. Zij stond altijd aan zijn zijde en hielp hem vol te houden in zijn werk, dat niet alleen bestond uit het weigeren van betaling , maar soms ook uit het schenken van geld aan hen die het nodig hadden. Lakens en liefdevol medeleven Velen in de Rupelstreek kunnen urenlang vertellen over de " dokter der armen ". Een man vertelde: “Hij verpleegde mijn vrouw en toen ik hem vroeg hoeveel ik hem verschuldigd was, zei hij: ‘Daar praten we later wel over, vertel mij nu eens hoe het met uw duiven gaat!’” Een ander voegde eraan toe: “Hij gaf mijn dochtertje een injectie, en toen ik hem geld gaf, duwde hij het weg. Vervolgens haalde hij zijn eigen beurs tevoorschijn en stopte iets in de spaarpot van ons Marietje omdat ze zo flink was geweest.” Het zijn dit soort anekdotes die het beeld schetsen van een man wiens leven volledig in het teken stond van dienstbaarheid . Dokter Mees betaalde uit eigen zak de ziekenhuisopnames en operaties van patiënten die dat niet konden bekostigen. Zijn vrouw stond haar eigen lakens af als de patiënten er geen hadden, zelfs als dat betekende dat zij en de dokter die nacht zonder lakens sliepen. Na zijn overlijden in 1953 liet dokter Walter Mees een onuitwisbare indruk achter op de Rupelstreek. Meer dan vijfduizend mensen betuigden hun medeleven , waaronder hoogwaardigheidsbekleders en bisschoppen , maar ook talloze eenvoudige mensen . De meest ontroerende betuiging kwam echter van een man die geen naamkaartje of briefpapier had en zijn rouwbeklag schreef op een stukje margarinepapier . Dokter Walter Mees heeft in zijn leven laten zien dat echte liefde en zorg voor de medemens geen grenzen kennen. Het grafmonument op het kerkhof van Niel getuigt van de diepe waardering die de gemeenschap voor hem blijft koesteren. Kwartierstaat stamboom van Walter Thomas Jozef Maria Mees Grootouders langs vaderskant Franciscus Mees Geboren op 14 oktober 1826 te Hingene, overleden op 2 februari 1894 te Hingene. Gehuwd op 19 september 1857 te Hingene met Monica Virginia Van Kerckhoven Geboren op 21 oktober 1836 te Wintam, overleden op 22 mei 1903 te Hingene. Edmondus Mees werd geboren als het vijfde kind in een gezin van acht. Grootouders langs moederskant Theodorus Joos Geboren op 8 maart 1837 te Wintam, overleden te Wintam 10 december 1902. Gehuwd op 20 februari 1865 te Wintam met Maria Petronella Seps Geboren op 10 september 1837 te Wintam, overleden te Wintam op 21 oktober 1869. Ouders Edmondus Franciscus Mees Geboren op 29 maart 1869 te Hingene, overleden te Hingene op 14 maart 1928. Gemeentesecretaris te Hingene Gehuwd op 11 mei 1897 te Hingene met Ludovica Maria Joos Geboren op 7 oktober 1869 te Wintam, overleden te Hingene op 3 augustus 1926. Walter werd geboren als het tweede kind in een gezin van twee. Maar had ook nog een stiefbroer uit het vorige huwelijk van zijn vader met Maria Mathildis Teugels (°1869-†1896) Startpersoon Walter Thomas Jozef Maria Mees Geboren op 7 maart 1904 te Hingene, overleden te Niel op 22 december 1953. Gehuwd op 27 november 1928 te Bornem met Anna Maria Albertina Felicia Cammaert Geboren op 9 augustus 1905 te Bornem, overleden te Niel op 24 maart 2001. Bron(nen): Toespraak Maurice Claesen; Jetty Segers; 1957 jefparedaens.be/kleinbrabantse_databank
Dokter Walter Mees met zijn favoriete vervoersmiddel… de fiets! Een slanke, iets voorovergebogen figuur op een fiets… Zo zagen de steenbakkers in de Rupelstreek dokter Walter Mees talloze keren voorbijgaan. Op zijn vertrouwde fiets legde hij tot wel 120 huisbezoeken per dag af, een beeld dat onvergetelijk is voor de mensen van de streek. Bron: Archief Björn Van Eetvelt
2012-2026